- Arrest van 20 december 2011

20/12/2011 - 2011/AA/567

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Achterstallige onderhoudsbijdragen die reeds vervallen waren op het ogenblik van de beschikking van toelaatbaarheid tot de collectieve schuldenregeling kunnen worden kwijtgescholden.


Arrest - Integrale tekst

Eindarrest op tegenspraak t.o.v. appellant en eerste geïntimeerde en bij verstek t.o.v. de overige geïntimeerden

Achtste kamer

Collectieve Schuldenregeling

ARBEIDSHOF TE ANTWERPEN

Afdeling Antwerpen

___________________

ARREST A.R. 2011/AA/567

BUITENGEWONE OPENBARE TERECHTZITTING VAN TWINTIG DECEMBER TWEEDUIZEND EN ELF

1. KR, schuldenaar, wonende te

appellant,

ter zitting verschijnend bij mr. VDHP, advocaat te

TEGEN:

1. Mr. VM, schuldbemiddelaar, met kantoor te

eerste geïntimeerde,

ter zitting verschijnend in persoon,

2. OCMW ANTWERPEN, schuldeiser, met zetel te

3. NV E. C.S., schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

4. MM, schuldeiser, wonende te 2960 BRECHT, Kerkhovenakkerlaan C14,

5. FOD F schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

6. II, schuldeiser, met maatschappelijke zetel

7. T NV, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

8. NV EHIB, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

9. FOD F 2, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

10. NV C, schuldeiser, p/a: mr. DBL,

11. CVBA WA, met maatschappelijke zetel te

12. I, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

13. ACI, schuldeiser, p/a: NV C

tweede tot en met dertiende geïntimeerde,

ter zitting niet verschijnend.

Na beraad spreekt het arbeidshof in openbare terechtzitting en in de Nederlandse taal het volgend arrest uit.

1. STUKKEN VAN DE RECHTSPLEGING

Het arbeidshof heeft kennis genomen van de stukken van de rechtspleging, en meer in het bijzonder van:

- het verzoekschrift van de heer RKs om toegelaten te worden tot de collectieve schuldenregeling, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen op 31 oktober 2005;

- het eensluidend afschrift van de beschikking van toelaatbaarheid waarbij mr. BDB als schuldbemiddelaar werd aangesteld, uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen op 22 november 2005;

- het verzoek tot herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid, neergelegd door de schuldbemiddelaar ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen op 3 augustus 2007;

- het eensluidend afschrift van het vonnis tot herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid, uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen op 6 november 2007;

- het eensluidend afschrift van het eindarrest van het hof van beroep te Antwerpen, uitgesproken op 7 oktober 2008;

- het eensluidend afschrift van het vonnis van de arbeidsrechtbank te Antwerpen tot beëindiging van de collectieve schuldenregeling, uitgesproken op 17 oktober 2011;

- het verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie van dit arbeidshof op 24 oktober 2011;

- het proces-verbaal van de openbare terechtzitting van 23 november 2011.

2. PROCEDURE IN EERSTE AANLEG

Bij beschikking, uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen op 22 november 2005, werd het verzoek van de heer RK, appellant, om toegelaten te worden tot de collectieve schuldenregeling toelaatbaar verklaard en werd mr. BDB aangesteld als schuldbemiddelaar.

Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 26 september 2006 werd een gerechtelijke aanzuiveringsregeling opgelegd voor een duurtijd van 5 jaar, ingaande op de dag van de uitspraak.

Op 3 augustus 2007 werd door de schuldbemiddelaar een verzoek tot herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen.

Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 6 november 2007 werd de beschikking van toelaatbaarheid herroepen in toepassing van artikel 1675/15 §1, 2° Ger.W.

Tegen dit vonnis ging de heer RK in hoger beroep.

Bij arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 7 oktober 2008 werd de herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid van 22 november 2005 en van het vonnis van 26 september 2006 waarbij een gerechtelijke aanzuiveringsregeling werd opgelegd, teniet gedaan en werd de aangestelde schuldbemiddelaar vervangen door mr. MV.

Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Antwerpen van 17 oktober 2011 werd de procedure collectieve schuldenregeling afgesloten. De schulden in hoofdsom, intresten en vergoedingen, evenwel met uitzondering van deze vermeld in artikel 1675/13 §3 Ger.W., werden kwijtgescholden.

Tegen dit vonnis gaat de heer RK in hoger beroep.

3. EISEN IN HOGER BEROEP

De vordering in hoger beroep van de heer RK strekt ertoe het vonnis van 17 oktober 2011 van de 13de kamer van de arbeidsrechtbank te Antwerpen te hervormen.

Te zeggen voor recht dat de kwijtschelding van appellant is verworven, met inbegrip van de onderhoudsbijdragen die reeds vervallen waren op het ogenblik van de beschikking van toelaatbaarheid van 22 november 2005, zoals die blijken uit de aangiften van schuldvordering van partijen D en mevrouw M.

Kosten als naar recht.

4. ONTVANKELIJKHEID

Het hoger beroep werd tijdig en met een naar de vorm regelmatige akte ingesteld, zodat het ontvankelijk is.

5. TEN GRONDE

Bij vonnis van 26 september 2006 werd een gerechtelijke aanzuiveringsregeling opgelegd overeenkomstig artikel 1675/13 Ger.W.

De schuldbemiddelaar heeft op 8 maart 2011 een eindverslag neergelegd waarin wordt vastgesteld dat de termijn van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling verlopen is, dat de schuldenaar zijn verplichtingen is nagekomen en dat hij niet tot beter fortuin is gekomen.

Er is geen betwisting dat de procedure van de collectieve schuldenregeling beëindigd mag worden. Wel is er betwisting over de kwijtschelding van een onderhoudsschuld.

5.1. Kwijtschelding van vervallen onderhoudsschulden

Artikel 1675/13, §3 Ger.W. bepaalt dat de rechter geen kwijtschelding kan verlenen voor volgende schulden:

"- de onderhoudsgelden die niet vervallen zijn op de dag van de uitspraak houdende vaststelling van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling;

- de schulden die een schadevergoeding inhouden, toegestaan voor het herstel van een lichamelijke schade veroorzaakt door een misdrijf;

- de schulden van een gefailleerde die overblijven na het sluiten van het faillissement".

De schuld die door de eerste rechter in het overwegend gedeelte niet werd kwijtgescholden betreft onderhoudsgelden met als schuldenaren mevrouw M en de D van wie mevrouw M deze schuld zou overgenomen hebben mits betaling van de werkingskosten van de D. Partijen betwisten niet dat deze schuld gaat over achterstallen van onderhoudsgelden die dateren van voor de beschikking van toelaatbaarheid.

Hoewel de lopende onderhoudsschulden ook tijdens de procedure van de collectieve schuldenregeling betaald moeten worden en aldus een uitzondering vormen op de samenloop van de schuldeisers (artikel 1675/7, §3 Ger.W.), worden de onderhoudsschulden die achterstallig waren op het ogenblik van het verlenen van de beschikking van toelaatbaarheid, niet op een bijzondere manier behandeld.

Dit wordt bevestigd door de voorbereidende werken: "§ 3. Bepaalde schulden kunnen niet worden kwijtgescholden. Het gaat om: 1° onderhoudsgelden die niet vervallen zijn op de dag van de uitspraak houdende vaststelling van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling; de kwijtschelding van de onbetaald gebleven achterstallige bedragen is mogelijk." (Memorie van toelichting bij het wetsontwerp betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen en het wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 628 en 1395 van het Gerechtelijk Wetboek, Parl. St. Kamer 1996-97, nr. 1073/1 en nr. 1074/1, 46-47).

Ook in het verslag bij voormeld wetsontwerp wordt uitdrukkelijk bepaald dat voor de achterstallige onderhoudsschulden niet alleen de kwijtschelding van schulden mogelijk is maar dat er bij het opstellen van de aanzuiveringsregeling geen enkel voorrecht wordt toegekend.

