- Arrest van 26 maart 2014

26/03/2014 - P.13.1860.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Orale penetratie met een borst, die een baby wordt opgedrongen om zijn seksuele driften te bevredigen, kan, in bepaalde omstandigheden, als verkrachting worden omschreven (1). (1) Zie concl. OM in Pas. 2014, nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1860.F

A. M.,

Mr. Marc Preumont, advocaat bij de balie te Namen, en mr. Shelley Henrotte, ad-vocaat bij de balie te Brussel,

tegen

1. V. B., optredend in eigen naam en in de hoedanigheid van wettig beheerster van de goederen van haar minderjarige zoon A. C.,

2. D. C., optredend in eigen naam en in de hoedanigheid van wettig beheerder van de goederen van zijn minderjarige zoon A. C.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, cor-rectionele kamer, van 21 oktober 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft op 19 februari 2014 een conclusie neer-gelegd op de griffie van het Hof.

Op de rechtszitting van 26 maart 2014 heeft raadsheer Françoise Roggen verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de veroordelende beslissing op de strafvordering tegen de eiser

Eerste middel

De eiser voert aan dat het arrest tegenstrijdig is doordat het jegens hem, enerzijds, een positieve daad van deelneming aan het misdrijf en, anderzijds, schuldige nala-tigheid als een aanmoediging tot het plegen van het misdrijf in aanmerking neemt.

De aangevoerde schending van de artikelen 66 en 67 Strafwetboek wordt alleen afgeleid uit de voormelde tegenstrijdigheid. Het middel, dat niet vermeldt waarom het arrest die wetsbepalingen overtreedt is onnauwkeurig, mitsdien niet ontvankelijk.

Het is niet tegenstrijdig te oordelen dat de eiser, eensdeels, de voltrekking van de verkrachting heeft aangemoedigd door zijn bewuste en opzettelijke nalatigheid en, anderdeels, ook een positieve daad van deelneming heeft gesteld aan het misdrijf bedoeld in artikel 375 Strafwetboek door de eerbaarheid van het kind tijdens de-zelfde scène aan te randen, in het kader van een scenario dat lang op voorhand was bedacht.

Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.

Tweede middel

Eerste onderdeel

De eiser voert aan dat het simuleren van borstvoeding niet beschouwd kan worden als een daad van seksuele penetratie die een verkrachting oplevert.

Het arrest oordeelt dat de eiser en zijn partner het kind hebben ontkleed, zich heb-ben uitgekleed en naast hem seksuele betrekkingen hebben onderhouden. Volgens de appelrechters heeft die relatie plaatsgehad nadat de eiser het geslachtsdeel van het kind in de mond heeft genomen en zijn vriendin haar borst in de mond van de baby heeft gestopt om haar seksuele driften te bevredigen.

Het hof van beroep heeft de orale penetratie die het kind in de aldus beschreven omstandigheden werd opgedrongen als verkrachting kunnen kwalificeren.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

De eiser voert aan dat de appelrechters niet tot het gebrek aan toestemming van het kind hebben kunnen besluiten, aangezien borstvoeding een handeling is waarmee een zuigeling alleen maar kan toestemmen.

Het arrest oordeelt niet dat de orale penetratie die het slachtoffer werd opgedron-gen slechts de draagwijdte van een gesimuleerde borstvoeding zou hebben gehad.

De appelrechters dienden het gebrek aan toestemming van het kind niet "aan te tonen", vermits dat als onweerlegbaar vermoeden blijkt uit de beslissing om het feit te omschrijven als een daad van seksuele penetratie op de persoon van een kind beneden de leeftijd van veertien jaar.

Het middel kan dus niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissingen op de burger-lijke rechtsvorderingen tegen de eiser van V. B. en D. C. optredend in eigen naam en qualitate qua

De eiser voert geen middel in het bijzonder aan.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 26 maart 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Verkrachting

  • Bestanddelen

  • Slachtoffer

  • Kind beneden de leeftijd van veertien jaar

  • Daad van seksuele penetratie

  • Begrip

  • Orale penetratie met een borst