- Arrest van 4 april 2014

04/04/2014 - C.13.0140.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer een vonnis, dat is gewezen door een collegiale kamer van de rechtbank van eerste aanleg, is ondertekend door slechts twee van de rechters die het hebben gewezen en door de griffier, zonder dat wordt vastgesteld dat de derde rechter in de onmogelijkheid zou hebben verkeerd dat vonnis te ondertekenen overeenkomstig artikel 785 van het Gerechtelijk Wetboek, leidt de niet-ondertekening door die rechter tot de nietigheid van dat vonnis (1). (1) Zie Cass. 5 feb. 2010, AR C.09.0377.F, AC 2010, nr. 85, met concl. AG met opdracht de Koster, in Pas. 2010.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0140.F

1. E. B.,

2. H. B.,

3. F. B.,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. S. S.,

2. I. S.,

3. A. N.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, dat op 11 september 2012 in hoger beroep is gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Aarlen.

Afdelingsvoorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren volgend middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- De artikelen 92, § 1, 3°, 779, 782, eerste lid, 782bis, 785, eerste lid, en 1042 van het Gerechtelijk Wetboek, dat artikel 92, § 1, 3°, zoals gewijzigd bij de wet van 3 augustus 1992, dat artikel 782, zoals gewijzigd bij de wet van 26 april 2007 en dat artikel 782bis, zoals het in het Gerechtelijk Wetboek is ingevoegd door de wet van 26 april 2007 en zoals het is gewijzigd door de wet van 8 juni 2008.

Aangevochten beslissingen

Het bestreden vonnis, "dat in hoger beroep op tegenspraak uitspraak doet, [...] verklaart het hoger beroep zeer gedeeltelijk gegrond; zegt dat er geen grond bestaat tot wijziging van het vonnis van 16 februari 2007; stelt vast dat de eerste rechter, in zijn vonnis van 24 oktober 2008, het recht van de verdediging heeft miskend, doordat hij niet heeft gevraagd tegenspraak te voeren over de toepasselijkheid, in deze zaak, van het begrip exploitatieweg als mede-eigendom; bevestigt gedeeltelijk het vonnis van 4 juni 2010, zegt voor recht dat de [verweerders] mede-eigenaar zijn van de exploitatieweg DEFG, die met name ge-legen is op het perceel nr. 609V2, zoals de gerechtsdeskundige heeft vastgesteld, te weten: [...]; zegt voor recht dat de [verweerders] de loods in pacht hebben die gelegen is op het gehuurde perceel nr. 609T2; verklaart de tegenvordering ongegrond; wijzigt dat vonnis voor het overige, zegt dat er geen grond bestaat tot een deskundigenonderzoek van het bestek, teneinde te bepalen welke werken vereist zijn om de gracht met een lengte van ongeveer tien meter te kanaliseren; zegt dat er geen grond bestaat tot verdeling, elk voor de helft, van de kosten van die werken; geeft de [verweerders] de toestemming om de werken voor de kanalisering van de gracht te verrichten; nodigt de partijen uit om vooraf een bestek neer te leggen met een schatting van de werken die vereist zijn voor de toegang tot de ramp die onderaan het talud gelegen is en opgenomen is in de bijlagen 41, 42 en 65 van het deskundigenverslag dat op 27 februari 2009 is neergelegd; zegt voor recht dat de kosten van de werkzaamheden verdeeld worden tot beloop van een derde voor re-kening van de [eisers] en twee derde voor rekening van de [verweerders]; verzoekt de [verweerders] om, voor de vaststelling van hun schade, die bestaat in de onmogelijkheid om de gehuurde velden te bewerken, de stukken tot staving de door hen aangevoerde gegevens neer te leggen, te weten de carensperiode (namelijk, voor 2007: uitleg van de 197 dagen), de hoeveelheid vee, het bewijs van aankoop van de kernvoeders en van de kennelijke onmogelijkheid om het vee op een andere weide te plaatsen dan die welke zij bezaten of huurden; houdt de uitspraak voor het overige aan en verwijst de zaak naar de rechtszitting van dinsdag 11 december 2012 om ze in staat van wijzen te stellen" en stelt vast dat het "in het Frans is uitgesproken, op de openbare rechtszitting van de rechtbank van eerste aanleg te Aarlen, in het justitiepaleis, op elf september tweeduizend en twaalf", alwaar "aanwezig zijn: de heer A. M., rechter; de heer Ph. D. R., ondervoorzitter; mevrouw N. A., rechter, niet bij de ondertekening aanwezig; mevrouw P. H., griffier".

