- Arrest van 10 maart 2011

10/03/2011 - 2010/AB/00450

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De basisbeginselen van het strafrecht zijn toepasselijk op de administratieve geldboetes die voorzien zijn in de ziekenfondsenwet.

Hoewel de wetgever in de definitie van het begrip bedrieglijke reclame het element van het bedrieglijk karakter niet heeft opgenomen, kan de door de wetgever gebruikte terminologie, en met name de samenlezing van het begrip bedrieglijke reclame en de daaropvolgende definitie ervan, uiteindelijk slechts zinvol begrepen worden als men aanneemt dat het begrip bedrieglijke reclame minstens veronderstelt dat de auteur van de bedrieglijke reclame zich ervan bewust was of diende te zijn dat zijn reclameboodschap tot vergissingen kon leiden en het gedrag van de leden kon beïnvloeden of om die reden nadeel berokkende of kon berokkenen aan één of meer andere ziekenfondsen en landsbonden.


Arrest - Integrale tekst

rep.nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 10 MAART 2011

7e KAMER

SOCIALEZEKERHEIDSRECHT - Wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen

tegensprekelijk

definitief

kennisgeving art. 583 Ger. W.

in de zaak:

CONTROLEDIENST VOOR DE ZIEKENFONDSEN EN DE LANDSBONDEN VAN ZIEKENFONDSEN, openbare instelling, met zetel te 1210 BRUSSEL, Sterrenkundelaan 1, appellant op hoofdberoep, geïntimeerde op incidenteel beroep, vertegenwoordigd door mr. SLEGERS Pierre, advocaat te 1170 BRUXELLES, chaussée de La Hulpe 178

tegen:

LANDSBOND DER NEUTRALE MUTUALITEITEN, met zetel te 1060 BRUSSEL, Charleroisesteenweg 154, geïntimeerde op hoofdberoep, appellant op incidenteel beroep, vertegenwoordigd door mr. DEVILLE Guido, advocaat te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan 3

***

*

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak op 26-03-2010 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 28e kamer (A.R. 54594/03-54789/03).

- het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 7 mei;

- de ter griffie neergelegde conclusies;

- het schriftelijk advies van het openbaar ministerie, neergelegd op 19 januari 2011 door advocaat-generaal J.-J. André;

- de repliekconclusie, neergelegd ter griffie op 10 februari 2011 door de appellant;

- de voorgelegde stukken.

De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 13 januari 2011, waarna de debatten werden gesloten. Het openbaar ministerie heeft op 19 januari 2011 zijn schriftelijk advies ter griffie van dit arbeidshof neergelegd. De termijn om een repliekconclusie op dat schriftelijk advies ter griffie neer te leggen verstreek op 10 februari 2011, waarna de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak gesteld op heden.

***

*

I. DE FEITEN EN DE RECHTSPLEGING.

1.

De Controledienst der Ziekenfondsen ontving in de loop van de maand mei 2002 een klacht tegen het Vlaams Neutraal Ziekenfonds Vlaanderen, aangesloten bij de Landsbond der Neutrale Mutualiteiten, met betrekking tot een rondschrijven (mailing) dat dit ziekenfonds gericht had aan zijn leden op 9 april 2002, en dat een verboden of misleidende reclame zou inhouden in de zin van artikel 43 quater van de wet van 6 augustus 1990 op de ziekenfondsen.

Bij schrijven van 30 oktober 2002 stelde de Controledienst der Ziekenfondsen de Landsbond der Neutrale Mutualiteiten in kennis van de ingediende klacht. Het gewraakte rondschrijven (mailing met bijgevoegde folder) werd aan de Landsbond overgemaakt. In het schrijven van 30 oktober 2002 duidde de Controledienst der Ziekenfondsen aan welke elementen uit het rondschrijven de Raad van de Controledienst ertoe zouden kunnen doen besluiten dat er sprake was enerzijds van bedrieglijke reclame en anderzijds van vergelijkende reclame.

