- Arrest van 7 april 2014

07/04/2014 - S.12.0121.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter kan op grond van artikel 882 Gerechtelijk Wetboek de partij of derde die de stukken niet neerlegt waarvan de overlegging werd bevolen, niet ambtshalve tot het betalen van schadevergoeding veroordelen, maar enkel op vordering van de belanghebbende partij.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.12.0121.N

RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met ze-tel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

ZUSTERKENS DER ARMEN vzw, met zetel te 1000 Brussel, Hoogstraat 266, die woonplaats heeft gekozen bij gerechtsdeurwaarder Léo Bouwen, met kantoor te 1140 Evere, Edward Dekosterstraat 62,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het arbeidshof te Brussel van 5 mei 2011 en 19 april 2012.

Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het arrest van 5 mei 2011 beslist niet alleen tot heropening van het debat teneinde de eiser toe te laten een overzicht te bezorgen van de hoofdelijke schul-denaars voor de schuld van All Ways Cleaning bvba, evenals van hun respectieve-lijke bijdragen in de aanzuivering van deze vennootschap, op grond dat de eiser, gelet op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, de ene hoofdelijke schul-denaar niet mag bevoordelen ten aanzien van de andere.

Het beslist daartoe ook op grond dat de beginselen van behoorlijk bestuur even-eens een verplichting tot informatie inhouden en de verweerster door de gevraag-de informatie ook kan nagaan of zij desgevallend verhaal zou kunnen uitoefenen ten aanzien van een andere schuldenaar die in verhouding minder zou aangespro-ken zijn voor de schulden.

Deze niet-bekritiseerde reden draagt de bestreden beslissing zodat het middel, al was het gegrond, niet tot cassatie kan leiden.

Het middel is, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk.

Tweede middel

2. Krachtens artikel 882 Gerechtelijk Wetboek kunnen partijen of derden die zonder wettige redenen nalaten het stuk zelf of het afschrift over te leggen volgens de beslissing van de rechter, worden veroordeeld tot zodanige schadevergoeding als behoort.

De rechter kan op grond van die wetsbepaling de partij of derde die de stukken niet neerlegt waarvan de overlegging werd bevolen, niet ambtshalve tot het beta-len van schadevergoeding veroordelen, maar enkel op vordering van de belang-hebbende partij.

3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de ver-weerster de appelrechters heeft verzocht om de eiser in toepassing van artikel 882 Gerechtelijk Wetboek te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding.

4. Het arrest van 19 april 2012 dat de eiser in toepassing van artikel 882 Ge-rechtelijk Wetboek ambtshalve veroordeelt tot betaling aan de verweerster van een schadevergoeding van 10.000 euro, te vermeerderen met de gerechtelijke intrest vanaf de datum van de uitspraak, miskent het beschikkingsbeginsel en schendt artikel 1138, 2°, Gerechtelijk Wetboek.

Het middel is in zoverre gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest van 19 april 2012 in zoverre het de eiser veroor-deelt tot betaling van een schadevergoeding en oordeelt over de kosten.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten.

Houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Gent.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 215,36 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Antoine Lievens, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 7 april 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van grif-fier Johan Pafenols.

J. Pafenols K. Moens B. Wylleman

A. Lievens K. Mestdagh E. Dirix

Vrije woorden

  • Beslissing om de overlegging van een stuk te bevelen

  • Verzuim zonder gewettigde reden

  • Gevolgen

  • Bevoegdheid van de rechter