Door die beslissingen erkent het bestreden vonnis inzonderheid het door de eisers betwiste bestaan van de door de verweerders aangevoerde exploitatieweg, het recht van mede-eigendom van laatstgenoemden alsook hun recht om van die weg gebruik te maken, zowel krachtens hun recht van mede-eigendom als in hun hoedanigheid van huurder, en erkent het bestreden vonnis het door de eisers betwiste bestaan van een pacht van de woongedeelten van de door de verweerders gehuurde onroerende goederen.

Grieven

Luidens artikel 779 van het Gerechtelijk Wetboek kan het vonnis enkel worden gewezen door het voorgeschreven aantal rechters (te dezen drie, met toepassing van artikel 92, § 1, 3°, van dat wetboek).

Artikel 782, eerste lid, van hetzelfde wetboek, bepaalt dat het vonnis, vóór de uitspraak, wordt ondertekend door de rechters die het hebben gewezen en door de griffier.

Artikel 785, eerste lid, van dat wetboek bepaalt dat, indien de voorzitter of een van de rechters in de onmogelijkheid verkeert het vonnis te ondertekenen, de griffier daarvan melding maakt onderaan op de akte en de beslissing geldig is met de handtekening van de overige rechters die ze hebben uitgesproken.

Krachtens artikel 782bis van het Gerechtelijk Wetboek wordt het vonnis uitgesproken door de voorzitter van de kamer die het heeft gewezen, waarbij die versoepeling van de procedure van uitspraak van het vonnis onderworpen is aan de voorwaarde dat het vonnis ondertekend wordt door alle rechters die het hebben gewezen.

Het bestreden vonnis, dat is gewezen door een collegiale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Aarlen, is niet ondertekend door mevrouw de rechter N. A., waarbij het bestreden vonnis enkel vaststelt dat die rechter niet bij de ondertekening aanwezig was maar niet vermeldt, overeenkomstig artikel 785, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, dat die rechter in de onmogelijkheid zou hebben verkeerd dat vonnis te ondertekenen. Het schendt aldus de in het middel bedoelde bepalingen, inzonderheid de artikelen 782, eerste lid, en 785, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek.

Het feit dat mevrouw de rechter A. het bestreden vonnis niet heeft ondertekend, heeft, met toepassing van de in het middel bedoelde artikelen van het Gerechtelijk Wetboek, de nietigheid van dat vonnis tot gevolg.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Luidens artikel 782, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, wordt het vonnis, vóór de uitspraak, ondertekend door de rechters die het hebben gewezen en door de grif-fier.

Artikel 785, eerste lid, van dat wetboek bepaalt dat, indien de voorzitter of een van de rechters in de onmogelijkheid verkeert het vonnis te ondertekenen, de grif-fier daarvan melding maakt onderaan op de akte en de beslissing geldig is met de handtekening van de overige rechters die ze hebben uitgesproken.

Het bestreden vonnis, dat is gewezen door een collegiale kamer van de rechtbank van eerste aanleg, is ondertekend door slechts twee van de rechters die het hebben gewezen en door de griffier.

Hoewel het bestreden vonnis vermeldt dat de derde rechter die het heeft gewezen "niet bij de ondertekening aanwezig" was, stelt het niet vast dat die rechter in de onmogelijkheid zou hebben verkeerd de beslissing te ondertekenen.

Het feit dat die magistraat het bestreden vonnis niet heeft ondertekend, heeft, met toepassing van artikel 779 Gerechtelijk Wetboek, de nietigheid van dat vonnis tot gevolg.

Het middel is gegrond.

De vernietiging van het bestreden vonnis leidt tot de nietigverklaring van het von-nis van 13 november 2013, dat het gevolg daarvan is.

Dictum

Het Hof

Vernietigt het bestreden vonnis en verklaart het vonnis van 13 november 2013 nietig.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis en van het nietig verklaarde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Luik, rechtszitting hou-dende in hoger beroep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Christian Storck, raadsheer Didier Batselé, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 4 april 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Eric Dirix en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Vonnis

  • Rechters die de beslissing hebben gewezen

  • Ondertekening

  • Geen ondertekening

  • Onmogelijkheid van ondertekening

  • Verantwoording

  • Geen verantwoording

  • Geldigheid van de beslissing