- Arrest van 27 maart 2014

27/03/2014 - C.12.0518.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid is enkel vereist wanneer de stedenbouwkundige inspecteur overgaat tot ambtshalve uitvoering van de veroordeling tot herstel en niet bij de invordering van de verbeurde dwangsom.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0518.N

D V L,

eiser,

toegelaten tot de rechtsbijstand bij beslissing van het bureau voor rechtsbijstand van het Hof van 26 oktober 2012, nr. G.12.0185.N

vertegenwoordigd door mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, bevoegd voor het grondgebied van de provincie Oost-Vlaanderen, optredend namens het Vlaamse Gewest, met kantoor te 9000 Gent, Gebroeders Van Eycklaan 2-6, die woonplaats heeft gekozen bij gerechtsdeurwaarder Paul Vandemeulebroecke, met kantoor te 9300 Aalst, Korte Zoutstraat 32,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 15 mei 2012.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. Krachtens artikel 149, vijfde lid, Stedenbouwdecreet 1999 bepaalt de rechtbank een termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregelen, bepaald in het eerste lid, en kan zij, op vordering van de stedenbouwkundig inspecteur, een dwangsom opleggen per dag vertraging in de tenuitvoerlegging van de her-stelmaatregel.

Krachtens artikel 153, eerste lid, Stedenbouwwet 1999 beveelt het vonnis van de rechter bedoeld in artikel 149 dat de stedenbouwkundig inspecteur ambts-halve kan voorzien in de uitvoering ervan, voor het geval de plaats niet binnen de door de rechtbank bepaalde termijn in de vorige staat wordt hersteld.

Krachtens artikel 153, tweede lid, Stedenbouwwet 1999 kan de stedenbouw-kundig inspecteur de ambtshalve uitvoering van het vonnis slechts opstarten na eensluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid.

2. Hieruit volgt dat het advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid en-kel vereist is wanneer de stedenbouwkundig inspecteur overgaat tot ambtshalve uitvoering van de veroordeling tot herstel in de vorige toestand en niet bij de invordering van de verbeurde dwangsom.

Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Tweede onderdeel

3. De appelrechter laat zijn beslissing dat een voorafgaand advies niet ver-eist is, steunen op de gronden uiteengezet in randnummers 3.6 en 3.7 van het arrest.

4. De redenen die het onderdeel bekritiseert en die betrekking hebben op een eventuele schending van de Grondwet zijn ten overvloede gegeven.

Het onderdeel is niet ontvankelijk.

Tweede middel

5. De appelrechter oordeelt dat de verweerder niet kan verweten worden dat hij ervoor kiest om het middel van de dwangsom te gebruiken en de veroor-deelde aan te zetten tot volledige nakoming van de hoofdveroordeling, en dat hij door het herhaaldelijk invorderen van de dwangsommen de eiser duidelijk maakte dat hij de nakoming van de hoofdveroordeling wenste.

6. Anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, onderzoekt de appelrechter aldus of de verweerder rechtsmisbruik heeft gepleegd door het herstel te blij-ven bewerkstelligen middels dwangsommen.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 715,16 euro en voor de verweerder op nul euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, sa-mengesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 27 maart 2014 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky K. Moens B. Wylleman

G. Jocqué K. Mestdagh B. Deconinck

Vrije woorden

  • Herstel van plaats in de vorige staat

  • Stedenbouwkundig inspecteur

  • Ambtshalve uitvoering

  • Advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid

  • Toepassingsgebied

  • Invordering van dwangsom