Als mogelijke elementen van bedrieglijke reclame werden weerhouden:

• het feit dat in het rondschrijven sprake was van de mutatie van vier plaatselijke politici naar het betrokken ziekenfonds, terwijl in werkelijkheid slechts twee politici muteerden;

• het feit dat vermeld werd dat de verandering van ziekenfonds verliep zonder onderbreking van de rechten en wachttijd, terwijl volgens de statuten van het ziekenfonds in een bepaald geval wel een wachttijd voorzien was;

• het feit dat in het rondschrijven vermeld werd dat de bijdrage voor de zorgverzekering verplicht was voor alle personen van 26 jaar of ouder en dat dit ook van toepassing was in Vlaanderen en in Brussel.

Als mogelijke elementen van vergelijkende reclame werden aangevoerd:

• het feit dat in het rondschrijven vermeld werd dat bij het ziekenfonds een aansluiting bij de aanvullende verzekering niet verplicht was, dit in tegenstelling tot de meeste andere ziekenfondsen;

• het feit dat voorbeelden werden gegeven van extra's die het ziekenfonds aanbood waaronder "de hoogste rendementen van het voorhuwelijkssparen".

De Landsbond der Neutrale Mutualiteiten werd in de gelegenheid gesteld zijn verweermiddelen schriftelijk mede te delen, hetgeen gebeurde bij schrijven van 20 november 2002.

De Landsbond en het betrokken ziekenfonds werden gehoord op 3 februari 2003.

2.

Bij beslissing van 24 maart 2003 heeft de Raad van de Controledienst beslist dat er inderdaad sprake was van bedrieglijke reclame en van vergelijkende reclame voor de vijf elementen, opgenomen in het schrijven van 30 oktober 2002.

De beslissing van de Raad werd bij schrijven van 4 april 2003 aangetekend ter kennis gebracht van de Landsbond der Neutrale Mutualiteiten en zijn ziekenfonds.

Een boete van 800,00 euro werd opgelegd wegens het voeren van een vergelijkende reclame in de zin van artikel tegen de 43 quater van de wet van 6 augustus 1990 op de ziekenfondsen en een boete 4.000,00 euro wegens het voeren van bedrieglijke reclame.

De beslissing van de eerste rechter herneemt volledig, zowel de inhoud van het betwiste rondschrijven, als de inhoud van de kennisgeving van de klacht op 30 oktober 2002, en de inhoud van de kennisgeving van de beslissing bij schrijven van 4 april 2003. Het hof verwijst terzake naar het eerste vonnis.

3.

Bij verzoekschrift van 30 april 2003 heeft de Landsbond der Neutrale Mutualiteiten beroep ingesteld bij de arbeidsrechtbank te Brussel tegen de beslissing van 24 maart 2003, ter kennis gebracht op 4 april 2003. De Landsbond vorderde de vernietiging van de opgelegde boetes en de veroordeling van de Controledienst der Ziekenfondsen tot terugbetaling van de reeds betaalde boetes.

Bij vonnis van 26 maart 2010, ter kennis gebracht op 8 april 2010, heeft de arbeidsrechtbank de vordering gedeeltelijk gegrond verklaard. De beslissing van de Controledienst der Ziekenfondsen werd vernietigd in de mate dat zij betrekking had op het voeren van vergelijkende reclame. De Controledienst werd veroordeeld tot terugbetaling van het bedrag van de inmiddels betaalde boete. Het beroep werd afgewezen in zoverre het betrekking had op de sanctie, uitgesproken voor het voeren van een bedrieglijke reclame. De opgelegde boete werd bevestigd.

4.

Bij verzoekschrift van 7 mei 2010 heeft de Controledienst der Ziekenfondsen hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de eerste rechter. Bij besluiten heeft de Landsbond der Neutrale Mutualiteiten incidenteel beroep ingesteld tegen het vonnis.

II. DE ONTVANKELIJKHEID.

Het hoger beroep is regelmatig naar de vorm. Het is ingesteld binnen de maand na de kennisgeving van het bestreden vonnis en is aldus tijdig ingesteld. Het beroep is ontvankelijk.

Het incidenteel beroep is eveneens ontvankelijk.

III. BEOORDELING.

1. Het hoofdberoep.

1.

