- Arrest van 7 mei 2014

07/05/2014 - P.14.0728.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De raadkamer moet binnen vijftien dagen, te rekenen van de aanhouding, uitspraak doen over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel en, ingeval ze dat niet binnen die termijn doet, gelast de onderzoeksrechter de invrijheidstelling van de persoon tegen wie het is uitgevaardigd; wanneer de betrokkene reeds eerder in een andere zaak is aangehouden, gaat de termijn van vijftien dagen pas in vanaf de dag van de betekening van dat bevel (1). (1) Zie Cass. 6 jan. 2010, AR P.09.1879, AC 2009, nr. 8.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.14.0728.F

M. G.,

Mr. Nicolas Cohen, advocaat bij de balies te Brussel en te Parijs.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest - nummer COR/467 - van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 24 april 2014.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Verzoek tot samenvoeging

De eiser vordert de voeging van de hem betreffende dossiers P.14.0727.F en P.14.0728.F, waarvan het onderzoek op dezelfde rechtszitting van het Hof is vast-gesteld.

In de eerste zaak neemt het Hof kennis van een cassatieberoep tegen een arrest dat het hoger beroep niet-gegrond verklaart dat is ingesteld tegen de beschikking die het Europees aanhoudingsbevel dat tegen de eiser is uitgevaardigd door de onder-zoeksrechter van de rechtbank te Luxemburg, uitvoerbaar verklaart.

In de tweede zaak is het cassatieberoep gericht tegen een arrest dat het hoger be-roep niet-gegrond verklaart dat de eiser heeft ingesteld tegen de beschikking waarbij zijn met toepassing van artikel 20, § 3, Wet Europees Aanhoudingsbevel ingediende verzoek tot invrijheidstelling wordt verworpen.

Aangezien dat twee rechtsplegingen zijn die de wet op verschillende wijze regelt en waarbij de persoon tegen wie het bevel is uitgevaardigd dezelfde vrijheid van verdediging geniet, is er geen grond om de gevraagde voeging te bevelen.

B. Cassatieberoep

Eerste twee middelen samen

De middelen voeren aan dat de kamer van inbeschuldigingstelling, door de hech-tenis van de eiser te handhaven ofschoon de beslissing van de raadkamer die over de tenuitvoerlegging van dat Europees aanhoudingsbevel uitspraak doet, meer dan vijftien dagen na zijn aanhouding is gewezen, met name artikel 16, § 1 en § 5, Wet Europees Aanhoudingsbevel heeft geschonden.

Uit die bepalingen volgt dat de raadkamer binnen vijftien dagen, te rekenen van de aanhouding, uitspraak moet doen over de tenuitvoerlegging van het bevel en dat, ingeval ze dat niet binnen die termijn doet, de onderzoeksrechter de invrij-heidstelling van de betrokkene gelast.

Wie reeds om een andere reden is aangehouden, kan niet van zijn vrijheid worden beroofd, zodat de aanhouding van een dergelijke persoon overbodig is.

Artikel 12 Grondwet en artikel 5 EVRM verplichten de politie niet om iemand van zijn vrijheid te beroven die reeds om een andere reden is aangehouden.

Krachtens artikel 10 Wet Europees Aanhoudingsbevel is de aanhouding, in de zin van de voormelde bepalingen, die welke steunt op de signalering die conform de Overeenkomst ter uitvoering van het Schengenakkoord bedoeld in artikel 9 is ver-richt of die na de betekening van het Europees aanhoudingsbevel wordt verricht.

Daaruit volgt dat wanneer iemand reeds eerder in een andere zaak is aan-gehouden, de termijn van vijftien dagen bedoeld in artikel 16, § 1 pas begint te lopen vanaf de dag van de betekening van dat bevel.

De middelen, die van een andere rechtsopvatting uitgaan, falen naar recht.

Derde middel

De eiser heeft de onderzoeksrechter gevraagd om in vrijheid te worden gesteld, op grond dat de raadkamer niet binnen vijftien dagen, te rekenen van zijn aanhou-ding, uitspraak had gedaan over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhou-dingsbevel. Het middel, dat de schending aanvoert van artikel 5 EVRM, voert aan dat de rechtzoekende tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, ondanks de bewoordingen van artikel 16, § 5, Wet Europees Aanhoudingsbevel, nog steeds over een daadwerkelijk rechtsmiddel moet kunnen beschikken tegen de beslissing van de onderzoeksrechter om zijn invrijheidstelling te weigeren.

De kamer van inbeschuldigingstelling heeft beslist dat de hechtenis van de eiser niet onwettig was, aangezien ze heeft geoordeeld dat de raadkamer, overeenkom-stig artikel 16, § 1, binnen vijftien dagen uitspraak had gedaan over de beschik-king van de onderzoeksrechter, waaraan geen aanhouding moest voorafgaan om-dat de eiser om een andere reden was aangehouden.

Met die overweging hebben de appelrechters te kennen gegeven dat ze de regel-matigheid van de hechtenis van de eiser hadden onderzocht.

Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.

In zoverre het middel opkomt tegen de overweging dat de onderzoeksgerechten niet bevoegd zijn om uitspraak te doen over een eventuele niet-naleving van de in artikel 16, § 1, bedoelde termijn, is het gericht tegen een overtollige reden van het arrest en is het dus niet ontvankelijk bij gebrek aan belang.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door eerste voorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raads-heren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare te-rechtzitting van 7 mei 2014 uitgesproken door eerste voorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Luc Van hoogen-bemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel, uitgaande van een andere Lidstaat

  • Raadkamer

  • Termijn om uitspraak te doen

  • Persoon aangehouden om een andere reden

  • Aanvang van de termijn