- Arrest van 4 april 2011

04/04/2011 - 2010/AB/001200

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Hoger beroep tegen een vonnis collectieve schuldenregeling dient op grond van art. 1056, 2° te worden ingediend op de griffie van het arbeidshof.

Ar. 1051 Ger.W. bepaalt de termijn om hoger beroep aan te tekenen op één maand, te rekenen vanaf de kennisgeving overeenkomstig art. 1675/16 Ger.W.

Deze termijn kan enkel wegens overmacht worden verlengd wanneer een absolute onmogelijkheid wordt aangetoond om het verzoekschrift tijdig neer te leggen.

Ongewoon zware weersomstandigheden zijn geen overmacht, wanneer deze niet meer aanwezig zijn op de laatste dag van de termijn. Bij een eerdere verzending van het verzoekschrift via de post kan men ter griffie navragen of de zending binnen de termijn is toegekomen, waarna men nog de nodige schikkingen had kunnen treffen voor een tijdige neerlegging.


Arrest - Integrale tekst

rep.nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 04 april 2011

11 e KAMER

COLLECTIEVE SCHULDENREGELING - vorderingen collectieve schuldenregeling

Tegensprekelijk t.o.v. van appellanten, de schuldbemiddelaar, EUROPA BANK N.V. en BMW FINANCIAL SERVICES BELGIUM, bij verstek t.o.v. de andere schuldeisers en de schuldenaar

definitief

In de zaak:

1. D. L.,

2. N. A.,

3. M. S.,

Appellanten, vertegenwoordigd door Mter Luc CHRISTIAENS, advocaat te 1500 HALLE, Meiboom, 79;

Tegen:

Geïntimeerden :

1. D. J., schuldenaar,

die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

2. EUROPABANK NV, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te

9000 GENT, Burgstraat 170, vertegenwoordigd door C. CREVITS loco Mter M. VAN DEN DAELEN,, advocaat te 9000 GENT, Wiedauwkaai 23 H

3. BMW Financial Servicers Belgium, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 2880 BORNEM, Lodderstraat 16, vertegenwoordigd door Mter GOETRY loco Mter Jan VAN LEEMPUTTEN, advocaat te 2600 BERCHEM (ANTWERPEN), Marie-Josélaan 90

4. DR. M., schuldeiser,

die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

5. B. L., schuldeiser, verzoekster in herroeping,

die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

Mede inzake :

.VAN CAMPENHOUT Jo, schuldbemiddelaar, wonende te 1702 GROOT-BIJGAARDEN, R. Dansaertlaan 82, verschijnend in persoon;

De andere schuldeisers - geïntimeerden:

1. KBC BANK NV, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 2000 ANTWERPEN, Schoenmarkt 35, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

2. DAK FOLIE DISTRI NV, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 2950 KAPELLEN (ANTW.), Leo Baekenlandstraat 1 bus 2, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

3.. ELEC-LIGHTIN ART NV, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 2100 DEURNE (ANTWERPEN), Keesinglaan 21, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

4. KBC BANK NV, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 2000 ANTWERPEN, Schoenmarkt 35, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

5. DAK FOLIE DISTRI NV, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 2950 KAPELLEN (ANTW.), Leo Baekenlandstraat 1 bus 2, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

6. ELEC-LIGHTIN ART NV, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 2100 DEURNE (ANTWERPEN), Keesinglaan 21, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

7. FOD FIN ONTVANGKANTOOR PENALE BOETEN ANTWERPEN, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 2000 ANTWERPEN, Italiëlei 4 bus 3, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

8. CENTRAUTO NV, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 2100 DEURNE (ANTWERPEN), Herentalsebaan 146-152, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

9. CITIBANK BELGIUM (VISA) NV, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 1050 BRUSSEL, Generaal Jacqueslaan 263 g, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

10. AMERICAN EXPRESS INTERNATIONAL, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 1170 BRUSSEL, Vorstlaan 100, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

11. FOD FIN BELASTINGEN WEMMEL-WEZEMBEEK, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 1000 BRUSSEL, Kruidtuinlaan 50 bus 3131, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

12. DB. P., schuldeiser,

die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

13. RSVZ, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 3000 LEUVEN, Vaartstraat 54, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

14. RVA ANTWERPEN, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 2018 ANTWERPEN, Lentestraat 23, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

