- Arrest van 7 april 2014

07/04/2014 - S.13.0080.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De terugvordering van een aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid onverschuldigd betaald bedrag is een vordering in sociale zaken zoals bedoeld in artikel 2, §3, Wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest, zoals gewijzigd door artikel 42 Programmawet van 8 juni 2008.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.13.0080.N

RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met ze-tel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

VERBERK bvba, met zetel te 2387 Baarle-Hertog, Molenbaan 22A,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen van 14 december 2012.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. De eiser heeft voor de appelrechters aangevoerd dat in de strafzaak, de te-lastlegging G lastens de verweerster bewezen werd verklaard voor wat betreft 6 werknemers. Aangezien de door de Sociale Inspectie berekende verschuldigde bijdragen betrekking hadden op 29 werknemers, werd de verweerster veroordeeld tot betaling van 1 euro provisioneel, zijnde de achterstallige bijdragen met betrek-king tot de bewezen verklaarde feiten onder telastlegging G. De in de telastleg-ging G vermelde bedragen voor de 6 betrokken werknemers werden tevens bere-kend op basis van de lijst, zoals thans neergelegd in het kader van deze procedure, zodat de verweerster niet langer kan volhouden - zonder het gezag van gewijsde van het vonnis van 5 mei 2008 te schenden - dat de berekening van de eiser niet kon worden aangenomen en derhalve, haar vordering tot terugbetaling van de bij-dragen dient te worden gegrond verklaard.

2. Het arrest oordeelt niet alleen zoals in het middel vermeld maar ook met overname van de redenen van het tussenarrest van 25 november 2011:

"Doorslaggevend bij huidige beoordeling in rechte is de betekenis en de waarde van het vonnis van 5 mei 2008 te Turnhout.

Meer bepaald is het nodig stil te staan bij het gezag erga omnes van dit vonnis.

Wat tenslotte de niet aangegeven prestatie betreft van (...) en (...) , daar geldt het strafrechtelijk gewijsde wél ten aanzien van [de verweerster] die immers partij was in het strafrechtelijk geding.

De regularisatie van [de eiser], die wel op deze werknemers betrekking heeft, zal eerst moeten worden berekend, alvorens over de vordering tot terugbetaling van de bvba kan worden geoordeeld."

3. Met die redenen geeft het arrest te kennen dat het gezag van gewijsde van het correctioneel vonnis zich beperkt tot het aantal en de identiteit van de werk-nemers ten aanzien van wie een inbreuk werd vastgesteld, maar zich niet uitstrekt tot de berekening van de verschuldigde bijdragen. Aldus beantwoordt het arrest het in het middel vermeld verweer.

Het middel berust op een onvolledige lezing van het arrest en mist bijgevolg feite-lijke grondslag.

Tweede middel

4. De terugvordering van een aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid on-verschuldigd betaald bedrag is een vordering in sociale zaken zoals bedoeld in ar-tikel 2, § 3, Wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest, zoals gewij-zigd door artikel 42 Programmawet van 8 juni 2008.

5. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de rentevoet bepaald in voormeld artikel 2, § 3, niet van toepassing is op de terugvordering van onrechtmatig betaalde socialezekerheidsbijdragen, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 477,27 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Antoine Lievens, Bart Wylleman Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 7 april 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van grif-fier Johan Pafenols.

J. Pafenols

K. Moens

B. Wylleman

A. Lievens

K. Mestdagh

E. Dirix

Vrije woorden

  • Bijdragen

  • Terugvordering

  • Interest