- Arrest van 20 juni 2011

20/06/2011 - 2011/AB/00449

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Wanneer een minnelijke aanzuivering gehomologeerd werd, terwijl een bezwaar van een schuldeiser vergeten werd, heeft deze schuldeiser zijn instemming met de minnelijke aanzuiveringsregeling niet betuigt, zodat er geen akkoord tot stand kan gekomen zijn en hij de mogelijkheid heeft om hoger beroep aan te tekenen tegen de beschikking van homologatie.

De schuldbemiddelaar dient de bezwaren van de schuldeisers te ontmoeten en een akkoord na te straven, hij mag zich dus niet beperken tot het ontvangen van de bezwaren om nadien een proces-verbaal van vaststelling van gebrek aan minnelijke regeling neer te leggen.

Na behandeling van het bezwaar dient de zaak ingevolge de blijvende saisine van de arbeidsrechtbank verder door deze rechtbank te worden behandeld.


Arrest - Integrale tekst

Rep.Nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 20 JUNI 2011.

11de KAMER

Collectieve schuldenregeling - vorderingen collectieve schuldenregeling

Definitief + verzending Arbeidsrechtbank te Leuven

Op tegenspraak t.a.v. appellante en de schuldbemiddelaar en bij verstek t.a.v. de schuldenaars en de andere schuldeisers

In de zaak :

DE N.V. CITIBANK, schuldeiser, met zetel gevestigd te

1050 Brussel, Generaal Jacqueslaan, 263 g,

Appellante, vertegenwoordigd door Mter J. Hermans, advocaat te 2180 Ekeren;

Tegen :

De Heer B. A. en zijn echtgenote H. C. , schuldenaars, beiden wonende te [xxx],

Geïntimeerden, niet verschijnend;

Mede inzake :

1. Mter DEWIL Johan, wonende te 3300 Tienen, Veemarkt, 2, verschijnend in persoon in zijn hoedanigheid van schuldbemiddelaar,

2. S.A. COFIDIS, schuldeiser, met zetel gevestigd te 7500 Tournai, Rue de Clategnies, 4, niet verschijnende partij,

3. VLAAMS WONINGFONDS, schuldeiser, met zetel gevestigd te 1000 Brussel, De Meeussquare, 26-27, niet verschijnende partij,

4. ONTVANGER DIRECTIE BELASTINGEN, schuldeiser, met kantoor gevestigd te 3290 Diest, Koning Albertstraat, 16, niet verschijnende partij,

5. MIDDENSCHOOL PIUS X, schuldeiser, met zetel gevestigd te 3980 Tessenderlo, Kerkstraat 4a, niet verschijnende partij,

6. CENTRUM MEDISCHE ANALYSE, schuldeiser, met zetel gevestigd te 2200 Herentals, Oudstrijderslaan, niet verschijnende partij,

7. B.V.B.A. VANHAEREN, schuldeiser, met zetel gevestigd te 3454 Rummen, Grote Steenweg, 130, niet verschijnende partij,

8. GCV TANDARTS MORREN J. , schuldeiser, met zetel gevestigd te 3540 Herk-De-Stad, Hasselsestraat, 10, niet verschijnende partij,

9. V.Z.W. JESSA ZIEKENHUIZEN, schuldeiser, met zetel gevestigd te 3500 Hasselt, Salvatorstraat, 20, niet verschijnende partij,

10. ZIEKENHUIS OOST LIMBURG, schuldeiser, met zetel gevestigd te 3600 Genk, Schiepse Bos, niet verschijnende partij,

11. BNP PARIBAS FORTIS, schuldeiser, met zetel gevestigd te 1000 Brussel, De Brouckèreplein, 2, niet verschijnende partij,

12. SECUNDAIRE SCHOLEN SINT FERDINAND, schuldeiser, met zetel gevestigd te 3560 Lummen, St. Ferdinandstraat, 1, niet verschijnende partij,