15. DE PROOST - VAN DEUN - VANDENSAVEL, schuldeiser, Gerechtsdeurwaarders, met maatschappelijke zetel te 2300 TURNHOUT, Otterstraat 179, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

16. INTERPAT BVBA, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te 2150 BORSBEEK (ANTW.), Herentalsebaan 59 A, die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

17. ADCENSUS NEDERLAND, schuldeiser, met maatschappelijke zetel te Postbus 270, 4530 AG TERNEUZEN (NEDERLAND), die niet verschijnt noch wordt vertegenwoordigd;

***

*

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak t.o.v. de schuldenaar, de schuldbemiddelaar, BMW FINANCIAL SERVICES BELGIUM N.V., EUROPABANK NV., DR. M. en B. L. en bij verstek t.o.v. de andere schuldeisers op 17 november 2010 door de Arbeidsrechtbank te Brussel, 32ste kamer (A.R. 09/978/b);

- het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 28 december 2010;

- de eerste en tweede conclusies betreffende de laattijdigheid van het hoger beroep voor de N.V. EUROPABANK, neergelegd ter griffie, respectievelijk op 7 februari 2011 en 25 februari 2011;

- de conclusie van appellante, neergelegd ter griffie op 4 maart 2011;

- de voorgelegde stukken;

De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 07 maart 2011; de schuldbemiddelaar legde een aanvullende staat van kosten en ereloon neer, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden.

***

*

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING.

1. Bij beschikking van de arbeidsrechtbank te Brussel van 17 november 2009 werd de heer J. D. toegelaten tot de collectieve schuldenregeling; advocaat Jo van Campenhout werd aangesteld als schuldbemiddelaar.

Op 24 december 2009 legden de ouders van de heer D., de heer L. D. en mevrouw A. N., een verzoek neer tot bevrijding van de borgen op grond van artikel 1675/16 bis Ger. W.

De ouders hadden zich borg gesteld voor hun zoon met betrekking tot een lening, afgesloten bij Europabank. Ze verwijzen naar hun bescheiden inkomsten als gevolg van hun pensionering.

Op 2 maart 2010 legde mevrouw S. M. een verzoek neer tot bevrijding van borg op grond van artikel 1675/16 bis Ger. W.

Mevrouw S. M. heeft zich voor de aankoop van een wagen solidair verbonden ten aanzien van de N.V. BMW Financial Services Belgium en zij verwijst eveneens naar haar bescheiden inkomsten.

2. Op 12 maart 2010 vroeg de schuldeiser, mevrouw L. D. de herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid op grond van artikel 1675/15 §1, 1° en 5° Ger. W., voornamelijk omdat de heer J. D. onjuiste inlichtingen had verstrekt over zijn handelsactiviteit in de periode van zes maanden voor het indienen van zijn verzoekschrift tot collectieve schuldenregeling.

Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Brussel van 17 november 2010 werd de beschikking van toelaatbaarheid omwille van de ingeroepen redenen herroepen op grond van artikel 1675/15 §1, 1° en 5° Ger. W.

De vorderingen tot bevrijding van de borgen werden omwille van de herroeping zonder voorwerp verklaard en de borgstellers werden veroordeeld tot de gerechtskosten.

3. De griffie van de arbeidsrechtbank te Brussel heeft op 24 november 2010 bij gerechtsbrief kennis gegeven aan de borgstellers van het hierboven vermelde vonnis; ze ontvingen de gerechtsbrieven op 25 november 2010.

4. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 28 december 2010 tekenden de echtgenoten L. D. en A. N., alsook mevrouw S. M. hoger beroep aan tegen dit vonnis wat betreft het zonder voorwerp zijn van hun vordering tot bevrijding als borg.

In ondergeschikte orde vroegen ze dat de beslissing tot herroeping teniet zou worden gedaan.

II. BEOORDELING.

Ontvankelijkheid.

1. Artikel 53bis Ger. W. bepaalt:

Ten aanzien van de geadresseerde, en tenzij de wet anders bepaalt, worden de termijnen die beginnen te lopen vanaf een kennisgeving op een papieren drager berekend:

1° wanneer de kennisgeving is gebeurd bij gerechtsbrief... vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de brief aangeboden werd op de woonplaats van de geadresseerde...

