- Arrest van 20 maart 2014

20/03/2014 - F.12.0199.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Als op de dag van het overlijden bestaande schulden in de zin van art. 27 Wetboek Successierechten, kunnen slechts worden beschouwd de schulden die een zekere en definitieve last van de nalatenschap vormen (1). (1) Zie concl. OM.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.12.0199.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de ontvanger van het re-gistratiekantoor te Zaventem, met kantoor te 1930 Zaventem, Willem Lambert-straat 2A,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

R W,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de verweerder woon-plaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 14 juni 2012.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 25 juni 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Artikel 27 Wetboek Successierechten bepaalt dat als aannemelijk passief met betrekking tot de nalatenschap van een Rijksinwoner slechts gelden de op de dag van het overlijden bestaande schulden en de begrafeniskosten.

2. Als op de dag van het overlijden bestaande schulden kunnen slechts worden beschouwd de schulden die een zekere en definitieve last van de nalatenschap vormen.

Hieruit volgt dat een schuld uit hoofde van een door de overledene verleende borgstelling slechts in het passief kan worden opgenomen in de mate waarin de nalatenschap de gewaarborgde schuld heeft betaald en zij, ten gevolge van de in-solvabiliteit van de hoofdschuldenaar, niet beschikt over nuttige verhaalmogelijk-heden tegen deze laatste.

Deze regel geldt evenzeer wanneer de hoofschuldenaar tevens erfgenaam is.

3. Door te oordelen dat het vereiste van bewijs van daadwerkelijke betaling door de nalatenschap geen bestaansreden heeft indien de hoofdschuldenaar erfge-naam is van de nalatenschap, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 20 maart 2014 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche B. Wylleman F. Van Volsem

G. Jocqué A. Smetryns B. Deconinck

Vrije woorden

  • Aannemelijk passief

  • Op de dag van het overlijden bestaande schulden