- Arrest van 18 maart 2014

18/03/2014 - P.12.1719.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de artikelen 3 en 4, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering volgt dat degene die schade heeft geleden ingevolge een misdrijf, zijn rechtsvordering tot herstel van deze schade tegen de beklaagde kan instellen voor de strafrechter, ongeacht of hij in dezelfde zaak zelf als beklaagde wordt vervolgd.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1719.N

I

C.K. TYRES & SERVICE bvba, met zetel te 8970 Poperinge, Ouderdomseweg 28, in staat van faillissement, met als lasthebber ad hoc Marc Decramer, advocaat, met kantoor te 8940 Wervik, Nieuwstraat 23,

beklaagde,

eiseres,

tegen

1. C M C K,

beklaagde,

2. L E M D,

beklaagde,

3. BANDEN REDANT LOCHRISTI nv, met zetel te 9080 Lochristi, Am-bachtenlaan 1,

beklaagde,

4. B O A R,

beklaagde,

5. G G M R,

beklaagde,

met als raadsman mr. Jan Leysen, advocaat bij de balie te Kortrijk,

6. J M D V H,

beklaagde,

verweerders.

II

F S, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement C.K. TYRES & SER-VICE bvba, met zetel te 8970 Poperinge, Ouderdomseweg 28,

burgerlijke partij,

eiser,

tegen

1. L E M D,

beklaagde,

2. BANDEN REDANT LOCHRISTI nv, reeds vermeld,

beklaagde,

3. B O A R, reeds vermeld,

beklaagde,

4. G G M R, reeds vermeld,

beklaagde,

met als raadsman mr. Jan Leysen, reeds vermeld,

5. J M D V H, reeds vermeld,

beklaagde,

verweerders.

III

FORREZ VLAANDEREN nv, met zetel te 8902 Ieper (Zillebeke), Maaldeste-destraat 20-51,

burgerlijke partij,

eiseres,

met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie te Gent,

tegen

1. C.K. TYRES & SERVICE bvba, reeds vermeld,

beklaagde,

2. C M C K, reeds vermeld,

beklaagde,

3. BANDEN REDANT LOCHRISTI nv, reeds vermeld,

beklaagde,

4. B O A R, reeds vermeld,

beklaagde,

5. G G M R, reeds vermeld,

beklaagde,

met als raadsman mr. Jan Leysen, reeds vermeld,

6. J M D V H, reeds vermeld,

beklaagde,

verweerders.

IV

DONCKERS nv, met zetel te 2900 Schoten, Bredabaan 1261,

burgerlijke partij,

eiseres,

met als raadsman mr. Ria Hens, advocaat bij de balie te Antwerpen,

tegen

1. C.K. TYRES & SERVICE bvba, reeds vermeld,

beklaagde,

2. C M C K, reeds vermeld,

beklaagde,

3. BANDEN REDANT LOCHRISTI nv, reeds vermeld,

beklaagde,

4. B O A R, reeds vermeld,

beklaagde,

5. G G M R, reeds vermeld,

beklaagde,

met als raadsman mr. Jan Leysen, reeds vermeld,

6. J M D V H, reeds vermeld,

beklaagde,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 18 september 2012.

De eiseres I voert geen middel aan.

De eisers II, III en IV voeren elk in een afzonderlijke memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Middel van de eiser II

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 3 en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: de appelrechters verklaren onterecht de vordering van de eiser II tegen de verweerders II.2 en II.4 niet ontvankelijk.

2. Krachtens artikel 3 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering behoort de rechtsvordering tot herstel van de schade, door een misdrijf veroorzaakt, aan hen die de schade hebben geleden.

Krachtens artikel 4, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering kan de burgerlijke rechtsvordering terzelfder tijd en voor dezelfde rechters ver-volgd worden als de strafvordering.

Hieruit volgt dat degene die schade heeft geleden ingevolge een misdrijf, zijn rechtsvordering tot herstel van deze schade tegen de beklaagde kan instellen voor de strafrechter, ongeacht of hij in dezelfde zaak zelf als beklaagde wordt vervolgd.

3. De appelrechters die de vordering van de eiser II tegen de verweerders II.2 en II.4 onontvankelijk verklaren omdat "men zich geen burgerlijke partij kan stel-len lastens medebeklaagden", verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Middel van de eiseres III

4. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, de artikelen 195 en 211 Wetboek van Strafvordering en artikel 1382 Burgerlijk Wetboek: op grond van de redenen die het arrest bevat, vermochten de appelrechters niet wettig te oordelen dat er geen oorzakelijk verband bestaat tussen de bewezen verklaarde fout in hoofde van de verweerders III.3 en III.5 en de door de eiseres III geleden schade.

5. Met de redenen die het arrest vermeldt (p. 47-49), beantwoorden de appel-rechters het bedoelde verweer van de eiseres III.

In zoverre het schending van artikel 149 Grondwet aanvoert, mist het middel fei-telijke grondslag.