Op grond van artikel 1675/16 Ger. W. worden de uitspraken die door de rechter worden gedaan in het raam van een procedure van de collectieve schuldenregeling, door de griffier bij gerechtsbrief ter kennis gebracht.

Uit de stukken van het dossier van de rechtspleging blijkt dat deze kennisgeving bij gerechtsbrief verzonden werd op 24 november 2010 en dat ze door appellanten ontvangen werd op 25 november 2010, zoals ze overigens in beroepsbesluiten bevestigen.

2. Artikel 1051 Ger. W. bepaalt de termijn om hoger beroep aan te tekenen op één maand, te rekenen vanaf de kennisgeving.

De termijn om hoger beroep aan te tekenen verstreek in beginsel op 25 december 2010, doch deze dient op grond van artikel 53, 2° Ger. W. te worden verplaatst naar de eerstvolgende werkdag, daar 25 december 2010 een zaterdag en een wettelijke feestdag was.

Aldus verstreek de beroepstermijn op maandag 27 december 2010.

Het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 28 december 2010, is dan ook laattijdig.

3. Ten onrechte verwijzen appellanten naar overmacht, bestaande in de slechte weersomstandigheden op 24 december 2010 om voor te houden dat het beroep niettemin tijdig was.

Overmacht verwijst immers naar een absolute onmogelijkheid, waardoor men zijn verplichtingen niet op normale wijze kan nakomen.

Appellanten leggen stukken neer waaruit blijkt dat er op 24 december 2010 inderdaad slechte weersomstandigheden als gevolg van zware sneeuwval waren, waardoor er geen busverkeer in Vlaams-Brabant mogelijk was en waardoor de politie de chauffeurs aanraadde om zo weinig mogelijk met de auto uit te rijden.

Dezelfde stukken vermelden echter dat het treinverkeer op die dag wel normaal verliep.

De oplijsting van de dagen met uitzonderlijk moeilijk verkeer in stuk 5.8 van appellanten vermeldt niet maandag 27 december 2010, zijnde de laatste dag om nuttig hoger beroep aan te tekenen.

Er was dus geen absolute onmogelijkheid om tijdig het verzoekschrift ter griffie van het arbeidshof neer te leggen, zodat appellanten zich ten onrechte beroepen op overmacht.

Waar appellanten ervoor gekozen hebben het verzoekschrift tot hoger beroep op 24 december aangetekend te verzenden, hadden ze de mogelijkheid om te controleren of deze zending op 27 december inderdaad ter griffie toegekomen was, daar ze konden voorzien dat de moeilijke weersomstandigheden vertragingen in de post konden veroorzaken.

Hieruit vloeit voort dat het hoger beroep wegens laattijdigheid onontvankelijk is.

4. De schuldbemiddelaar legt een aanvullende staat van ereloon en kosten neer, die kan worden goedgekeurd en gelet op de stand van de rubriekrekening ten laste van de schuldenaar moet worden gelegd.

OM DEZE REDENEN,

HET ARBEIDSHOF,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewij¬zigd, inzonderheid op artikel 24,

Recht doende op tegenspraak t.o.v de appellanten, de schuldbemiddelaar.en de schuldeisers en EUROPABANK N.V. en BMW FINANCIAL SERVICERS BELGIUM en bij verstek t.o.v. schuldenaar en de overige schuldeisers

Verklaart het hoger beroep onontvankelijk.

Beveelt de tenuitvoerlegging van de bijkomende staat van de erelonen en kosten van de schuldbemiddelaar ten bijdrage van euro 492,56, waarvoor dit arrest als uitvoerbare titel ten laste van de schuldenaar geldt en zegt dat deze bij voorrang dient te worden uitbetaald in overeenstemming met artikel 1675/19 §2, 1° Ger. W.

Veroordeelt appellanten tot de gerechtskosten van het hoger beroep, deze aan de zijde van de NV Europabank begroot op

rechtsplegingsvergoeding euro 1.200,

doch door het hof herleid tot het minimumbedrag van euro 82,50

Aldus gewezen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 11de kamer van het Arbeidshof te Brussel op 4 april 2011, waar aanwezig waren :

De heer L. LENAERTS, Raadsheer,

bijgestaan door :

Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier.

L. HERREGODTS, L. LENAERTS.

Vrije woorden

  • SCHULDOVERLAST.