- Arrest van 4 maart 2014

04/03/2014 - P.14.0308.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De beschikking van de onderzoeksrechter tot machtiging van de bewakingsmaatregel ex artikel 90ter Wetboek van Strafvordering dient alleen de gegevens van artikel 90quater, §1, tweede lid, 1° tot 5°, op straffe van nietigheid te vermelden; geen enkele wetsbepaling vereist op straffe van nietigheid dat de vermelding in de beschikking van de onderzoeksrechter van de concrete feiten ook de wetsartikelen bevat waardoor die feiten strafbaar worden gesteld maar het staat het onderzoeksgerecht of de vonnisrechter die de regelmatigheid van de bewakingsmaatregel dienen te beoordelen, na te gaan of de concrete feiten, zoals zij omschreven werden in de beschikking van de onderzoeksrechter, beantwoorden aan één van de strafbare feiten, bedoeld in artikel 90ter, §2 tot §4, Wetboek van Strafvordering.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.14.0308.N

H W A,

inverdenkinggestelde, aangehouden,

eiser,

met als raadsman mr. Bert Partoens, advocaat bij de balie te Tongeren.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 14 februari 2014.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 90ter Wetboek van Strafvorde-ring: het arrest oordeelt dat de machtiging tot bewakingsmaatregel ex artikel 90ter Wetboek van Strafvordering prima facie slechts gedeeltelijk onregelmatig is en handhaaft eisers voorlopige hechtenis; de eiser werd aangehouden met verwijzing naar "de wet van 03.01.1933 gew. Wet 30.01.1991, gew. Wet 08.06.2006"; ook de machtiging tot telefoontap van 21 oktober 2013 verwijst naar deze wetsbepa-lingen; artikel 90ter, § 2 en § 4, Wetboek van Strafvordering somt op limitatieve wijze de strafbare feiten op waarvoor dergelijke bewakingsmaatregel kan worden bevolen; een inbreuk op "de wet van 03.01.1933 gew. Wet 30.01.1991, gew. Wet 08.06.2006" komt daarin niet voor zodat de onderzoeksrechter geen machtiging tot telefoontap kon afleveren; de kamer van inbeschuldigingstelling kon de feiten niet naar analogie kwalificeren als een inbreuk op artikel 10 van de wet van 5 au-gustus 1991; de bewakingsmaatregel was geheel nietig en de daaruit volgende bewijsmiddelen konden niet worden aangewend.

2. Artikel 90ter, § 1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt: "De on-derzoeksrechter kan in uitzonderlijke gevallen, wanneer het onderzoek zulks vereist, privé-communicatie of -telecommunicatie, tijdens de overbrenging ervan, af-luisteren, er kennis van nemen en opnemen, indien er ernstige aanwijzingen be-staan dat het feit waarvoor hij geadieerd is een strafbaar feit is, bedoeld in een van de bepalingen opgesomd in § 2, en indien de overige middelen van onderzoek niet volstaan om de waarheid aan de dag te brengen."

3. Artikel 90ter, § 2, eerste lid, bepaalt: "De strafbare feiten die een bewa-kingsmaatregel kunnen wettigen, zijn die welke bedoeld zijn in:

(...)

16° artikel 10 van de wet van 5 augustus 1991 betreffende de in-, uit- en doorvoer van wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik dienstig materieel en daar-aan verbonden technologie".

Artikel 90quater, § 1, tweede lid, bepaalt dat de beschikking van de onderzoeks-rechter op straffe van nietigheid vermeldt:

"1° de aanwijzigingen en de concrete feiten, eigen aan de zaak, die de maatregel wettigen overeenkomstig artikel 90ter;

2° de redenen waarom de maatregel onontbeerlijk is om de waarheid aan de dag te brengen;

3° de persoon, het communicatie- of telecommunicatiemiddel of de plaats die het voorwerp is van de bewaking;

4° de periode tijdens welke de bewaking kan worden uitgeoefend, welke niet langer mag zijn dan één maand te rekenen van de beslissing waarbij de maatregel wordt bevolen;

5° de naam en de hoedanigheid van de officier van gerechtelijke politie aangewe-zen voor de uitvoering van de maatregel."

De beschikking van de onderzoeksrechter tot machtiging van de bewakingsmaat-regel ex artikel 90ter Wetboek van Strafvordering dient alleen de gegevens van artikel 90quater, § 1, tweede lid, 1° tot 5°, op straffe van nietigheid te vermelden. Geen enkele wetsbepaling vereist op straffe van nietigheid dat de vermelding in de beschikking van de onderzoeksrechter van de concrete feiten ook de wetsarti-kelen bevat waardoor die feiten strafbaar worden gesteld. Het staat het onder-zoeksgerecht of de vonnisrechter die de regelmatigheid van de bewakingsmaatre-gel dienen te beoordelen, na te gaan of de concrete feiten, zoals zij omschreven werden in de beschikking van de onderzoeksrechter, beantwoorden aan één van de strafbare feiten, bedoeld in artikel 90ter, § 2 tot § 4, Wetboek van Strafvorde-ring.

4. Het arrest stelt vast dat:

- de machtiging tot een bewakingsmaatregel ex artikel 90ter Wetboek van Straf-vordering vermeldt dat deze gegeven werd uit hoofde van "te Genk en bij sa-menhang elders in het Rijk, van 01/04/2013 tot 03/12/2013, als dader / mede-dader:

 illegale handel in vergunningsplichtige wapens

 inbreuken op de wapenwetgeving

Feiten beteugeld door art. 66 SWB, de wet van 03.01.1933, gew. wet 30.01.1991, gew. wet 08/06/2006";

- de feiten van illegale handel in vergunningsplichtige wapens betrekking hebben op illegale handel van wapens naar Rusland.

Het arrest oordeelt dat de feiten van "illegale handel in vergunningsplichtige wapens" bestraft worden "door artikel 10 van de wet van 5.8.1991 betreffende de in-, uit- en doorvoer van (en bestrijding van illegale handel in) wapens, munitie en speciaal (voor militair gebruik of voor ordehandhaving) dienstig materieel en daaraan verbonden technologie." en aldus beantwoorden aan artikel 90ter, § 2, 16°, Wetboek van Strafvordering zodat de bewakingsmaatregel in die mate prima facie rechtsgeldig is. Aldus verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 71,01 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Van hoogenbemt, de raadsheren Filip Van Volsem, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 4 maart 2014 uitgesproken door afde-lingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

E. Francis A. Lievens

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Afluistermaatregel

  • Beschikking van de onderzoeksrechter

  • Op straffe van nietigheid verplichte vermeldingen

  • Vermelding van de wetsartikelen die de concrete feiten strafbaar stellen

  • Taak van het onderzoeksgerecht of de vonnisrechter