- Arrest van 2 april 2014

02/04/2014 - P.13.1914.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een vonnis wordt ten aanzien van de vervolgde persoon bij verstek gewezen, wanneer die niet geantwoord heeft op de tegen hem op de rechtszitting genomen vordering of op enig ander verweer vergend element dat vervolgens door het openbaar ministerie tegen hem wordt ingebracht; daaruit volgt dat een vonnis bij verstek is gewezen wanneer de beklaagde, na de hem betreffende vordering te hebben gehoord, zich aan het debat onttrekt (1). (1) Zie concl. OM in Pas. 2014, nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1914.F

F. S.,

Mr. Joël Baudoin, advocaat bij de balie te Neufchâteau.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Aarlen van 16 oktober 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft op 25 maart 2014 een conclusie neergelegd op de griffie van het Hof.

Op de rechtszitting van 2 april 2014 heeft raadsheer Françoise Roggen verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Om het hoger beroep van de eiser tegen het vonnis van 13 december 2012 niet-ontvankelijk te verklaren en het hoger beroep ongegrond te verklaren tegen het vonnis van 28 maart 2013, waarbij zijn verzet werd afgewezen tegen het vonnis van 13 december 2012, hebben de appelrechters het tegensprekelijk karakter daar-van aangenomen.

Het middel voert aan dat de appelrechters, door het vonnis van 13 december 2012 te kwalificeren als op tegenspraak gewezen, het begrip verstekvonnis hebben ge-schonden, bedoeld in artikel 186 Wetboek van Strafvordering.

Een vonnis wordt ten aanzien van de vervolgde persoon bij verstek gewezen, wanneer die niet geantwoord heeft op de tegen hem op de rechtszitting genomen vordering of op enig ander element dat verweer vergt dat vervolgens door het openbaar ministerie tegen hem werd ingebracht. Daaruit volgt dat een vonnis bij verstek wordt gewezen wanneer de beklaagde, na de hem betreffende vordering te hebben gehoord, zich aan het debat onttrekt.

De appelrechters, die oordelen dat de advocaat van de eiser vóór de vordering van het openbaar ministerie geen protest heeft aangetekend en hij, zo hij verstek wilde laten, de rechtszitting had moeten verlaten zodra de rechtbank weigerde hem een nieuw uitstel te verlenen, verantwoorden hun beslissing dat het vonnis vervolgens op tegenspraak werd gewezen niet naar recht.

Het middel is in zoverre gegrond.

Er is geen grond om de overige middelen te onderzoeken, daar ze niet kunnen lei-den tot cassatie, anders dan in het beschikkend gedeelte gesteld.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank te Namen, zitting houdende in hoger beroep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 2 april 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Verstekarrest

  • Begrip

  • Beklaagde laat verstek gaan na de vordering van het openbaar ministerie