- Arrest van 20 maart 2014

20/03/2014 - C.12.0538.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 1 van de wet van 30 april 1951 op de handelshuurovereenkomsten houdt in dat de regels betreffende de handelshuur slechts toepasselijk zijn indien de huurder als uitbater van een kleinhandel in rechtstreeks contact staat met het publiek in het algemeen, derwijze dat hij een eigen cliënteel kan opbouwen verbonden aan de door hem gehuurde lokalen zodat wanneer de huurder een ruimte huurt binnenin een grootwarenhuis dat openstaat voor het publiek in het algemeen, om er als zelfstandige een kleinhandel uit te baten, niet kan worden vermoed dat de huurder in de mogelijkheid is een eigen cliënteel op te bouwen dat op beduidende wijze onderscheiden is van dat van het grootwarenhuis aangezien dit publiek in de eerste plaats het cliënteel is van het grootwarenhuis; om te bepalen of dergelijke huur, ondanks de door de partijen aan de overeenkomst gegeven andere kwalificatie, toch onder het toepassingsveld valt van de wet van 30 april 1951 op de handelshuurovereenkomsten, dient de rechter in feite na te gaan of de huurder gelet op de bijzondere omstandigheden en modaliteiten van de uitbating, waaronder de ligging, het permanent en vast karakter van de verhuurde ruimte, de toegang tot die ruimte, het autonoom karakter van de uitbating, in de mogelijkheid is een eigen cliënteel op te bouwen dat op beduidende wijze onderscheiden is van dat van het grootwarenhuis (1). (1) Zie Cass. 2 maart 1989, AR 6216, AC 1988-89, nr. 375; Cass. 29 nov. 2001, AR C.98.0064.N, AC 2001, nr. 654, met concl. van advocaat-generaal G. Dubrulle.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0538.N

LIDL BELGIUM GmbH. & Co KG, vennootschap naar Duits recht, met zetel te 74172 Neckarsulm (Duitsland), Stiftsbergstrasse 1, met kantoor te 9820 Merel-beke, Guldensporenpark 9, blok J,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

WAJO bvba, met zetel te 9940 Evergem, Callemansputtestraat 80,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de verweerster woon-plaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van koophandel te Brugge van 4 mei 2012.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede middel

1. Krachtens artikel 1 van de Wet van 30 april 1951 op de handelshuurover-eenkomsten zijn de regels betreffende de handelshuur van toepassing op de huur van onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen die door de huur-der of door een onderhuurder in hoofdzaak gebruikt worden voor het uitoefenen van een kleinhandel of voor een bedrijf van een ambachtsman die rechtstreeks in contact staat met het publiek.

2. Die bepaling houdt in dat de regels betreffende de handelshuur slechts toe-passelijk zijn indien de huurder als uitbater van een kleinhandel in rechtstreeks contact staat met het publiek in het algemeen, derwijze dat hij een eigen cliënteel kan opbouwen verbonden aan de door hem gehuurde lokalen.

Wanneer de huurder een ruimte huurt binnenin een grootwarenhuis dat openstaat voor het publiek in het algemeen, om er als zelfstandige een kleinhandel uit te ba-ten, kan, aangezien dit publiek in de eerste plaats het cliënteel is van het grootwa-renhuis, niet worden vermoed dat de huurder in de mogelijkheid is een eigen cli-enteel op te bouwen dat op beduidende wijze onderscheiden is van dat van het grootwarenhuis.

Om te bepalen of dergelijke huur, ondanks de door de partijen aan de overeen-komst gegeven andere kwalificatie, toch onder het toepassingsveld valt van de Wet van 30 april 1951 op de handelshuurovereenkomsten, dient de rechter in feite na te gaan of de huurder gelet op de bijzondere omstandigheden en modaliteiten van de uitbating, waaronder de ligging, het permanent en vast karakter van de verhuurde ruimte, de toegang tot die ruimte, het autonoom karakter van de uitba-ting, in de mogelijkheid is een eigen cliënteel op te bouwen dat op beduidende wijze onderscheiden is van dat van het grootwarenhuis.

3. De appelrechters oordelen, wat betreft de vereiste van rechtstreeks contact met het publiek en de mogelijkheid een eigen cliënteel op te bouwen, dat:

- de verweerster perfect haar eigen cliënteel kan opbouwen zonder dat dit iden-tiek is aan het cliënteel van de eiseres;

- dit zich in de praktijk ook voordoet en in de hand wordt gewerkt door het feit dat verweerster voor eigen rekening werkt;

- de verweerster "klanten ziet die enkel voor beenhouwerijproducten komen aankopen, wanneer zij speciale acties onderneemt (bvb barbecue-seizoen of wildseizoen) en die helemaal niet aankopen bij (eiseres)".

4. De appelrechters die op die gronden tot de toepasselijkheid van de wet op de handelshuurovereenkomst besluiten, zonder na te gaan of de verweerster gelet op de bijzondere omstandigheden en modaliteiten van de uitbating in de mogelijk-heid is een eigen cliënteel op te bouwen dat op beduidende wijze onderscheiden is van dat van het grootwarenhuis, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is in zoverre gegrond.

Overige grieven

5. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre het oordeelt over de ontvanke-lijkheid van het hoger beroep.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van koophandel te Kortrijk, rechtszitting houdende in hoger beroep.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 20 maart 2014 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche K. Moens B. Wylleman

G. Jocqué A. Smetryns B. Deconinck

Vrije woorden

  • Doel van de wet

  • Kleinhandel in grootwarenhuis