- Arrest van 6 maart 2014

06/03/2014 - C.12.0391.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Krachtens artikel 24, § 1, Wetboek IPR moet de partij die een beroep doet op de erkenning van een buitenlandse beslissing, of de uitvoerbaarverklaring ervan vordert, het volgende stuk overleggen: een uitgifte van de beslissing die volgens het recht van de Staat waar zij is gewezen, voldoet aan de voorwaarden nodig voor de echtheid ervan; de rechter die oordeelt dat de eiser niet aantoont dat de uitgifte de handtekening van de rechter dient te bevatten om uitvoerbaar te zijn, dat het formalisme moet beoordeeld worden naar de regels van het gerechtelijk recht van de Staat waar de beslissing is gewezen en dat de grief niet bewezen is omdat dit recht niet wordt bijgebracht, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht (1). (1) Zie concl. OM.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0391.N

M.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

M.,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de verweerder woon-plaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 7 februari 2012.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft op 6 februari 2014 een schrifte-lijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

1. Krachtens artikel 24, § 1, van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wet-boek van internationaal privaatrecht moet de partij die een beroep doet op de er-kenning van een buitenlandse beslissing, of de uitvoerbaarverklaring ervan vor-dert, de volgende stukken overleggen: 1° een uitgifte van de beslissing die volgens het recht van de Staat waar zij is gewezen, voldoet aan de voorwaarden nodig voor de echtheid ervan.

2. Het staat in de regel aan de rechter bij wie dergelijke vordering aanhangig is, te bepalen of de overgelegde uitgifte volgens het recht van de Staat waar de beslissing is gewezen voldoet aan de voorwaarden nodig voor de echtheid ervan, in voorkomend geval na daarover de nodige inlichtingen te hebben ingewonnen, met eerbiediging van het recht van verdediging.

3. De appelrechter die oordeelt dat de eiser niet aantoont dat de uitgifte de handtekening van de rechter dient te bevatten om uitvoerbaar te zijn, dat het for-malisme moet beoordeeld worden naar de regels van het gerechtelijk recht van de Staat waar de beslissing is gewezen en dat de grief niet bewezen is omdat dit recht niet wordt bijgebracht, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 6 maart 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols B. Wylleman G. Jocqué

K. Mestdagh A. Smetryns E. Dirix

Vrije woorden

  • Vreemde wet

  • Rechter