"Het gaat om een keuze die wordt gemaakt tussen de belangen van de schuldeiser en de alimentatieschuldenaar. Overigens wordt de betaling van de niet-vervallen onderhoudsgelden vergemakkelijkt door een aanzuiverings-regeling waarin de achterstallen niet alleen niet worden bevoorrecht, maar bovendien het voorwerp kunnen uitmaken van een kwijtschelding van schulden. Inderdaad, de achterstallen van dergelijke schulden kunnen zeer hoog oplopen en bijgevolg het opstellen van een door de schuldenaar draaglijke aanzuiveringsregeling hinderen." (Verslag namens de commissie voor het bedrijfsleven, het wetenschapsbeleid, het onderwijs, de nationale wetenschappelijke en culturele instellingen, de middenstand en de landbouw, Parl. St. Kamer 1996-97, nr. 1073/11, 80).

5.2. Toepassing

Nu vastgesteld werd dat achterstallige onderhoudsschulden kunnen kwijtgescholden worden, kan enkel vastgesteld worden dat, rekening houdend met de gelijkheid onder de schuldeisers en met de vaststelling dat de achterstallige onderhoudsschuld nog een groot deel van de totale schuldenlast uitmaakt waardoor de niet kwijtschelding ervan de heer K niet zal toelaten om opnieuw op een normale wijze deel te nemen aan het economisch en sociaal leven, ook deze schuld dient kwijtgescholden te worden.

5.3. Staat van erelonen en kosten van de schuldbemiddelaar

De schuldbemiddelaar legt een staat van erelonen en onkosten neer.

Deze staat stemt overeen met de door het koninklijk besluit van 18 december 1998 houdende vaststelling van de regels en barema's tot bepaling van het ereloon, de emolumenten en de kosten van de schuldbemiddelaar opgelegde barema's en kan toegekend worden.

De staat van erelonen wordt uitvoerbaar verklaard voor een bedrag van 233 euro.

Voor zover er zich nog gelden op de rubriekrekening bevinden, dient de staat hiermee voldaan te worden. Voor wat betreft het eventuele saldo dient de staat van erelonen ten laste van het Fonds ter bestrijding van de overmatige schuldenlast te worden gelegd gelet op de kwijtschelding van de schulden.

OP DIE GRONDEN,

HET HOF,

Gelet op de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Doet uitspraak op tegenspraak ten opzichte van appellant en eerste geïntimeerde en bij verstek ten opzichte van de overige geïntimeerden.

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond.

Het vonnis van de arbeidsrechtbank te Antwerpen van 17 oktober 2011 wordt vernietigd maar enkel in zoverre de achterstallige onderhoudsschuld die vervallen was op het ogenblik dat de beschikking van toelaatbaarheid werd genomen ten aanzien van mevrouw M en de D, niet kwijtgescholden wordt.

Opnieuw recht sprekend, zegt voor recht dat alle schulden die dateren van voor de beschikking van toelaatbaarheid waaronder ook de onderhoudsschuld van D en mevrouw M worden kwijtgescholden.

Het vonnis van de arbeidsrechtbank te Antwerpen van 17 oktober 2011 wordt bevestigd voor het overige.

Leggen de staat van erelonen en kosten van de schuldbemiddelaar ten laste van de schuldenaar ten belope van het batig saldo op de rubriekrekening en voor het saldo ten laste van het Fonds ter bestrijding van de overmatige schuldenlast, NG III, Koning Albert II-laan, 16 te 1000 Brussel.

Stelt vast dat aan deze procedure geen gerechtskosten verbonden zijn.

Aldus gewezen door:

Vrije woorden

  • RECHTSWETENSCHAP

  • RECHT

  • WETGEVING

  • GERECHTELIJK RECHT

  • collectieve schuldenregeling

  • kwijtschelding

  • onderhoudsbijdragen