13. CETELEM, schuldeiser, met zetel gevestigd te 1000 Brussel, Anspachlaan, 1/11, niet verschijnende partij,

14. V.Z.W. KASORT, schuldeiser, met zetel gevestigd te 3980 Tessenderlo, Kerkstraat, 4a, niet verschijnende partij,

15. MERCATOR VERZEKERINGEN, schuldeiser, met zetel gevestigd te 2018 Antwerpen, Desguinlei, 100, niet verschijnende partij,

16. V.Z.W. ONDERWIJSINSTELLINGEN, schuldeiser, met zetel gevestigd te 3290 Diest, Demerstraat, 12, niet verschijnende partij,

17. GENERALI BELGIUM, schuldeiser, met zetel gevestigd te 1050 Brussel, Louizalaan, 149, niet verschijnende partij,

18. VMW, schuldeiser, met zetel gevestigd te 1030 Brussel, Vooruitgangstraat, 189, niet verschijnende partij,

19. LAR RECHTSBIJSTAND, schuldeiser, Postbus, 1170 Brussel, niet verschijnende partij,

20. CMA, schuldeiser, met zetel gevestigd te 2200 Herentals, Oud Strijderslaan, 199, niet verschijnende partij,

21. ABVV METAL BRUSSEL, schuldeiser, met zetel gevestigd te 1000 Brussel, Jacob Jordaensstraat, 17, niet verschijnende partij,

22. SPE LUMINUS, schuldeiser, met zetel gevestigd te 1000 Brussel, Regentlaan, 47, niet verschijnende partij,

23. N.V. ALURAL, schuldeiser, met zetel gevestigd te 3560 Lummen, Dellestraat, 16, niet verschijnende partij,

24. RVA BRUSSEL schuldeiser, met zetel gevestigd te 1000 Brussel, Keizerslaan, 7-9, niet verschijnende partij,

25. GONGEMETAL schuldeiser, met zetel gevestigd te 1030 Brussel, A. Reyerslaan, 80, niet verschijnende partij,

26. DE VOORZORG, schuldeiser, met zetel gevestigd te 3500 Hasselt, Capucienstraat, 10, niet verschijnende partij,

27. ATTENTIA KINDERBIJSLAGFONDS, schuldeiser, met zetel gevestigd te 3500 Hasselt, Kunstlaan, 18 bus 5, niet verschijnende partij,

28. ABVV HASSELT, schuldeiser, met zetel gevestigd te 3500 Hasselt, G. Roppesingel, 55, niet verschijnende partij,

29. N.V. RECTUS, schuldeiser, met zetel gevestigd te 2100 Deurne, Turnhoutsebaan, 315, niet verschijnende partij;

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van de bestreden beschikking van 12 april 2011 van de Arbeidsrechtbank te Leuven ( nr. 10/356/b),

- het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie op 6 mei 2011,

- de voorgelegde stukken.

Gehoord de aanwezige partijen in hun middelen en beweringen op de openbare terechtzitting van 6 juni 2011, waarna de debatten gesloten werden, de zaak in beraad genomen werd en voor uitspraak werd vastgesteld op heden.

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING.

1. Bij beschikking van 22 oktober 2010 van de arbeidsrechtbank te Leuven werd het verzoek tot collectieve schuldenregeling van de heer B. A. en mevrouw H. C. toelaatbaar verklaard en werd advocaat Johan Dewil aangesteld als schuldbemiddelaar.

2. Op 14 januari 2011 stelde de schuldbemiddelaar een ontwerp van minnelijke aanzuiveringregeling op.

Hij stelde een regeling voor met een variabele duurtijd tot alle hoofdsommen van de ingediende schuldvorderingen ( euro 29.503,74) terugbetaald zullen zijn, met kwijtschelding voor alle intresten, schadebedingen en kosten, mits de schuldenaars de inhouding van een vast bedrag van euro 500 op hun maandelijkse inkomsten deden, samen met een gelijkaardige inhouding op vakantiegeld, 13e maand, teruggave belastingen e.d.

