- Arrest van 3 april 2014

03/04/2014 - F.12.0205.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De vennoot van een coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid die na haar oprichting tot de vennootschap toegetreden is en wiens handtekening niet wordt voorafgegaan door de met de hand geschreven vermelding “Goed voor onbeperkte en hoofdelijke verbintenis”, is niet gehouden tot de schulden van de vennootschap (1). (1) Zie concl. OM.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.12.0205.N

A.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Ontvanger der directe belastingen Mechelen - Vennootschappen 4, met kantoor te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24, bus 11,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 juni 2012.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 11 december 2013 een schriftelijke conclu-sie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Overeenkomstig artikel 357, § 3, eerste lid, Wetboek van Vennootschappen geschieden de inschrijvingen in het aandelenregister van een coöperatieve ven-nootschap op grond van documenten met bewijskracht, die gedagtekend en ondertekend zijn.

Met betrekking tot de inschrijvingen in het aandelenregister van een coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid, bepaalt artikel 357, § 3, tweede lid, Wetboek van Vennootschappen dat de handtekening de ondertekenaar slechts verbindt op voorwaarde dat zij wordt voorafgegaan door de met de hand geschre-ven vermelding "Goed voor onbeperkte en hoofdelijke verbintenis".

2. De vennoot van een coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprake-lijkheid die na haar oprichting tot de vennootschap toegetreden is en wiens hand-tekening niet wordt voorafgegaan door de met de hand geschreven vermelding "Goed voor onbeperkte en hoofdelijke verbintenis", is niet gehouden tot de schul-den van de vennootschap.

3. Uit het arrest blijkt dat:

- een oprichter van de coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijk-heid Quality Masters één B-aandeel van die vennootschap heeft verkocht aan de eiser;

- de handtekening van de eiser in het aandelenregister voorafgegaan werd door de voorafgedrukte vermelding "Goed voor aanvaarding der statuten".

4. Door te oordelen dat de voorafgedrukte vermelding "Goed voor aanvaar-ding der statuten" dezelfde draagwijdte heeft als de met de hand geschreven ver-melding "Goed voor onbeperkte en hoofdelijke verbintenis" en de eiser gehouden is tot de betaling van een schuld van de vennootschap, schenden de appelrechters artikel 357, § 3, tweede lid, Wetboek van Vennootschappen.

Het onderdeel is gegrond.

Tweede onderdeel

5. Indien een uitvoerbaar verklaard kohier in de regel slechts ten uitvoer kan worden gelegd tegen de bij name in dat kohier vermelde belastingschuldige of be-lastingschuldigen, dan is de tenuitvoerlegging van het kohier tegen andere perso-nen mogelijk wanneer zulks voortvloeit uit het systeem van de wet.

6. Het verzet tegen het dwangbevel door personen die niet zijn opgenomen in het kohier, zoals te dezen de eiser in zijn hoedanigheid van vennoot van de ven-nootschap die in het kohier als belastingplichtige is vermeld, doet geen geschil rij-zen betreffende de toepassing van de belastingwet zoals bedoeld in artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek, maar betreft de invordering van de belas-tingschuld.

7. De appelrechters die oordelen dat de vordering van de eiser niet ontvanke-lijk is omdat het ter zake om een geschil gaat bedoeld in artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek dat slechts toegelaten is indien de eiser voorafgaande-lijk het door hem of krachtens de wet georganiseerde administratief beroep heeft ingesteld, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 3 april 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols K. Moens B. Wylleman

K. Mestdagh B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • C.V.O.A.

  • Schulden van de vennootschap

  • Aansprakelijkheid vennoten