- Arrest van 6 mei 2014

06/05/2014 - P.14.0654.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 838, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek beoogt voor de rechter die over de wraking uitspraak moet doen een tegensprekelijke procedure te organiseren zowel ten aanzien van de wrakende partij als ten aanzien van de overige partijen in het hoofdgeding welke behoorlijk dienen te worden opgeroepen en die het recht hebben om voor de rechter die over het wrakingsverzoek uitspraak doet op de terechtzitting mondeling of door geschriften opmerkingen te maken over de in de wrakingakte aangevoerde middelen, over de antwoorden van de gewraakte magistraat onderaan de wrakingsakte en over de conclusie van het openbaar ministerie; uit die bepaling volgt evenwel niet dat niet-wrakende partijen, inverdenkinggestelden in de procedure te gronde, cassatieberoep kunnen instellen tegen de beslissing waarbij het wrakingsverzoek van een andere inverdenkinggestelde wordt afgewezen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.14.0654.N

I

S A,

verzoeker tot wraking, aangehouden,

eiser,

met als raadslieden mr. Sven Mary, advocaat bij de balie te Brussel en mr. Hans Rieder, advocaat bij de balie te Gent.

II

1. N B,

opgeroepene bij toepassing van artikel 838, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, aangehouden,

2. S U,

opgeroepene bij toepassing van artikel 838, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, aangehouden,

3. M H D,

opgeroepene bij toepassing van artikel 838, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek,

eisers.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Ant-werpen, eerste burgerlijke kamer, van 10 maart 2014.

De eiser I voert in een memorie grieven aan.

De eisers II voeren geen middel aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van de memorie van de eiser I

1. Niet-ontvankelijk op grond van artikel 420bis, eerste lid, Wetboek van Strafvordering is de memorie tot staving van een cassatieberoep in strafzaken die minder dan acht vrije dagen vóór de rechtszitting wordt ingediend.

De memorie van de eiser I werd neergelegd ter griffie van het Hof op maandag 28 april 2014, dit is buiten de door artikel 420bis, eerste lid, Wetboek van Strafvorde-ring bedoelde termijn.

De memorie is niet ontvankelijk.

Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen II

2. Artikel 838, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt: "Over de wraking wordt binnen acht dagen in laatste aanleg uitspraak gedaan door de rechtbank van eerste aanleg, door het hof van beroep, door het arbeidshof of door het Hof van Cassatie, naar gelang van het geval, op conclusie van het openbaar ministerie, na-dat de partijen behoorlijk zijn opgeroepen om hun opmerkingen te horen".

3. Die bepaling beoogt voor de rechter die over de wraking uitspraak moet doen een tegensprekelijke procedure te organiseren zowel ten aanzien van de wra-kende partij als ten aanzien van de overige partijen in het hoofdgeding welke be-hoorlijk dienen te worden opgeroepen. Al die partijen hebben het recht om voor de rechter die over het wrakingsverzoek uitspraak doet op de terechtzitting mon-deling of door geschriften opmerkingen te maken over de in de wrakingakte aan-gevoerde middelen, over de antwoorden van de gewraakte magistraat onderaan de wrakingsakte en over de conclusie van het openbaar ministerie.

Uit die bepaling volgt evenwel niet dat niet-wrakende partijen, inverdenkingge-stelden in de procedure te gronde, cassatieberoep kunnen instellen tegen de beslis-sing waarbij het wrakingsverzoek van een andere inverdenkinggestelde wordt af-gewezen.

Het cassatieberoep van de eisers II is niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

4. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep.

Bepaalt de kosten in het geheel op 135,91 euro waarvan de eiser I 66,30 euro ver-schuldigd is en de eisers II 69,61 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Peter Hoet en Erwin Francis, en op de openbare rechtszit-ting van 6 mei 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwe-zigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche

E. Francis P. Hoet

A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei

Vrije woorden

  • Aard van de procedure

  • Begrip