Volgens de aangifte van de hypothecaire schuldeiser was er op de hypothecaire lening een achterstand van euro 1.559,51, zodat de schuldbemiddelaar voorstelde om dit bedrag in de aanzuiveringregeling op te nemen; het saldo van de hypothecaire schuld van euro 83.066,05 diende als boedelschuld verder te worden afbetaald; de hypothecaire schuldeiser zal de schuldbemiddelaar op de hoogte brengen indien de maandelijkse aflossingen onregelmatig zouden betaald worden en bij een bijkomende achterstand van betaling van meer dan drie maanden tijdens de schuldbemiddeling wordt de schuldbemiddelaar gemachtigd om over te gaan tot openbare verkoop van het onroerend goed, desnoods onderhands aan de voorafgaandelijk ingewonnen schattingsprijs.

Deze regeling werd uitgewerkt omdat de hypothecaire lening voor het woonhuis voor de familie bestaande uit zes personen ( schuldenaars, drie studerende kinderen en inwonende grootmoeder) aangegaan werd met een mensualiteit van euro 485,08.

Citibank is de grootste chirographaire schuldeiser wegens een lening op afbetaling met een hoofdsom van euro 23.747,60.

3. Op 20 januari 2011 tekende Citibank bezwaar aan tegen dit voorstel.

Dit bezwaar werd per vergissing door de schuldbemiddelaar in een verkeerde map geklasseerd, zodat er verder ten onrechte geen rekening mee werd gehouden.

4. Op 1 april 2011 legde de schuldbemiddelaar het voorstel tot minnelijke aanzuivering neer bij de arbeidsrechtbank te Leuven, die er bij beschikking van 12 april 2011 akte van nam en het homologeerde met goedkeuring van de staat van ereloon, emolumenten en kosten van de schuldbemiddelaar.

De schuldbemiddelingsrechter acteerde dat uit de overgelegde stukken blijkt dat de wettelijke voorschriften nageleefd werden en dat alle tot de schuldbemiddeling toegelaten belanghebbenden akkoord gingen met het ontwerp.

Bij gerechtsbrief van 12 april 2011 werd Citibank in kennis gesteld van deze beschikking.

5. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 6 mei 2011, tekende Citibank hoger beroep aan en vroeg dat het bestreden vonnis ( lees: beschikking) van 12 april 2011 integraal zou worden vernietigd en dat de homologatie van het plan zou worden ingetrokken, dat het ontoelaatbaar, minstens ongegrond zou worden verklaard en dat er een gerechtelijk plan zou worden opgelegd rekening houdend met haar opmerkingen.

II. BEOORDELING.

1. Het hoger beroep werd tijdig ingesteld; hierover is geen betwisting; ook aan de andere ontvankelijkheidvoorwaarden werd voldaan, wat evenmin wordt betwist, zodat het hoger beroep toelaatbaar is.

Er wordt immers niet betwist dat Citibank nooit haar instemming met de minnelijke aanzuiveringregeling heeft betuigd, zodat er geen akkoord tot stand kan gekomen zijn en zij de mogelijkheid heeft om hoger beroep aan te tekenen ( Arbh. Gent, 16 oktober 2009, AR 2009/AR/20).

De homologatie van de minnelijke aanzuiveringregeling

2. Artikel 1675/10 §4 en § 5 Ger. W. bepaalt:

§4. De schuldbemiddelaar zendt het ontwerp van minnelijke aanzuiveringregeling bij een per post aangetekende brief met ontvangstbericht naar de schuldenaar, in voorkomend geval diens echtgenoot, en de schuldeisers.

In het kader van die regeling ziet de schuldbemiddelaar toe op de prioritaire betaling van de schulden die het recht van de verzoeker en zijn gezin om een menswaardig leven te leiden in het gedrang brengen.

De regeling moet door alle belanghebbende partijen goedgekeurd worden.

