- Arrest van 12 maart 2014

12/03/2014 - P.13.1370.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Krachtens artikel 84, § 1, 8°, van het Waals Wetboek van ruimtelijke ordening, stedenbouw, patrimonium en energie mag niemand zonder voorafgaande schriftelijke en uitdrukkelijke vergunning het reliëf van de bodem aanzienlijk wijzigen; de bij wet vereiste omvang van de reliëfwijziging heeft geen betrekking op een welbepaalde of bepaalbare hoogte, diepte, oppervlakte, dikte of aanvoer van materie, vanaf waar het misdrijf zou zijn aangetoond en het gevoelig karakter van de wijziging wordt ook beoordeeld, rekening houdend met de impact van de werken op het gebied.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1370.F

1. H. N.,

en

2. H. R.,

Mr. Heinz-Georg Veiders, advocaat bij de balie te Eupen,

tegen

WAALS GEWEST, vertegenwoordigd door de directeur van de Administratie ruimtelijke ordening en stedenbouw te Eupen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen, die in het Duits zijn gesteld, zijn gericht tegen het arrest dat op 20 juni 2013 in die taal is gewezen door het hof van beroep te Luik, correctio-nele kamer.

Bij beschikking van 25 juli 2013 heeft de eerste voorzitter van het Hof beslist dat de rechtspleging vanaf de rechtszitting in het Frans zal worden gevoerd.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

Tweede middel

De eisers verwijten het arrest dat het geen rekening houdt met het advies van hun deskundige, maar zich baseert op de verslagen van de ambtenaren van Waters en Bossen.

Wanneer de wet in strafzaken geen bijzonder bewijsmiddel voorschrijft, beoor-deelt de vonnisrechter in feite de bewijswaarde van de gegevens waarop hij zijn overtuiging grondt en waarover de partijen vrij tegenspraak hebben kunnen voe-ren. Het staat hem vrij geen gevolg te geven aan de conclusies van een door de partijen aangewezen technisch raadsman en zijn overtuiging te steunen op alle an-dere hem voorgelegde elementen, die volgens hem afdoende vermoedens lijken op te leveren.

In zoverre het middel opkomt tegen die feitelijke beoordeling van de appelrech-ters, is het niet ontvankelijk.

Het middel voert ook de schending aan van artikel 84, § 1, 8°, van het Waals Wetboek van ruimtelijke ordening, stedenbouw, patrimonium en energie.

Krachtens de aangevoerde wetsbepaling mag niemand zonder voorafgaande schriftelijke en uitdrukkelijke vergunning het reliëf van de bodem aanzienlijk wij-zigen.

De eisers voeren aan dat de aanleg van de weg die hen ten laste is gelegd, niet naar recht strafbaar is gesteld krachtens het voormelde artikel 84, § 1, 8°, aange-zien het arrest aanneemt dat de wijziging van het reliëf van de bodem slechts be-trekking heeft op een miniem gedeelte van de grond en dat het hoogteverschil vrijwel onopgemerkt blijft. Het arrest wordt verweten dat het, om de telastlegging bewezen te verklaren, alleen acht slaat op de gevolgen van de betwiste aanleg voor het ecosysteem.

De bij wet vereiste omvang van de reliëfwijziging heeft geen betrekking op een welbepaalde of bepaalbare hoogte, diepte, oppervlakte, dikte of aanvoer van mate-rie, vanaf waar het misdrijf zou zijn aangetoond.

De omvang van de wijziging wordt ook beoordeeld, rekening houdend met de im-pact van de werken op het gebied. De in het middel aangevoerde wetsbepaling is van toepassing wanneer de bestaande toestand zodanig werd gewijzigd dat daaruit aanzienlijke en blijvende schade voortvloeit voor het milieu en de aard en de bestemming van de grond daardoor wordt gewijzigd.

Het arrest stelt vast dat de eisers, om een veen droogvoets te kunnen oversteken, een weg hebben doen aanleggen van vier meter breed en honderdtwintig meter lang, dat ze daartoe een ophoging hebben gemaakt van bouwafval, stenen en grond, dat die gestabiliseerde weg niets gemeen heeft met een pad door een mod-derig stuk grond, dat de opgehoogde weg, die dwars op de aflopende helling ligt, de watertoevoer belet van de hoger gelegen vochtige gebieden naar het lager gele-gen veen en dat die verstoring van de oppervlaktewateren tot een verschraling van de veenvegetatie heeft geleid.

Uit die vaststellingen hebben de appelrechters het bestaan van een aanzienlijke wijziging van het reliëf van de bodem kunnen afleiden.

Het middel kan dienaangaande niet worden aangenomen.

(...)

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 12 maart 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bij-stand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Erwin Francis en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Waals Gewest

  • Stedenbouwkundige vergunning

  • Aanzienlijke wijziging van het reliëf van de bodem