- Arrest van 18 maart 2014

18/03/2014 - P.13.1407.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de rechter omstandigheden vaststelt waardoor de strafvordering niet kan ingesteld of voortgezet worden met eerbiediging van het recht op een eerlijk proces, dan kan hij als sanctie de strafvordering niet-ontvankelijk verklaren; hiertoe is evenwel vereist dat uit zijn vaststellingen blijkt dat dit recht onherstelbaar is miskend, dit wil zeggen dat de miskenning nog steeds voortduurt en niet kan worden hersteld; wanneer bovendien de rechter zelf de miskenning kan herstellen, dan is hij ertoe gehouden dat te doen (1). (1) Cass. 27 feb. 2013, AR P.12.1698.F, AC 2013, nr. 134.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1407.N

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE ANTWER-PEN,

vervolgende partij,

eiser,

tegen

N P,

beklaagde,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 27 juni 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ambtshalve middel

- schending van artikel 6.1 en 6.3.c EVRM en artikel 189ter Wetboek van Strafvordering

1. Wanneer de rechter omstandigheden vaststelt waardoor de strafvordering niet kan ingesteld of voortgezet worden met eerbiediging van het recht op een eer-lijk proces, dan kan hij als sanctie de strafvordering niet-ontvankelijk verklaren. Hiertoe is evenwel vereist dat uit zijn vaststellingen blijkt dat dit recht onherstel-baar is miskend, dit wil zeggen dat de miskenning nog steeds voortduurt en niet kan worden hersteld. Wanneer bovendien de rechter zelf de miskenning kan her-stellen, dan is hij ertoe gehouden dat te doen.

2. Het recht van verdediging vereist dat de vervolgde persoon, in de regel, voor de rechter alle gegevens die op regelmatige wijze tegen hem worden aange-voerd, vrij kan tegenspreken en dat hij alle gunstige elementen of excepties in zijn voordeel kan doen gelden.

3. Op grond van artikel 189ter Wetboek van Strafvordering kan de vonnisrech-ter, ambtshalve of op verzoek van partijen, de kamer van inbeschuldigingstelling gelasten de controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie uit te oefenen met toepassing van artikel 235ter van dat wetboek, hetzij op basis van concrete gegevens die pas aan het licht zijn gekomen na de controle van die kamer krachtens artikel 235ter, hetzij bij wettigheidsinci-denten met betrekking tot de controle op die bijzondere opsporingsmethoden.

4. Het arrest oordeelt en stelt vast dat:

- in de zaak met notitienummer 45.F1.4153/09 op 4 maart 2009 een gerechtelijk onderzoek werd opgestart ten laste van drie personen wegens invoer, handel en bezit van verdovende middelen en deelname aan een criminele organisatie;

- ter gelegenheid van observaties in dat onderzoek, er contacten werden vast-gesteld tussen één van de vermelde personen en personen van Bulgaarse af-komst;

- een observatie op 26 mei 2009 werd afgebroken en op grond van een alsdan opgesteld aanvankelijk proces-verbaal met notitienummer 45.F1.010106/09 een nieuw en afgesplitst gerechtelijk onderzoek werd opgestart bij een andere onderzoeksrechter ten laste van de personen van Bulgaarse afkomst;

- in het kader van een kortstondig toezicht, zoals gesuggereerd in vermeld pro-ces-verbaal, de verweerder op heterdaad werd betrapt en gearresteerd;

- de kunstmatige verdeling van het eerste gerechtelijk onderzoek, dat tal van bij-zondere opsporingsmethoden bevat, en het tweede gerechtelijk onderzoek, dat enkel een niet aan BOM-controle onderworpen "kortstondig toezicht" bevat, in casu een miskenning uitmaakt van verweerders recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces, omdat de verweerder geen kennis heeft kunnen nemen van de aangewende bijzondere opsporingsmethoden en hem elke toe-gang tot de procedure ter controle van de regelmatigheid van de observatie bij de kamer van inbeschuldigingstelling werd ontzegd;

- deze handelwijze, rekening houdend met de elementen van de zaak in haar geheel, een doelbewuste onregelmatigheid uitmaakt, waarbij werd getracht het initieel gerechtelijk onderzoek en de daarin gebruikte, verregaande bijzondere opsporingsmethoden af te schermen van de verweerder;

- verweerders recht op een eerlijk proces derhalve onmiskenbaar en onherstelbaar is miskend, met de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering tot gevolg;

- het gegeven dat bij de behandeling voor de eerste rechter, het dossier met no-titienummer 45.F1.4153/09 alsnog werd gevoegd, aan de voorgaande beschouwingen geen afbreuk doet.

5. Uit die redenen blijkt dat het strafdossier dat opgave doet van de bijzondere opsporingsmethoden waarvan de verweerder geen kennis had, ter beschikking stond van de appelrechters en ter inzage was van de partijen. Bijgevolg kon over de inhoud van dat strafdossier tegenspraak gevoerd worden en was de onregelma-tigheid, in zoverre die erin bestond dat dit dossier van de verweerder was afge-schermd, hersteld.

6. Het arrest maakt ook geen toepassing van artikel 189ter Wetboek van Straf-vordering met het oog op het organiseren van een tegensprekelijke BOM-controle ten aanzien van de verweerder en uit de redenen van het arrest blijkt evenmin waarom de appelrechters dat artikel niet toepassen. Bijgevolg herstelt het arrest niet de onregelmatigheid, in zoverre die erin bestaat dat de verweerder geen toe-gang had tot de procedure ter controle van de regelmatigheid van de observatie.

Aldus verantwoordt het arrest de beslissing dat de strafvordering niet ontvankelijk is, niet naar recht.

Grieven

7. De grieven die niet tot cassatie zonder verwijzing kunnen leiden, behoeven geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent.

Bepaalt de kosten op 141,12 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Luc Van hoogenbemt, als voorzitter, de raadsheren Geert Jocqué, Filip Van Volsem, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 18 maart 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Luc Van hoogenbemt, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

E. Francis A. Lievens

F. Van Volsem G. Jocqué L. Van hoogenbemt

Vrije woorden

  • Recht op een eerlijk proces

  • Strafzaken

  • Strafvordering

  • Onmogelijkheid de strafvordering in te stellen of voort te zetten met eerbiediging van het recht op een eerlijk proces

  • Sanctie

  • Niet-ontvankelijkheid van de strafvordering