De Controledienst voor de Ziekenfondsen is van oordeel dat de uitgesproken sanctie wegens vergelijkende reclame wel degelijk gegrond was. De verboden vergelijking zou met name terug te vinden zijn in de gebruikte termen (in de bijgevoegd folder): "in tegenstelling tot de meeste andere ziekenfondsen" en "de hoogste rendementen met het voorhuwelijkssparen".

De Controledienst voor de Ziekenfondsen verwijst daarbij naar de bijzondere doelstellingen van de wet op de ziekenfondsen, die zich onderscheidt van de regelgeving inzake handelspraktijken, omdat de ziekenfondsen voor een deel van hun activiteiten een openbare dienst uitmaken. De wettelijke bepalingen zouden aldus zeer strikt moeten toegepast worden, waarbij iedere publiciteit, die een vergelijking tussen één of meerdere ziekenfondsen toelaat, verboden is. De Controledienst voor de Ziekenfondsen verwijst ook naar de voorbereidende werken van de wet waarin vermeld wordt dat iedere vergelijkende reclame verboden is

"waarbij al dan niet uitdrukkelijk de naam of een dienst van een ziekenfonds of een landsbond wordt vermeld".

De Controledienst voert tenslotte ook aan dat de beoordeling van het hof beperkt is tot een marginale toetsing, en met name tot de vraag of, gelet op de doelstellingen van de wet, de door de Controledienst uitgeoefende beoordeling niet kennelijk onredelijk was. De controledienst zou immers een discretionair bevoegdheid uitoefenen.

2. Art. 43quater van de wet van 6 augustus 1990 op de ziekenfondsen, zoals gewijzigd door de wet van 12 augustus 2000, bepaalt het volgende:

" § 1. Voor de toepassing van deze wet verstaat men onder:

1° reclame : elke vorm van mededeling met als directe of indirecte doelstelling de

promotie ofwel van de aansluiting bij een ziekenfonds of van het ziekenfonds zelf ofwel van een dienst in de zin van artikel 3, eerste lid, b) en c), en 7, § 4, ingericht door een ziekenfonds, een landsbond of een rechtspersoon met dewelke het ziekenfonds of de landsbond een samenwerkingsakkoord heeft afgesloten;

2° vergelijkende reclame : elke reclame die op directe of indirecte, expliciete of impliciete wijze via vergelijking één of meerdere ziekenfonds(en) of landsbond(en) identificeert of een dienst bedoeld sub 1 °;

3° bedrieglijke reclame: elke reclame die op enigerlei wijze, met inbegrip van haar presentatie, tot vergissing leidt of kan leiden en die ingevolge dit bedrieglijk karakter het gedrag van de leden kan beïnvloeden of die om deze redenen nadeel berokkent of kan berokkenen aan één of meerdere ander(e) ziekenfonds(en) of landsbond(en).

§ 2. Elke vergelijkende of bedrieglijke reclame in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond is verboden."

3.

Het hof kan in ieder geval een wettelijkheidscontrole uitoefenen op de beslissingen van de Controledienst der Ziekenfondsen. Zulks blijkt uit het loutere feit dat de wetgever een mogelijkheid van beroep voorzien heeft tegen de beslissingen van de Raad. Uit geen enkele wettelijke bepaling blijkt dat de Controledienst, bij de uitoefening van haar toezicht op de naleving van de regels, vastgelegd in de wet van 6 augustus 1990, over een discretionair bevoegdheid zou beschikken en dat derhalve de controle door het hof tot een marginale controle beperkt zou zijn. De rechtspraak, waarnaar de Controledienst verwijst, betreft een situatie waarin de discretionaire bevoegdheid van de betrokken overheid, duidelijk uit de wet blijkt.

4.

Met de Controledienst voor de Ziekenfondsen kan aanvaard worden dat uit de wettelijke regeling, de doelstellingen van de wet en de voorbereidende werken van de wet, blijkt dat de wetgever de publiciteit, die kan gevoerd worden door de ziekenfondsen en landsbonden, aan zeer beperkende regels heeft willen onderwerpen, zonder dat nochtans iedere publiciteit verboden wordt.

