- Arrest van 13 maart 2014

13/03/2014 - C.13.0468.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een gedifferentieerde behandeling van schuldeisers moet functioneel zijn, dit wil zeggen afgestemd zijn op het behoud van de onderneming als economische entiteit en mag niet disproportioneel zijn, hetgeen door de rechter marginaal kan worden getoetst; een herstelplan waarbij een schuldeiser bij een meerderheidsbesluit gebonden wordt aan een gedifferentieerde behandeling van zijn schuldvordering die niet aan deze voorwaarden voldoet, is strijdig met de openbare orde (1). (1) Zie Cass. 7 februari 2013, AR C.12.0165.F – C.12.0229.F, AC 2013, nr. 92

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0468.N

RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. D.LINE bvba, met zetel te 9690 Kluisbergen, Stationsstraat 74, bus A,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de verweerster woon-plaats kiest,

2. BX-TRADE nv, met zetel te 9810 Nazareth, Venecoweg 21,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 10 juni 2013.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Artikel 55, tweede lid, WCO bepaalt dat de homologatie van het plan slechts door de rechtbank kan worden geweigerd in geval van niet naleving van de pleegvormen door deze wet opgelegd of wegens schending van de openbare orde.

2. Krachtens artikel 49 WCO, eerste lid, kan het reorganisatieplan voorzien in een gedifferentieerde regeling voor bepaalde categorieën van schuldvorderingen, onder meer op grond van de omvang of van de aard ervan.

Een gedifferentieerde behandeling van schuldeisers moet functioneel zijn, dit wil zeggen afgestemd zijn op het behoud van de onderneming als economische enti-teit en mag niet disproportioneel zijn, hetgeen door de rechter marginaal kan wor-den getoetst. Een herstelplan waarbij een schuldeiser bij een meerderheidsbesluit gebonden wordt aan een gedifferentieerde behandeling van zijn schuldvordering die niet aan deze voorwaarden voldoet, is strijdig met de openbare orde.

3. De appelrechters stellen vast dat het herstelplan voorziet in twee categorieën van schuldeisers, namelijk de "strategisch belangrijke schuldeisers" met wie de onderneming in de toekomst economische banden zal onderhouden en de overige schuldeisers waaronder alle "institutionele schuldeisers" zoals de eiser, aan wie respectievelijk 50 pct. en 30 pct. van hun schuldvordering wordt betaald en dat al-le "institutionele schuldeisers" op gelijke basis worden behandeld.

Zij oordelen dat de voorkeur voor de "strategisch belangrijke schuldeisers kadert binnen de continuïteit van de onderneming en derhalve een functioneel toetsings-criterium [is]" en "een objectieve basis [oplevert] om enige differentiatie tussen schuldeisers te rechtvaardigen" en dat "de doorgevoerde differentiatie [...] rede-lijk is".

4. Op grond hiervan oordelen de appelrechters naar recht dat de verschillende behandeling van de schuldeisers en de indeling van de eiser als institutionele schuldeiser bij de tweede categorie van schuldeisers, geen schending oplevert van de openbare orde.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

5. Voor zover het middel gericht is tegen de motieven waarin het bestreden ar-rest oordeelt dat de discussie omtrent de indeling van de eiser in een bepaald cate-gorie van schuldeisers, niet het voorwerp van de homologatie procedure vormt, maar een discussie die dient gevoerd te worden in de procedure bedoeld in artikel 46 WCO, is het middel gericht tegen een overtollige reden, en is het mitsdien, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 1098,49 euro en voor de eerste verweerster op 295,93 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, en de raadsheren Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 13 maart 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen K. Moens B. Wylleman

G. Jocqué A. Fettweis E. Dirix

Vrije woorden

  • Wet Continuïteit Ondernemingen

  • Reorganisatieplan

  • Homologatie

  • Categorieën van schuldeisers

  • Gedifferentieerde behandeling