- Arrest van 14 mei 2014

14/05/2014 - P.13.2083.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uitstel is een strafuitvoeringsmodaliteit; uit artikel 8, § 1, eerste lid, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie volgt dat de rechter weliswaar de toekenning en de weigering van het uitstel moet motiveren maar de redenen niet hoeft op te geven waarom hij het niet toekent wanneer hem niet om die maatregel is verzocht (1). (1) Cass. 26 feb. 2002, AR P.01.1650.N, AC 2002, nr. 133.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.2083.F

S. Y.,

Mrs. Christine Calewaert en Nathalie Gallant, advocaten bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 29 november 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Françoise Roggen heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Uitstel is een strafuitvoeringsmodaliteit. Uit artikel 8, § 1, eerste lid, Probatiewet volgt dat de rechter weliswaar de toekenning en de weigering van het uitstel moet motiveren maar de redenen niet hoeft op te geven waarom hij het uitstel niet toe-kent wanneer hem niet om die maatregel is verzocht.

Het middel, dat het arrest verwijt dat het de redenen niet vermeldt waarom de ap-pelrechters voor de bijkomende geldboete geen uitstel hebben verleend, terwijl uit de rechtspleging niet blijkt dat daarom is verzocht, kan niet worden aangenomen.

(...)

Derde middel

Geen enkele wettelijke bepaling schrijft voor dat het vonnis op verzet het be-schikkend gedeelte van de verstekbeslissing moet overnemen. Die bevindt zich in het dossier van de rechtspleging waar de eiser op verzet ervan kennis kan nemen, gesteld dat ze hem niet is betekend.

Het middel, dat aanvoert dat het arrest bij ontstentenis van de vermelding van het beschikkend gedeelte van de verstekbeslissing, noch de eiser noch het Hof in staat stellen na te gaan of de relatieve werking van het verzet werd geëerbiedigd, faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 14 mei 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Weigering

  • Motivering

  • Verplichting