De restrictieve doelstellingen van de wetgever kunnen er echter niet toe leiden een wetgeving te interpreteren op een manier die niet meer met de tekst van de wet in overeenstemming te brengen is. Opdat een reclame als vergelijkende reclame kan aanzien worden is, overeenkomstig art. 43 quater § 1, 2° van de wet vereist dat, via vergelijking, één of meer landsbond of ziekenfondsen "geïdentificeerd worden of kunnen worden". Door de aangehaalde vermeldingen wordt echter geen enkel ander ziekenfonds, buiten het eigen ziekenfonds geïdentificeerd. (cfr. Arbeidshof Brussel, 7.05.2009, A.R. nr. 46948, Controledienst der Ziekenfondsen t LOZ, bevestigd door Cass. 3.05.2010 (http:// jure.juridat.just. fgov.be/?lang=nl).

De uitbreidende interpretatie die de Controledienst voor de Ziekenfondsen wenst te geven aan het verbod op vergelijkende reclame, kan des te minder aanvaard worden vermits het reclameverbod gesanctioneerd wordt met belangrijke administratieve geldboetes en volgens de basisbeginselen van het strafrecht, die ook van toepassing zijn op de administratieve boetes. Iedere bestraffing veronderstelt dat er een misdrijf is, waarvan de bestanddelen nauwkeurig omschreven zijn (cfr.ook Grondwettelijk Hof, 2.04.2009, 64/2009 overweging B. 8.17).

5.

Het hoger beroep is dan ook ongegrond.

2. Het incidenteel beroep

1.

De Landsbond der Neutrale Mutualiteiten herneemt in hoofdorde het verweer, dat hij reeds voor de eerste rechter formuleerde, maar dat door deze niet gevolgd werd, dat de bestreden beslissing niet regelmatig gemotiveerd werd. De Landsbond stelt dat de eigenlijke beslissing deze is die op 24 maart 2003 door de Raad van de Controledienst genomen werd, en dat deze beslissing niet medegedeeld wordt. De kennisgeving van 4 april 2003 kan volgens de Landbond der Neutrale Mutualiteiten niet beschouwd worden als de kennisgeving van de beslissing, maar als een a posteriori motivering, opgesteld door de voorzitter van de raad. In ondergeschikte orde stelt de Landsbond dat, zelfs indien de kennisgeving van 4 april 2003 kan beschouwd worden als een geldige kennisgeving van de beslissing zelf, de daarin opgenomen motivering niet afdoende is in de zin van de wet van 29 juli 1991 op de formele motivering van bestuurshandelingen, omdat zij niet preciseert welke mailing exact geviseerd wordt, wanneer en waar deze mailing werd verspreid, en in welke omvang.

Ten gronde stelt de Landsbond dat de gewraakte reclame niet als een bedrieglijke reclame aangezien kan worden omdat in geen enkel van de weerhouden gevallen enig bedrieglijk oogmerk voorhanden was. De Landsbond bespreekt verder ieder van de weerhouden gevallen om aan te tonen dat er geen sprake is van een bewuste reclame die tot een vergissing leidt of kan leiden.

In ondergeschikte orde vraagt de Landsbond dat het hof de opgelegde geldboete zou herleiden tot een symbolisch bedrag van 1,00 euro .

De Controledienst der Ziekenfondsen stelt dat de definitie die de wetgever geeft aan het begrip "de bedrieglijke reclame" in feite inhoudt dat iedere reclame verboden wordt die tot een vergissing leidt of kan leiden en ingevolge daarvan de leden kan beïnvloeden of om die redenen nadeel berokkent of kan berokkenen aan één of meer andere ziekenfondsen. Volgens de Controledienst is in ieder van de drie weerhouden gevallen aan deze voorwaarden voldaan. De Controledienst is verder van oordeel dat de rechterlijke macht niet de bevoegdheid heeft zich uit te spreken over de hoegrootheid van de uitgesproken sanctie. Zulks zou tot zijn soevereine bevoegdheid behoren. In ieder geval zou de rechter geen sanctie kunnen uitspreken die lager is dan het wettelijk minimum.

2.

