- Arrest van 30 april 2014

30/04/2014 - P.14.0312.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Krachtens artikel 40, tweede lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken wordt de nietigheid van de akten van de rechtspleging die met schending van de daarin gestelde bepalingen zijn verricht, gedekt door een latere niet zuiver voorbereidende en op tegenspraak gewezen beslissing die niet zelf door de uit die wet voortvloeiende nietigheid is aangetast (1). (1) Cass. 25 maart 2009, AR P.09.0404.F, AC 2009, nr. 217.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.14.0312.F

D. M.,

Mr. Patrick Thevissen, advocaat bij de balie te Eupen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep, dat in het Duits is gesteld, is gericht tegen het arrest dat op 16 januari 2014 in die taal is gewezen door het hof van beroep te Luik, correctionele kamer.

Bij beschikking van 19 februari 2014 heeft de eerste voorzitter van het Hof beslist dat de rechtspleging vanaf de rechtszitting in het Frans zal worden gevoerd.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Advocaat-generaal Vandermeersch heeft op 25 april 2014 een conclusie neerge-legd op de griffie.

Op de rechtszitting van 30 april 2014 heeft raadsheer Gustave Steffens verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

De eiser voert aan dat de beslissing van de onderzoeksrechter waarbij hij ertoe machtigt deskundigenverslagen op te stellen in een andere taal dan de taal van de rechtspleging, niet in overeenstemming was met artikel 33 Taalwet Gerechtszaken. Hij verwijt de appelrechters dat ze hebben aangenomen dat die akte rechtsgeldig is.

Krachtens artikel 40, tweede lid, van die wet wordt de nietigheid van de akten van de rechtspleging die met schending van de daarin gestelde bepalingen zijn verricht, gedekt door een latere, niet zuiver voorbereidende beslissing die op tegenspraak is gewezen en zelf niet door de uit die wet voortvloeiende nietigheid is aangetast.

De eiser werd bij beschikking van de raadkamer van 3 augustus 2012 naar de cor-rectionele rechtbank verwezen en uit de stukken van de rechtspleging blijkt niet dat de eiser de nietigheid van de beslissing van de onderzoeksrechter voor dat rechtscollege heeft opgeworpen.

In de veronderstelling dat de onderzoeksrechter de voormelde bepaling heeft ge-schonden, dekt die beschikking de opgeworpen nietigheid.

Het middel is niet ontvankelijk.

Tweede onderdeel

De eiser voert aan dat zijn recht van verdediging werd miskend doordat de in het Frans gestelde deskundigenverslagen niet in de taal van de rechtspleging waren vertaald.

In zoverre het middel opkomt tegen de beoordeling van feiten door de vonnisrechters of verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.

Voor het overige is in hoger beroep een verzoek tot vertaling slechts ontvankelijk als het betrekking heeft op stukken die zich niet in het dossier in eerste aanleg be-vonden.

Het arrest stelt vast dat de eiser dat argument voor het eerst in hoger beroep heeft aangevoerd, dat hij uiteraard kennis heeft genomen van de deskundigenverslagen en ze heeft begrepen, aangezien hij los van zijn verdediging door zijn advocaat, zelf argumenten aanvoert in de vorm van een conclusie die ook steunt op de in-houd van de in het Frans gestelde deskundigenverslagen.

Met die redenen is de beslissing dat geen enkele miskenning van het recht van verdediging kon worden vastgesteld met betrekking tot deskundigenverslagen die in de fase van het gerechtelijk onderzoek zijn bevolen, regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 30 april 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Erwin Francis en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Onderzoekshandeling verricht met schending van de Taalwet Gerechtszaken

  • Nietigheid

  • Dekking