- Arrest van 3 april 2014

03/04/2014 - F.13.0061.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

In de gevallen waarin de heffingsplichtige geen aangifte heeft gedaan, is de Vlaamse milieumaatschappij verplicht de heffing van ambtswege te vestigen ten einde de hieraan verbonden regels inzake de bewijslast te eerbiedigen en het recht van verdediging van de belastingplichtige te vrijwaren; zij kan in die gevallen bijgevolg geen gebruik maken van de procedure van rechtzetting van de aangifte; de omstandigheid dat zij de gegevens nodig om de heffing te vestigen verkregen heeft op een andere manier dan via een door de heffingsplichtige ingediende aangifte, vermag hieraan geen afbreuk te doen.


Arrest - Integrale tekst

Nr. F.13.0061.N

VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ, met zetel te 9320 Aalst (Erembode-gem), Alfons Van De Maelestraat 96,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

Dirk BAILLEUL, advocaat, met kantoor te 8620 Nieuwpoort, Astridlaan 19, als van curator van het faillissement van Flanders Quality Patat bvba,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 3 mei 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 12 december 2013 een schriftelijke conclu-sie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede middel

1. Krachtens artikel 35octies, § 1, eerste lid, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren, hierna Oppervlaktewaterenwet, tegen verontreiniging is de in artikel 35quinquies bedoelde heffingsplichtige, met uit-zondering van de in categorie 56 van de bijlage 1 bij deze wet bedoelde heffings-plichtige, verplicht voor 15 maart van elk heffingsjaar een aangifte bij de Vlaamse Milieumaatschappij, hierna VMM, in te dienen met de nodige gegevens voor de berekening van de vuilvracht.

Artikel 35undecies, § 2, van deze wet bepaalt dat wanneer de VMM meent de aangifte of melding te moeten rechtzetten die door de heffingsplichtige is inge-diend binnen de in artikel 35octies, § 1 en § 2, bepaalde termijn en die voldoet aan de vormvereisten, zij hem de rechtzetting die zij voorstelt per aangetekend schrij-ven ter kennis brengt, met vermelding van de redenen die dit naar haar oordeel rechtvaardigen. Het bericht van rechtzetting vermeldt de modaliteiten die de hef-fingsplichtige moet eerbiedigen om het te beantwoorden.

Overeenkomstig artikel 35duodecies, § 1, eerste lid, 1°, Oppervlaktewaterenwet kan de VMM overgaan tot een heffing van ambtswege op grond van de gegevens waarover zij beschikt, in de gevallen waarin de heffingsplichtige nagelaten heeft indien hij daartoe verplicht is, een aangifte of melding in te dienen binnen de in artikel 35octies, § 1 en § 2, bepaalde termijn.

Krachtens artikel 35duodecies, § 2, Oppervlaktewaterenwet brengt de VMM, voor de heffing van ambtswege wordt gevestigd, een bericht van heffing van ambtswe-ge per aangetekend schrijven ter kennis aan de heffingsplichtige.

Naar luid van artikel 35duodecies, § 3, Oppervlaktewaterenwet, in zijn toepasse-lijke versie, wordt aan de heffingsplichtige een termijn van één maand vanaf de verzending van het bericht van heffing van ambtswege toegestaan om zijn eventu-ele opmerkingen schriftelijk in te brengen.

Overeenkomstig artikel 35duodecies, § 5, Oppervlaktewaterenwet behoort het aan de heffingsplichtige, indien een heffing van ambtswege is gevestigd, het bewijs te leveren van het juiste bedrag van de verschuldigde heffing.

2. Uit deze bepalingen volgt dat de VMM de procedure van rechtzetting slechts kan volgen in de gevallen waarin de heffingsplichtige een aangifte heeft ingediend binnen de gestelde termijn en met inachtname van de gestelde vorm-vereisten.

3. In de gevallen waarin de heffingsplichtige een aangifte indient die behept is met een vormgebrek of een aangifte indient buiten de gestelde termijn, beschikt de VMM over de mogelijkheid de heffing van ambtswege te vestigen, zonder hiertoe evenwel verplicht te zijn. Zij kan in die gevallen de heffing vestigen op basis van de gegevens vervat in de laattijdige of gebrekkige aangifte aangezien de heffingsplichtige hierdoor niet in zijn belangen kan zijn geschaad.

4. In de gevallen waarin de heffingsplichtige geen aangifte heeft gedaan, is de VMM verplicht de heffing van ambtswege te vestigen ten einde de hieraan ver-bonden regels inzake de bewijslast te eerbiedigen en het recht van verdediging van de belastingplichtige te vrijwaren. Zij kan in die gevallen bijgevolg geen gebruik maken van de procedure van rechtzetting van de aangifte.

De omstandigheid dat de eiseres de gegevens nodig om de heffing te vestigen verkregen heeft op een andere manier dan via een door de heffingsplichtige inge-diende aangifte, vermag hieraan geen afbreuk te doen.

5. Het middel, dat uitgaat van de verkeerde rechtsopvatting dat de eiseres de rechtzettingsprocedure kan volgen voor de vaststelling van de heffing in de ge-vallen waarin de heffingsplichtige geen aangifte heeft ingediend, maar de gege-vens nodig om de heffing te vestigen verkregen werden op een andere manier, te dezen via de door de zaakvoerder van de verweerster in eigen naam ingediende aangifte, faalt naar recht.

Eerste middel

6. Het oordeel van de appelrechter blijft verantwoord op grond van de redenen die in het tweede middel vergeefs zijn aangevochten.

Het middel dat, ook al was het gegrond, niet tot cassatie kan leiden, is niet ont-vankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 559,34 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 3 april 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols K. Moens B. Wylleman

K. Mestdagh B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • Gewestbelastingen

  • Vlaams Gewest

  • Oppervlaktewaterenheffing

  • Geen aangifte

  • Te volgen heffingsprocedure