Overeenkomstig art. 2 van de wet van 29 juli 1991 op de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen dient iedere bestuurshandeling in de zin van art. 1 van de wet uitdrukkelijk gemotiveerd te worden. Overeenkomstig art. 3 van dezelfde wet moet de opgelegde motivering in de akte de juridische en feitelijke overwegingen vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen en moet zij afdoende zijn.

Een beslissing is voldoende gemotiveerd in de zin van de vermelde wettelijke bepalingen wanneer zij de betrokkene toelaat, op basis van de enkele lectuur van de beslissing te begrijpen waarom de beslissing getroffen is en te beoordelen of er elementen zijn om deze beslissing te betwisten voor de rechtbank.( R.v.St. (9e k.) nr. 90.226, 16 oktober 2000).

Uit de bepalingen van de wet van 29 juli 1991 blijkt niet dat de kennisgeving van een administratieve beslissing enkel kan gebeuren door de mededeling van het proces-verbaal van de vergadering van het orgaan dat de beslissing heeft genomen. Uit de bepalingen van die wet kan derhalve evenmin afgeleid worden dat dit proces-verbaal zelf alle elementen van de formele motivering, zoals opgelegd door de wet, dient in te houden. Anderzijds legt de wet van 6 augustus 1990 aan de Controledienst niet de verplichting op om, ingeval een sanctie uitgesproken wordt, het proces-verbaal van de beslissing in de kennisgeving op te nemen.

De omstandigheid dat overeenkomstig artikel 3 van dezelfde wet de motivering in de akte zelf de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen, sluit niet uit dat voor de motivering wordt verwezen naar andere akten, die aan de bestuurde bekend zijn (Cass. 29 mei 2008, http:// jure.juridat.just. fgov.be/?lang=nl). In de kennisgeving van 4 april 2003 wordt verwezen naar de kennisgeving van de Raad van 30 oktober 2002, waarbij aan de Landsbond der Neutrale Mutualiteiten werd medegedeeld dat op 16 mei 2002 een klacht werd ingediend wegens schending van artikel 43 quater van de wet van 6 augustus 1990. Aan dit schrijven was de betwiste mailing gehecht die aanleiding was voor het onderzoek. Uit deze mailing blijkt de precieze datum ervan (26 maart 2002).

De Landsbond der Neutrale Ziekenfondsen had aldus een exacte kennis van de feiten die ten laste werden gelegd van zijn ziekenfonds en het was overbodig dat de bestreden beslissing deze feiten, en de documenten waarop gesteund werd, nogmaals hernam.

De bestreden beslissing geeft voor het overige, zowel in rechte als in en feite, op een afdoende wijze aan waarop zij gesteund is en beantwoordt bovendien de verschillende verweerdermiddelen die de Landsbond naar voor had bracht. In de kennisgeving van 4 april 2003 wordt gedetailleerd beschreven welke passages uit de gevoerde publiciteit een probleem stellen, waarom dit is, op welke artikelen van de wetgeving een inbreuk wordt gemaakt, welke artikelen van deze wetgeving de weerhouden inbreuken beteugelen met een administratieve geldboete en met welke elementen rekening werd gehouden bij het bepalen van de strafmaat.

De beslissing is aldus rechtsgeldig gemotiveerd.

3.

Overeenkomstig art. 43 quater van de wet van 6 augustus 1990 op de ziekenfondsen, zoals reeds geciteerd wordt voor de toepassing van deze wet verstaan onder bedrieglijke reclame "elke reclame die op enigerlei wijze, met inbegrip van haar presentatie, tot vergissing leidt of kan leiden en die ingevolge dit bedrieglijk karakter het gedrag van de leden kan beïnvloeden of die om deze redenen nadeel berokkent of kan berokkenen aan één of meerdere ander(e) ziekenfonds(en) of landsbond(en)".

