- Arrest van 11 maart 2014

11/03/2014 - P.14.0382.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 6bis, derde lid, Drugswet vereist het voorafgaandelijk voorhanden zijn van ernstige en objectieve aanwijzingen dat lokalen dienen voor het vervaardigen, bereiden, bewaren of opslaan van de in de Drugswet genoemde stoffen; het bestaan van dergelijke aanwijzingen vereist niet noodzakelijk verklaringen van meerdere personen, het bekend zijn van de identiteit van een getuige die informatie heeft verstrekt of de bevestiging van informatie door een langdurige observatie; de rechter oordeelt onaantastbaar of er ernstige en objectieve aanwijzingen zijn dat de bezochte lokalen voor het vervaardigen, bereiden, bewaren of opslaan van de in de Drugswet genoemde stoffen dienden (1). (1) Cass. 22 juni 2011, AR P.11.1059.F, AC 2011, nr. 421.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.14.0382.N

D A,

inverdenkinggestelde, aangehouden,

eiser,

met als raadsman mr. Anthony Mallego, advocaat bij de balie te Dendermonde.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 25 februari 2014.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 6bis Drugswet: het arrest ver-werpt, net als de raadkamer, op al te summiere wijze de opgeworpen onregelma-tigheid van de op grond van artikel 6bis Drugswet door de procureur des Konings bevolen huiszoeking of geeft er minstens een verkeerde interpretatie aan; het gaat immers om een uitzonderingsmaatregel, die ernstige aanwijzingen vereist zoals een voldoende lange observatie, de verklaringen van een aantal personen of een vermoeden van opslag; het aanvankelijk proces-verbaal maakt enkel melding van door een niet nader geïdentificeerde buurtbewoner gemelde verdachte handelin-gen in de garage op het gelijkvloers van de eiser, zonder dat gewag wordt ge-maakt van een cannabisplantage of het vervaardigen van drugs; de buurtbewoner gaf enkel aan dat de lichtkoepels geblindeerd waren en er verluchtingskokers werden geplaatst; drie kortstondige observaties door de politie voegen daaraan niets toe; er waren dan ook geen afdoende elementen om een zoeking op grond van de voormelde bepaling te bevelen, zodat de huiszoeking nietig is en er geen enkel bewijselement tegen de eiser voorligt en het aanhoudingsbevel eveneens nietig is.

2. Artikel 6bis, derde lid, Drugswet bepaalt dat de officieren van gerechtelijke politie en de ambtenaren of beambten, daartoe door de Koning aangewezen, te al-len tijde de lokalen mogen bezoeken welke dienen voor het vervaardigen, berei-den, bewaren of opslaan van de in de Drugswet genoemde stoffen.

3. De toepassing van deze bepaling vereist het voorafgaandelijk voorhanden zijn van ernstige en objectieve aanwijzingen dat de lokalen dienen voor het ver-vaardigen, bereiden, bewaren of opslaan van de in de Drugswet genoemde stof-fen. Het bestaan van dergelijke aanwijzingen vereist niet noodzakelijk verklaringen van meerdere personen, het bekend zijn van de identiteit van een getuige die informatie heeft verstrekt of de bevestiging van informatie door een langdurige observatie.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

4. De rechter oordeelt onaantastbaar of er ernstige en objectieve aanwijzingen zijn dat de bezochte lokalen voor het vervaardigen, bereiden, bewaren of opslaan van de in de Drugswet genoemde stoffen dienden.

In zoverre het middel opkomt tegen dit onaantastbaar oordeel, is het niet ontvan-kelijk.

5. Met de redenen die het arrest bevat, verantwoorden de appelrechters naar recht de beslissing dat op grond van artikel 6bis Drugswet een zoeking kon wor-den uitgevoerd.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

6. De substantiële en op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 61,11 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Van hoogenbemt, de raadsheren Alain Smetryns, Filip Van Volsem en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 11 maart 2014 uitgesproken door afdelings-voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche

P. Hoet F. Van Volsem

A. Smetryns L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Artikel 6bis, Drugswet

  • Vaststelling van de misdrijven

  • Ruimten bestemd voor de vervaardiging van verdovende middelen

  • Huiszoeking zonder bevel