6. Het middel preciseert niet hoe en waardoor het arrest de artikelen 195 en 211 Wetboek van Strafvordering schendt.

In zoverre is het middel onnauwkeurig, mitsdien niet ontvankelijk.

7. De rechter oordeelt onaantastbaar over het al dan niet bestaan van een oor-zakelijk verband tussen de fout en de schade. Het staat evenwel aan het Hof om na te gaan of hij uit de door hem vastgestelde feiten wettig heeft afgeleid dat er een oorzakelijk verband tussen de fout en de schade bestaat.

8. De appelrechters oordelen dat:

- de verweerders III.3 en III.5 zich schuldig maakten aan verkoop met verlies;

- de door de eiseres III geleden schade bestaat uit een openstaand factuurbedrag van 392.808,71 euro voor levering van banden aan de verweerster III.1;

- alle facturen voor levering van banden, afkomstig van de eiseres III, tot 26 ja-nuari 2006 door de verweerster III.1 correct werden betaald niettegenstaande voor deze datum ook en op dezelfde manier met verlies werd verkocht;

- de schade is ontstaan doordat verweerder III.2 door allerlei listige kunstgrepen die het misdrijf van oplichting uitmaken, zich sedert einde 2004 steeds grotere hoeveelheden banden door de eiseres III liet afleveren.

9. De appelrechters die op deze gronden oordelen dat de fout van de verweer-ders III.3 en III.5, bestaande uit verkoop met verlies, niet in oorzakelijk verband staat met de door de eiseres III geleden schade ingevolge onbetaalde facturen, verantwoorden hun beslissing naar recht.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Middel van de eiseres IV

10. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, de artikelen 195 en 211 Wetboek van Strafvordering en de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wet-boek: op grond van de redenen die het arrest bevat, vermochten de appelrechters niet wettig te oordelen dat er geen oorzakelijk verband bestaat tussen de bewezen verklaarde fout in hoofde van de verweerders IV.3 en IV.5 en de door de eiseres IV geleden schade.

11. Met de redenen die het arrest vermeldt (p. 49-51), beantwoorden de appel-rechters het bedoelde verweer van de eiseres IV.

In zoverre het schending van artikel 149 Grondwet aanvoert, mist het middel fei-telijke grondslag.

12. Het middel preciseert niet hoe en waardoor het arrest de artikelen 195 en 211 Wetboek van Strafvordering schendt.

In zoverre is het middel onnauwkeurig, mitsdien niet ontvankelijk.

13. De rechter oordeelt onaantastbaar over het al dan niet bestaan van een oor-zakelijk verband tussen de fout en de schade. Het staat evenwel aan het Hof om na te gaan of hij uit de door hem vastgestelde feiten wettig heeft afgeleid dat er een oorzakelijk verband tussen de fout en de schade bestaat.

14. De appelrechters oordelen dat:

- de verweerders IV.3 en IV.5 zich schuldig maakten aan verkoop met verlies;

- de door de eiseres IV geleden schade bestaat uit een openstaand factuurbedrag van 718.277,24 euro voor levering van banden aan de verweerster IV.1;

- alle facturen voor levering van banden afkomstig van de eiseres IV tot 28 fe-bruari 2006 door de verweerster IV.1 correct werden betaald niettegenstaande voor deze datum ook en op dezelfde manier met verlies werd verkocht;

- de schade is ontstaan doordat verweerder IV.2 door allerlei listige kunstgrepen die het misdrijf van oplichting uitmaken, zich sedert 2003 steeds grotere hoe-veelheden banden door de eiseres IV liet afleveren.

15. De appelrechters die op deze gronden oordelen dat de fout van de verweer-ders IV.3 en IV.5, bestaande uit verkoop met verlies, niet in oorzakelijk verband staat met de door de eiseres IV geleden schade ingevolge onbetaalde facturen, verantwoorden hun beslissing naar recht.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de burgerlijke rechts-vordering van de eiser II tegen de verweerders II.2 en II.4 en de hieraan verbon-den kosten.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eiser II tot drie vijfden van de kosten van zijn cassatieberoep en de verweerders II.2 en II.4 tot de overige kosten ervan.

Veroordeelt de eiseressen I, III en IV tot de kosten van hun cassatieberoep.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Bepaalt de kosten in het geheel op 596,08 euro waarvan op het cassatieberoep I 93,64 euro verschuldigd is, op het cassatieberoep II 287,14 euro en op de cassa-tieberoepen III en IV telkens 55,15 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Luc Van hoogenbemt, als voorzitter, de raadsheren Geert Jocqué, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 18 maart 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Luc Van hoogenbemt, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

E. Francis A. Lievens

P. Hoet G. Jocqué L. Van hoogenbemt

Vrije woorden

  • Schade uit misdrijf

  • Benadeelde die in dezelfde zaak zelf als beklaagde wordt vervolgd