Uit de lezing van artikel 43 quater § 1, 3° blijkt dat de wetgever aan het begrip bedrieglijke reclame een ruime inhoud heeft willen geven en dat in de definitie zelf het element van het bedrieglijk karakter van de reclame niet wordt hernomen. Zulks neemt echter niet weg dat de wetgever, zowel in § 1 van het artikel, dat de omschrijving van het begrip inhoudt, als in § 2 spreekt van bedrieglijke reclame. De door de wetgever gebruikte terminologie, en met name de samenlezing van het begrip bedrieglijke reclame en de daaropvolgende definitie ervan, kan uiteindelijk slechts zinvol begrepen worden als men aanneemt dat het begrip bedrieglijke reclame minstens veronderstelt dat de auteur van de bedrieglijke reclame zich ervan bewust was of diende te zijn dat zijn reclameboodschap tot vergissingen kon leiden en het gedrag van de leden kon beïnvloeden of om die reden nadeel berokkende of kon berokkenen aan één of meer andere ziekenfondsen en landsbonden.

De rechter, gevat over een betwisting inzake het bedrieglijk karakter van een reclame, dient dan ook in concreto na te gaan of de auteur van het ingeroepen misdrijf er zich van bewust was of diende te zijn, dat de reclame van aard was de bestemmeling ervan te misleiden.

4.

De vermelding, in de gewraakte mailing, dat vier lokale politici, de overstap hadden gemaakt naar het betrokken ziekenfonds was wellicht enigszins voorbarig, vermits op dat ogenblik slechts twee politici effectief lid geworden waren van het ziekenfonds. Het wordt echter niet betwist dat de derde politicus, de heer Demert, op het ogenblik van de mailing een aansluitingsformulier had ondertekend en achteraf ook lid geworden is. Voor wat betreft mevrouw Gorrebeeck staat vast dat zij de intentie had kenbaar gemaakt de overstap te zullen doen naar het ziekenfonds en dat zij akkoord was dat in de mailing haar naam werd opgenomen. In die omstandigheden kon de mailing te goeder trouw de vermelding opnemen dat vier politici de overstap hadden gemaakt, en kan geen strafbare gedragingen worden afgeleid uit de omstandigheid dat achteraf één van de betrokkenen zijn intentie om aan te sluiten bij het ziekenfonds heeft gewijzigd.

De vermelding in de folder, gevoegd bij de mailing, dat een bijdrage van 10,00 euro per jaar verplicht is voor de zorgverzekering voor alle personen die 26 jaar of ouder zijn, met de toevoeging dat deze verzekering ‘enkel' van toepassing is in Vlaanderen en Brussel, terwijl deze verzekering in Brussel slechts facultatief is, doet evenmin blijken van een bewuste gedraging, die tot gevolg had dat zij bij de verzekerde tot een vergissing zou kunnen leiden en op die wijze het gedrag van die verzekerde zou beïnvloeden. Het ziekenfonds heeft enkel vergeten te preciseren dat in Brussel de aansluiting bij de zorgverzekering facultatief was: het heeft niet aangegeven dat deze aansluiting in Brussel verplicht was. Het hof ziet overigens niet in hoe deze vergetelheid op enige wijze het gedrag van een verzekerde zou kunnen beïnvloeden, vermits uit de voorgelegde stukken voldoende blijkt dat de mailing, en de bijgevoegde folder, enkel verzonden werd een naar een beperkt aantal personen in een gemeente of regio, die geenszins verbonden was met Brussel en dus zeker ook geen inwoners uit deze stad viseerde.

De vermelding tenslotte in de folder dat veranderen van ziekenfondsen verloopt "zonder onderbreking van de rechten, zonder wachttijd en zonder rompslomp", kan slechts als een inbreuk beschouwd worden in de mate dat voldoende vaststaat dat zulks niet met de werkelijkheid overeenstemt. In de tenlastelegging en de bestreden beslissing wordt slechts één element aangehaald, waaruit zou kunnen blijken dat de vermelding in concreto niet met de werkelijkheid overeenstemt, met name dat het behoud van wachttijd niet van toepassing was in het kader van de facultatieve hospitalisatieverzekering, en meer bepaald ten aanzien van bevallingen.

