- Arrest van 20 maart 2014

20/03/2014 - F.13.0014.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een onroerend goed of een gedeelte van een onroerend goed dat bestemd is voor de uitoefening van een eredienst in het openbaar, is vrijgesteld van kadastraal inkomen en van onroerende voorheffing; de eredienst wordt in het openbaar uitgeoefend indien ze toegankelijk is voor het publiek.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.13.0014.N

ZUSTERS VAN LIEFDE VAN J.M. TE SIJSELE vzw, met zetel te 9000 Gent, Molenaarsstraat 26,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Sport en Ruimtelijke Ordening, met kantoor te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 19,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 25 september 2012.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 17 januari 2014 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

Eerste subonderdeel

1. Artikel 253, eerste lid, 1°, WIB92 (Vlaams Gewest) stelt het kadastraal in-komen van de in artikel 12, § 1, vermelde onroerende goederen of delen van on-roerende goederen vrij van onroerende voorheffing.

Krachtens artikel 12, § 1, WIB92 is onder meer het kadastraal inkomen van de on-roerende goederen of delen van onroerende goederen die een belastingplichtige of een bewoner zonder winstoogmerk heeft bestemd voor het openbaar uitoefenen van een eredienst of van de vrijzinnige morele dienstverlening, vrijgesteld.

Hieruit volgt dat een onroerend goed of een gedeelte van een onroerend goed dat bestemd is voor de uitoefening van een eredienst in het openbaar, vrijgesteld is van kadastraal inkomen en van onroerende voorheffing.

De eredienst wordt in het openbaar uitgeoefend indien ze toegankelijk is voor het publiek.

2. De appelrechters stellen vast dat:

- het gaat om het belijden van een godsdienst in een huiskapel;

- de aanwezigheid van gelovigen niet wordt gestimuleerd en dat de misvieringen niet publiek bekend worden gemaakt.

3. De appelrechters die op deze gronden oordelen dat de uitoefening van de eredienst in het openbaar zoals bedoeld in artikel 253, eerste lid, 1°, WIB92 (Vlaams Gewest) juncto artikel 12, § 1, WIB92 het belijden van een godsdienst in de huiskapel overstijgt en om die reden de vrijstelling van onroerende voorheffing weigeren, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het subonderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede subonderdeel

4. De appelrechters oordelen niet alleen dat er geen vrijstelling is van onroe-rende voorheffing voor het klooster dat eigendom is van de eiseres, omdat de kloosterzusters niet beroepsmatig verbonden zijn met of activiteiten uitoefenen die inherent zijn aan het naastgelegen rust- en verzorgingstehuis en het aanpalend ziekenhuis, maar ook dat de omstandigheid dat thans nog vrijwilligerswerk wordt geleverd door een drietal kloosterzusters, niet tot gevolg heeft dat het pand waarin zij wonen, nog zou moeten worden vrijgesteld van onroerende voorheffing we-gens aanwending voor de uitoefening van de openbare eredienst.

Het subonderdeel dat niet opkomt tegen die zelfstandige reden, kan niet tot cassa-tie leiden en is derhalve niet ontvankelijk bij gebrek aan belang.

Tweede onderdeel

5. Artikel 253, eerste lid, 1°, WIB92 (Vlaams Gewest) stelt het kadastraal in-komen van de in artikel 12, § 1, vermelde onroerende goederen of delen van on-roerende goederen vrij van onroerende voorheffing.

Krachtens artikel 12, § 1, WIB92 is onder meer het kadastraal inkomen van de on-roerende goederen of delen van onroerende goederen die een belastingplichtige of een bewoner zonder winstoogmerk heeft bestemd voor het vestigen van hospita-len, klinieken, dispensaria, rusthuizen, vakantiehuizen voor kinderen of gepensio-neerden, of van andere soortgelijke weldadigheidsinstellingen, vrijgesteld.

Het bestemmen van een onroerend goed tot rusthuis veronderstelt het voorhanden zijn van de nodige infrastructuur voor het verblijf en de verzorging van bejaarden.

6. De appelrechters oordelen dat de eiseres tevergeefs laat gelden dat het klooster waarin enkel bejaarde zusters verblijven in werkelijkheid ook een rusthuis is, hetgeen veronderstelt dat niet alleen de nodige infrastructuur aanwezig is maar ook de vereiste erkenningen.

Op die grond vermochten de appelrechters te oordelen dat een klooster, waarin enkel bejaarde zusters verblijven, geen rusthuis is zoals bedoeld in artikel 12, § 1, WIB92.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Derde onderdeel

7. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de appelrechters oordelen dat de be-stemming van een klooster voor huisvesting van bejaarde kloosterzusters van de eigen congregatie op zich uitsluit dat dit klooster als een "soortgelijke weldadig-heidsinstelling" wordt aangezien, berust op een onjuiste lezing van het arrest en mist mitsdien feitelijke grondslag.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 136,13 euro en voor de verweerder op 109,05 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en op de openbare rechtszitting van 20 maart 2014 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche K. Moens B. Wylleman

G. Jocqué A. Smetryns B. Deconinck

Vrije woorden

  • Vrijstellingen

  • Bestemming voor een openbare eredienst