- Arrest van 21 maart 2014

21/03/2014 - C.13.0472.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Hoger beroep kan niet worden ingesteld tegen vonnissen en beschikkingen, voor zover ze uitspraak doen over de zwarigheden omtrent de tenuitvoerlegging; zwarigheden omtrent de tenuitvoerlegging zijn die welke ontstaan na de aanstelling van de notaris en die, aangezien ze betrekking hebben op de regelmatigheid van het verloop en niet op de wettigheid ervan, geen betrekking hebben op het voorwerp van het beslag, noch op de uitvoerbare titel, noch op de nietigheid van de akten betreffende de toewijzing (1). (1) Zie Cass. 4 feb. 1988, AR 5639, AC 1987-88, nr. 337.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0472.F

1. J. E A.,

2. M. E. A.,

Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. S. D.,

2. N. A.,

3. B.C.S. INVEST sprl,

4. P. C.,

5. A. K.,

6. H. Z.,

7. A. K.,

8. Y. K.,

9. L. P.,

10. H. C.,

Mr. Paul Alain Foriers,advocaat bij het Hof van Cassatie,

11. RECORD BAND sa.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 25 april 2013.

Afdelingsvoorzitter Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het door de tiende verweerder tegen het cassatieberoep opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid: het bestreden vonnis is niet gewezen in laatste aanleg.

Artikel 616 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat tegen ieder vonnis hoger beroep kan worden ingesteld, tenzij de wet anders bepaalt.

Artikel 1623 van hetzelfde wetboek bepaalt dat, indien na de beschikking tot be-noeming van de notaris tussen partijen zwarigheden omtrent de tenuitvoerlegging rijzen, de rechter daarover uitspraak doet.

Krachtens artikel 1624, tweede lid, 2°, van dat wetboek kan hoger beroep niet worden ingesteld tegen vonnissen of beschikkingen, voor zover ze uitspraak doen over zwarigheden omtrent de tenuitvoerlegging.

De zwarigheden omtrent de tenuitvoerlegging bedoeld in laatstgenoemde bepa-ling, die enkel van toepassing is op de procedure betreffende het beslag op onroe-rend goed, zijn die welke ontstaan na de aanstelling van de notaris en die, aange-zien ze betrekking hebben op de regelmatigheid van het verloop en niet op de wet-tigheid ervan, geen betrekking hebben op het voorwerp van het beslag, noch op de uitvoerbare titel, noch op de nietigheid van de akten betreffende de toewijzing

Het bestreden vonnis, dat uitspraak doet over een vordering tot nietigverklaring van de toewijzing van drie onroerende goederen die is ingesteld op grond van ar-tikel 1622 Gerechtelijk Wetboek en steunt op de in artikel 1582 van dat wetboek bedoelde nietigheid, doet geen uitspraak over een zwarigheid omtrent de tenuit-voerlegging in de zin van artikel 1624, tweede lid, 2°, ervan en is bijgevolg vatbaar voor hoger beroep.

Het middel van niet-ontvankelijkheid is gegrond.

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Michel Lemal, Marie-Claire Ernotte en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 21 maart 2014 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Uitvoerend beslag op onroerend goed

  • Vonnis en beschikkking over de zwarigheden omtrent de tenuitvoerlegging

  • Geen hoger beroep

  • Zwarigheden omtrent de tenuitvoerlegging