Artikel 60 van de statuten van het ziekenfonds, dat betrekking heeft op de te respecteren wachttijden in de vrije verzekering, voorziet in punt 1 dat de algemene wachttermijn drie maanden bedraagt. In punt 2 worden een aantal gevallen opgesomd waarbij de wachttermijn vervalt. Dit is met name het geval: (c) voor personen die reeds van een andere verzekering genoten die dezelfde risico's waarborgt als onderhavige contract. In punt 3 wordt gesteld dat voor bevallingen de wachttermijn op 12 maanden is vastgesteld.

In tegenstelling met hetgeen de Controledienst voorhoudt blijkt uit de omstandigheid dat een bijzondere wachttermijn van 12 maanden voorzien wordt bij bevalling, en dat daarbij niet uitdrukkelijk vermeld wordt dat (ook) deze wachttermijn niet geldt voor personen die reeds genoten van een andere verzekering die dezelfde risico's waarborgt, niet noodzakelijk dat bij bevallingen wel een wachttermijn diende gerespecteerd te worden. Artikel 60 kan ook zo gelezen worden dat de bepaling van punt 2 (c) een algemene draagwijdte heeft, en van toepassing is op alle wachttermijnen voorzien door artikel 60. De Landsbond der Neutrale Ziekenfondsen houdt overigens voor, zonder daarin tegengesproken te worden, dat de bepaling steeds op die wijze is toegepast geworden en dat nooit een wachttermijn van 12 maanden bij bevallingen werd opgelegd ten aanzien van personen die, bij hun overgang, genoten van een hospitalisatieverzekering. De Landsbond heeft overigens onmiddellijk zijn statuten aangepast om de onduidelijkheid in de statuten op te heffen.

In die omstandigheden is evenmin aangetoond dat de Landsbond der Neutrale Mutualiteiten met betrekking tot het behoud van rechten een misleidende informatie heeft gegeven.

5.

Het incidenteel beroep is dan ook gegrond.

OM DEZE REDENEN,

HET ARBEIDSHOF,

Gelet op de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, in het bijzonder op het artikel 24,

Rechtsprekend op tegenspraak,

Gelet op het eensluidend schriftelijk advies van de heer Jean-Jacques André, advocaat-generaal,

Verklaart het hoofdberoep ontvankelijk doch ongegrond.

Verklaart het incidenteel beroep bijgevolg ontvankelijk en gegrond.

Hervormt het bestreden vonnis en vernietigt de bestreden beslissing in zoverre aan de Landsbond der Ziekenfondsen een administratieve geldboete wordt opgelegd van 4.000,00 euro wegens het voeren van bedrieglijke reclame.

Veroordeelt de Controledienst der Ziekenfondsen tot terugbetaling van de administratieve geldboete, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten vanaf 30 april 2003 tot op het ogenblik van de effectieve terugbetaling.

Veroordeelt de Controledienst der Ziekenfondsen tot de kosten van beide aanleggen, begroot in hoofde van de Landsbond der Neutrale Mutualiteiten op 650,00 euro als rechtsplegingsvergoeding in eerste aanleg en 650,00 euro als rechtsplegingsvergoeding in graad van beroep.

Aldus gewezen en ondertekend door de zevende kamer van het Arbeidshof te Brussel, samengesteld uit:

Fernand KENIS, raadsheer,

Jean BOULOGNE, raadsheer in sociale zaken, werkgever,

Hedwig SILON, raadsheer in sociale zaken, werknemer-arbeider,

bijgestaan door :

Sven VAN DER HOEVEN, griffier.

Sven VAN DER HOEVEN Hedwig SILON

Jean BOULOGNE Fernand KENIS

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van donderdag 10 maart 2011 door:

Fernand KENIS, raadsheer,

bijgestaan door

Sven VAN DER HOEVEN, griffier.

Sven VAN DER HOEVEN Fernand KENIS

Vrije woorden

  • VRIJE VERZEKERINGEN

  • MUTUALITEITSVERENIGINGEN

  • Sociale zekerheid der werknemers

  • Ziekte- en invaliditeitsverzekering

  • Ziekenfondsen en Landsbonden van ziekenfondsen

  • Ziekenfondsenwet

  • Administratieve sancties

  • Algemene beginselen van strafrecht

  • Begrip bedrieglijke reclame.