- Arrest van 2 april 2014

02/04/2014 - P.14.0319.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Indien, naar luid van artikel 336, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, het hof van assisen naar aanleiding van het opstellen van de motivering eenparig overtuigd is dat de gezworenen zich kennelijk hebben vergist betreffende de voornaamste redenen, inzonderheid wat betreft het bewijs, de inhoud van juridische begrippen of de toepassing van rechtsregels die hebben geleid tot de beslissing, verklaart het hof bij een met redenen omkleed arrest dat de zaak wordt uitgesteld en het verwijst de zaak naar een volgende zitting, om te worden onderworpen aan een nieuwe jury en aan een nieuw hof; de wet die bij artikel 337, derde lid van hetzelfde wetboek, een onmiddellijk cassatieberoep instelt tegen het arrest van het hof van assisen dat de beslissing van de jury nietig verklaart, heeft aldus het toezicht van het Hof op de wettigheid van een dergelijke beslissing mogelijk willen maken (1). (1) Zie Cass. 30 maart 2011, AR P.10.1940.F, AC 2011, nr. 237 met concl. OM in Pas.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.14.0319.F

I. en II. PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE LUIK,

tegen

1. Y. H.,

2. H. D.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen twee arresten van het hof van assisen van de provincie Luik van 23 januari 2014, respectievelijk gewezen onder de nummers 277 en 278.

De eiser voert in de akte van verklaring van cassatieberoep, gericht tegen de eerste beslissing, twee middelen aan. Die akte is in een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest gehecht.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal DamienVandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoep gericht tegen het motiverend arrest met nummer 277

Tweede middel

Het middel, dat de schending aanvoert van artikel 336, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, verwijt het arrest dat het de redenen niet bevat die het uitstel en de verwijzing van de zaak betreffende de schuldig verklaarde verweerders naar een latere zitting, naar recht verantwoorden.

Indien, krachtens die bepaling, het hof van assisen naar aanleiding van het opstel-len van de motivering eenparig overtuigd is dat de gezworenen zich kennelijk hebben vergist betreffende de voornaamste redenen, inzonderheid wat betreft het bewijs, de inhoud van juridische begrippen of de toepassing van rechtsregels die hebben geleid tot de beslissing, verklaart het bij een met redenen omkleed arrest dat de zaak wordt uitgesteld en verwijst het de zaak naar een nieuwe zitting, om te worden onderworpen aan een nieuwe jury en aan een nieuw hof.

De wet die bij artikel 337, derde lid, Wetboek van Strafvordering, een onmiddel-lijk cassatieberoep invoert tegen het arrest van het hof van assisen dat de beslissing van de jury nietig verklaart, heeft aldus het toezicht van het Hof op de wettigheid van een dergelijke beslissing mogelijk willen maken.

Zonder de redenen van de jury uiteen te zetten, beslist het arrest dat het hof eenparig overtuigd is dat de gezworenen, bij het opstellen van de motivering, door bevestigend te antwoorden op de hoofdvragen met betrekking tot de schuldigverklaring van de verweerders aan opzettelijke doodslag, zich kennelijk hebben vergist betreffende de voornaamste redenen, inzonderheid wat betreft het bewijs, de inhoud van juridische begrippen of de toepassing van rechtsregels die hebben geleid tot de beslissing.

Het oordeelt dienaangaande dat de jury het begrip deelneming aan een misdaad heeft verward met het opzet te doden, om de schuldigverklaring van beide ver-weerders te verantwoorden.

Die motivering stelt het Hof niet in staat het hem opgedragen toezicht uit te oefe-nen.

Het middel is gegrond.

De vernietiging van de beslissing over de motivering strekt zich uit tot het geheel van het debat alsook tot de verklaring van de jury.

Het eerste middel, dat niet tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing kan leiden, behoeft geen nader onderzoek.

B. Cassatieberoep tegen het veroordelend arrest met nummer 278

Het arrest bevat geen enkele beslissing met betrekking tot de verweerders.

Het cassatieberoep is niet ontvankelijk bij gebrek aan belang.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest dat op 23 januari 2014 met het nummer 277 is ge-wezen in de zaak van Y. H. en H. D. en verklaart, voor wat hen aanbelangt, het debat en de verklaring van de jury nietig.

Beveelt dat dit arrest zal worden overgeschreven in de registers van het hof van assisen van de provincie Luik en dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Verwerpt het cassatieberoep tegen het arrest dat dezelfde dag door hetzelfde hof met het nummer 278 is gewezen.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van assisen van de provincie Namen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 2 april 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Schuldigverklaring

  • Toepassing van artikel 336 Wetboek van Strafvordering

  • Met redenen omkleed arrest van verwijzing naar een andere zitting

  • Cassatieberoep

  • Onmiddellijk cassatieberoep

  • Ontvankelijkheid