- Arrest van 8 april 2014

08/04/2014 - P.12.1630.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Rijden in staat van alcoholintoxicatie is een wanbedrijf waarvan het bewijs bijzonder bij wet is geregeld zodat wanneer de rechter zijn beslissing grondt op de resultaten van een meting van de alcoholconcentratie per liter uitgeademde alveolaire lucht of per liter bloed, hij, in de regel, gebonden is door de bepalingen die de bijzondere gebruiksmodaliteiten van de gebruikte toestellen vaststellen; de niet-naleving van dergelijke bepalingen kan slechts worden gesanctioneerd door het verkregen resultaat niet in aanmerking te nemen, indien de naleving van de bepalingen op straffe van nietigheid is voorgeschreven, de niet-naleving ervan de betrouwbaarheid van het verkregen resultaat aantast of indien het gebruik van het verkregen resultaat strijdig is met het recht op een eerlijk proces (1). (1) Zie Cass. 26 november 2008, AR P.08.1293.F, AC 2008, nr. 672; Cass. 9 juni 2010, AR P.10.0384.F, AC 2010, nr. 404.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1630.N

L H C V,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Peter Snauwaert, advocaat bij de balie te Brugge.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brugge van 19 september 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een grief aan.

Afdelingsvoorzitter Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Grief

1. De grief voert schending aan van artikel 149 Grondwet, de artikelen 34, § 2, 1°, 38, § 1, eerste lid, 1°, en tweede lid, 59 en 62, tweede lid, Wegverkeerswet, ar-tikel 24 van het koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de ademtesttoe-stellen en de ademanalysetoestellen en artikel 3.2.2. van bijlage 2 bij dit koninklijk besluit, alsmede miskenning van het recht van verdediging: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat het gebruik van telkens een nieuw mondstuk voor elke ademanalysetest niet substantieel is en dat er geen gevaar is voor hygiëne en besmetting wanneer telkens dezelfde persoon de blaasproeven uitvoert; in casu werd voor twee ademanalyses slechts één mondstuk gebruikt, terwijl bij elke me-ting de mondstukken dienen te worden vervangen.

2. Rijden in staat van alcoholintoxicatie is een wanbedrijf waarvan het bewijs bijzonder bij wet is geregeld. Wanneer de rechter zijn beslissing grondt op de re-sultaten van een meting van de alcoholconcentratie per liter uitgeademde alveolai-re lucht of per liter bloed, is hij, in de regel, gebonden door de bepalingen die de bijzondere gebruiksmodaliteiten van de gebruikte toestellen vaststellen.

3. De niet-naleving van dergelijke bepalingen kan evenwel slechts worden ge-sanctioneerd door het verkregen resultaat niet in aanmerking te nemen, indien de naleving van de bepalingen op straffe van nietigheid is voorgeschreven, de niet-naleving ervan de betrouwbaarheid van het verkregen resultaat aantast of indien het gebruik van het verkregen resultaat strijdig is met het recht op een eerlijk pro-ces.

In zoverre de grief uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt hij naar recht.

4. Artikel 24 van het koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de adem-testtoestellen en de ademanalysetoestellen bepaalt: "Door de overheidsagent be-doeld in artikel 59, § 1, [Wegverkeerswet], wordt een verpakt mondstuk getoond, de verpakking geopend en het mondstuk op het toestel aangebracht zonder het mondstuk aan te raken. Van zodra het toestel aanduidt dat het klaar is voor een test of een analyse, verzoekt hij de betrokkene voldoende hard te blazen in het toestel tot het einde van een geldige monsterneming door het toestel wordt aangeduid."

Artikel 3.2.1 van de bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 21 april 2007 bepaalt:

"Algemeen.

Het opnemingssysteem bestaat uit een uitwisselbaar mondstuk dat eveneens dient als condensaat-afscheider en mogelijkerwijs uit een slang waarin kan worden geblazen. Deze slang moet toelaten zonder belemmering doorheen de analysator te blazen."

Artikel 3.2.2 van deze bijlage bepaalt :

"Mondstuk.

De mondstukken moeten een anti-terugslaginrichting bevatten, die inademing verhindert van besmette lucht uit voorgaand gebruik.

De mondstukken moeten individueel en hygiënisch verpakt zijn.

De mondstukken moeten bij elke meting vervangen worden."

5. Het bestreden vonnis stelt vast dat het mondstuk niet werd vervangen na de tweede blaasprestatie, dit is de eerste ademanalyse en dat voor de twee opeenvol-gende ademanalyses telkens gebruik werd gemaakt van één en hetzelfde mond-stuk, terwijl de gebruiksvoorschriften bepalen dat het mondstuk bij elke meting moet worden vervangen. De appelrechters oordelen dan ook dat de gebruiksvoor-schriften niet volledig correct werden nageleefd.

6. Het bestreden vonnis dat eisers veroordeling steunt op de resultaten van een meting van de alcoholintoxicatie per liter uitgeademde lucht, oordeelt dat:

- de naleving van deze gebruiksvoorschriften niet voorgeschreven is op straffe van nietigheid;

- eisers recht op een eerlijk proces niet in het gedrang komt;

- het niet-vervangen van het mondstuk na de eerste ademanalyse zonder invloed blijft op de wetenschappelijke betrouwbaarheid van het eindresultaat, de tweede meting zeer nauw aansluit bij de eerste, correct uitgevoerde ademanalyse, het her-gebruik van het mondstuk gebeurde door dezelfde persoon, zodat men niet inziet welke contaminatie er zou kunnen optreden en dat de ademanalysatoren zodanig zijn geconcipieerd dat zij de aanwezigheid van mondalcohol detecteren.

Met deze redenen verantwoordt het bestreden vonnis eisers veroordeling naar recht.

In zoverre kan de grief niet worden aangenomen.

7. Voor het overige is de grief gericht tegen het proces-verbaal waarbij eisers alcoholintoxicatie werd vastgesteld en dus niet tegen het bestreden vonnis.

In zoverre is de grief niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 71,01 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, afdelings-voorzitter Luc Van hoogenbemt, de raadsheren Koen Mestdagh, Filip Van Volsem en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 8 april 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

A. Lievens F. Van Volsem

K. Mestdagh

L. Van hoogenbemt P. Maffei

De griffier stelt vast dat afdelingsvoorzitter Luc Van hoogenbemt in de onmoge-lijkheid verkeert in de zin van artikel 785 Ger. W. om dit arrest te ondertekenen.

Vrije woorden

  • Rijden in staat van alcoholintoxicatie

  • Adem- of bloedanalyse

  • Meetapparatuur

  • Bij wet geregeld bewijs

  • Bepalingen die de bijzondere gebruiksmodaliteiten van de gebruikte toestellen vaststellen

  • Verplicht karakter

  • Mondstukken