- Arrest van 25 maart 2014

25/03/2014 - P.14.0467.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Ontvankelijk is het cassatieberoep van een aangehouden inverdenkinggestelde tegen de beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling die oordeelt dat er geen redenen bestaan om de voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht te doen uitvoeren (1). (1) Impliciete oplossing.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.14.0467.N

M A,

inverdenkinggestelde, aangehouden,

eiser,

met als raadsman mr. Philip Daeninck, advocaat bij de balie te Hasselt.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 13 maart 2014.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 16, § 1 en § 5, 21, § 5 en 30 Voorlopige Hechteniswet: het arrest oordeelt dat er geen reden is om de ge-vangenisstraf onder elektronisch toezicht te doen uitvoeren, gelet op de gevaren voor de openbare veiligheid, terwijl er in het kader van de voorlopige hechtenis geen sprake is van een gevangenisstraf en de openbare veiligheid geen beletsel vormt voor het toekennen van elektronisch toezicht; integendeel, het bestaan van gevaar voor de openbare veiligheid is een grondvereiste voor de aanhouding en dus voor het elektronisch toezicht dat er een uitvoeringsmodaliteit van is.

2. De vermelding in het arrest "Er bestaat dan ook geen reden om de gevange-nisstraf onder elektronisch toezicht te doen uitvoeren" is, gelezen in de context van de redenen van het arrest, kennelijk een verschrijving die het Hof vermag te verbeteren. Waar "gevangenisstraf" staat dient "voorlopige hechtenis" te worden gelezen.

3. De gegevens eigen aan de zaak en aan de persoonlijkheid van de verdachte die dermate de openbare veiligheid raken dat hierdoor de handhaving van de voorlopige hechtenis volstrekt noodzakelijk is, kunnen ook van aard zijn om het elektronisch toezicht uit te sluiten. Het onderzoeksgerecht oordeelt hierover onaantastbaar.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

Tweede middel

4. Het middel voert schending aan van artikel 23, 4°, Voorlopige Hechtenis-wet: het arrest antwoordt niet op eisers verweer over zijn medische toestand en de mogelijkheid om de voorlopige hechtenis door een hechtenis onder elektronisch toezicht uit te voeren.

5. Uit zijn appelconclusie blijkt dat de eiser het argument over zijn medische toestand heeft gevoerd in het ruimer kader van zijn verweer over de mogelijkheid maatregelen te treffen die minder ver gaan dan de uitvoering van de voorlopige hechtenis in de gevangenis.

6. Met de redenen die het bevat, oordeelt het arrest dat het voor de openbare veiligheid, op dat ogenblik, nog steeds noodzakelijk is de voorlopige hechtenis te handhaven en de uitvoering ervan door elektronisch toezicht uit te sluiten.

7. Met deze redenen beantwoordt het arrest eisers verweer zonder dat het daarbij hoeft te antwoorden op elk argument dat enkel tot staving van dit verweer werd aangevoerd zonder een afzonderlijk middel te vormen.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 100,71 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Peter Hoet en Erwin Francis, en op de openbare rechtszit-ting van 25 maart 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

E. Francis P. Hoet

A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei

Vrije woorden

  • Kamer van inbeschuldigingstelling

  • Beslissing

  • Geen redenen om de voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht uit te voeren

  • Ontvankelijkheid van de voorziening