- Arrest van 20 maart 2014

20/03/2014 - F.13.0030.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De betekening van de fiscale voorziening, die ter griffie van het hof van beroep moet worden neergelegd, bij gerechtsdeurwaardersexploot aan de directeur der belastingen die de bestreden beslissing heeft gewezen, strekt ertoe een kopie van deze voorziening ter kennis te brengen van de directeur der belastingen en hem toe te laten zijn middelen van verweer uiteen te zetten (1). (1) Zie concl. OM.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.13.0030.N

W B,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de directeur der belastin-gen te Leuven, met kantoor te 3001 Leuven, Philipssite 3A, bus 1,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 21 november 2012.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 3 december 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Overeenkomstig artikel 378, eerste lid, WIB92, in de versie voor de wijzi-ging ervan bij wet van 15 maart 1999, dient de fiscale voorziening, die ter griffie van het hof van beroep moet worden neergelegd, bij gerechtsdeurwaardersexploot te worden betekend aan de directeur der belastingen die de bestreden beslissing heeft gewezen.

Deze betekening strekt ertoe een kopie van deze voorziening ter kennis te brengen van de directeur der belastingen en hem toe te laten zijn middelen van verweer uiteen te zetten.

2. Krachtens artikel 2 Gerechtelijk Wetboek zijn de in dat wetboek gestelde regels van toepassing zijn op alle rechtsplegingen, behoudens wanneer deze gere-geld worden door niet uitdrukkelijk opgeheven wetsbepalingen of door rechtsbe-ginselen waarvan de toepassing niet verenigbaar is met de toepassing van de bepa-lingen van dit wetboek.

Krachtens artikel 867 Gerechtelijk Wetboek, zoals hier van toepassing, kan het verzuim of de onregelmatigheid van de vorm van een proceshandeling of van de vermelding van een vorm niet tot nietigheid leiden, wanneer uit de gedingstukken blijkt ofwel dat de handeling het doel heeft bereikt dat de wet ermee beoogt, ofwel dat de niet-vermelde vorm werkelijk in acht is genomen.

3. Door de fiscale voorziening onontvankelijk te verklaren omdat deze niet werd betekend aan de directeur der belastingen en het verval ten gevolge van het niet-naleven van de verplichting tot betekening de openbare orde raakt en bijge-volg niet verenigbaar is met de toepassing van artikel 867 Gerechtelijk Wetboek, terwijl de appelrechter vaststelt dat uit het administratief dossier blijkt dat de ge-westelijke directeur kennis kreeg van een kopie van de voorziening en uit de stuk-ken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat de verweerder in het kader van de fiscale voorziening verweer heeft kunnen voeren, verantwoordt hij zijn beslis-sing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 20 maart 2014 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche K. Moens B. Wylleman

G. Jocqué A. Smetryns B. Deconinck

Vrije woorden

  • Vormvereisten

  • Betekening aan de directeur der belastingen

  • Doel