- Arrest van 20 maart 2014

20/03/2014 - F.13.0015.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Voor de in de artikelen 12, §1, en 253, eerste lid, 1°, van het WIB92 voorziene vrijstelling van onroerende voorheffing is vereist dat een belastingplichtige of een bewoner het onroerend goed zonder winstoogmerk heeft bestemd tot een doel bepaald in artikel 12, §1, WIB92; de afwezigheid van winstoogmerk dient steeds te worden beoordeeld in hoofde van diegene die het goed voor het specifieke doel aanwendt of bestemt: dit kan, hetzij de belastingplichtige, hetzij de bewoner zijn, maar beide voorwaarden, de bestemming tot het specifieke doel en de afwezigheid van winstoogmerk, moeten in hoofde van dezelfde persoon verenigd zijn (1). (1) Cass. 19 okt. 2012, AR F.11.0088.N, met concl. OM., AC 2012, nr. 546.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.13.0015.N

WAARBEEK nv, in vereffening, met zetel te 1730 Asse, Waarbeek 28,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de Vlaamse minister voor Financiën en Begroting, Sport en Ruimtelijke Ordening, met kantoor te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 19,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 11 september 2012.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 17 januari 2014 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens artikel 253, eerste lid, 1°, WIB92 (Vlaams Gewest), wordt van de onroerende voorheffing het kadastraal inkomen vrijgesteld van de in artikel 12, § 1, vermelde onroerende goederen of delen van onroerende goederen.

Krachtens artikel 12, § 1, WIB92 is het kadastraal inkomen vrijgesteld van de on-roerende goederen of delen van onroerende goederen die een belastingplichtige of een bewoner zonder winstoogmerk heeft bestemd voor het openbaar uitoefenen van een eredienst of van de vrijzinnige morele dienstverlening, voor onderwijs, voor het vestigen van hospitalen, klinieken, dispensaria, rusthuizen, vakantiehuizen voor kinderen of gepensioneerden, of van andere soortgelijke weldadigheids-instellingen.

Hieruit volgt dat voor deze vrijstelling van de onroerende voorheffing enkel ver-eist is dat een belastingplichtige of een bewoner het onroerend goed zonder winst-oogmerk heeft bestemd tot een doel bepaald in artikel 12, § 1, WIB92.

De afwezigheid van winstoogmerk dient steeds beoordeeld te worden in hoofde van diegene die het goed voor het vermelde specifieke doel aanwendt of bestemt. Dit kan, hetzij, de belastingplichtige, hetzij de bewoner zijn, maar beide voor-waarden, de bestemming tot het specifieke doel en de afwezigheid van winstoog-merk, moeten in hoofde van dezelfde persoon verenigd zijn.

Wanneer het goed door de eigenaar wordt verhuurd aan de bewoner die het goed zonder winstoogmerk aanwendt voor een van de doeleinden bepaald in artikel 12, § 1, WIB92, dan vormt de betaling van een huurprijs door de bewoner aan de ei-genaar geen beletsel voor de toekenning van de vrijstelling van de onroerende voorheffing.

2. De appelrechters oordelen dat het woord "of" in de zinsnede "die een belas-tingplichtige of een bewoner zonder winstoogmerk heeft bestemd" als cumulatief moet worden geïnterpreteerd en "het met andere woorden volstaat dat de belas-tingplichtige dan wel de bewoner niet zouden voldoen aan de voorwaarde van af-wezigheid van winstoogmerk opdat de vrijstelling zou geweigerd worden".

Zij weigeren de vrijstelling om de enkele reden dat er in hoofde van de eiseres in haar hoedanigheid van belastingplichtige eigenaar geen afwezigheid van winst-oogmerk is.

3. De appelrechters die op deze gronden oordelen dat de eiseres geen aan-spraak kan maken op de vrijstelling van onroerende voorheffing, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

4. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvanke-lijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, de raadsheren Alain Sme-tryns, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en op de openbare rechtszitting van 20 maart 2014 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche K. Moens B. Wylleman

G. Jocqué A. Smetryns B. Deconinck

Vrije woorden

  • Vrijstelling

  • Bestemming voor weldadigheidsinstellingen

  • Toepassingsvoorwaarden

  • Afwezigheid van winstoogmerk

  • Beoordeling