...

§5. Bij instemming bezorgt de schuldbemiddelaar de minnelijke aanzuiveringregeling, het verslag van zijn werkzaamheden en de dossierstukken aan de rechter.

De rechter doet uitspraak op stukken en neemt akte van het gesloten akkoord. Artikel 1043, tweede lid, is van toepassing.

3. In casu tekende Citibank bezwaar aan en stemde dus niet in met het voorstel, zodat het verkeerdelijk bij toepassing van bovenvermelde bepalingen aan de rechter ter homologatie werd voorgelegd.

Het hoger beroep van Citibank is dan ook gegrond in zoverre het ertoe strekt dat de homologatie van het plan zou worden ingetrokken, daar het verzoek van de schuldbemiddelaar ontoelaatbaar was.

4. Uit het verloop van de procedure blijkt immers dat in de gegeven omstandigheden de schuldbemiddelaar het bezwaar van Citibank nooit ontmoet heeft en dat hij op dit punt niet getracht heeft de instemming van de betrokkenen met zijn eerder ontwerp te bekomen.

Immers, wanneer de schuldbemiddelaar deze instemming bekomt, kan hij toepassing maken van artikel 1675/10 § 5 Ger. W. Zo niet zal hij een proces-verbaal van geen overeenkomst indienen in overeenstemming met artikel 1675/11 § 1 Ger. W.

De schuldbemiddelaar mag zich immers niet beperken tot het ontvangen van de bezwaren om nadien een proces-verbaal van vaststelling van gebrek aan minnelijke regeling neer te leggen (Arbh. Gent, 16 oktober 2009, AR 2009/AR/20; B. Wylleman en E. Van Acker, Praktische gids voor schuldbemiddelaars, p. 147, nr. 290).

De schuldbemiddelaar dient de bezwaarindienende schuldeiser erop te wijzen dat hij in het kader van de regeling dient toe te zien op het recht van de verzoekers en hun gezin om een menswaardig leven te leiden, zodat zou moeten geëvalueerd worden in hoeverre de huidige hypothecaire afbetaling van euro 485,08/maand in verhouding staat met een courante huurprijs in de omgeving te Diest voor een aangepaste woning, verhoogd met de kosten van waarborg en verhuis.

Indien een andere woning op de huurmarkt moet worden gevonden, kan niet voorbijgegaan worden aan de samenstelling van het gezin, waarbij vanuit het oogpunt van de menswaardigheid én de schuldenaars, én de grootmoeder, én de dochters, én de zoon toch over een afzonderlijke slaapkamer moeten kunnen beschikken.

Deze evaluatie van de woonsituatie dient cijfermatig concreet te worden gemaakt.

Immers, artikel 1675/3 Ger. W. bepaalt dat de aanzuiveringregeling ertoe strekt de financiële toestand van de schuldenaar te herstellen, met name hem in staat te stellen in de mate van het mogelijke zijn schulden te betalen en tegelijkertijd te waarborgen dat hijzelf en zijn gezin een menswaardig leven kunnen leiden.

Indien de bovenvermelde evaluatie zou doen besluiten tot een bovenmatige verhoging van de lasten, dan komt het bezwaar van Citibank op gespannen voet met de wettelijke doelstelling van de aanzuiveringregeling, die moet bijdragen tot het realiseren van een nieuwe start (fresh start), die vermoedelijk helemaal in het gedrang wordt gebracht met de huidige suggestie van Citibank om slechts tot verkoop van het onroerend goed over te gaan na het aflopen van de termijn van de aanzuiveringregeling.

De schuldbemiddelaar zal vanuit deze overwegingen moeten nagaan hoe in de mate van het mogelijke de schulden van de schuldenaars kunnen worden afbetaald en hoe op een realistische wijze een regeling voor alle schuldeisers, met inbegrip van Citibank, kan worden uitgewerkt.

Citibank van haar kant dient daarbij te beseffen dat ze bij het handhaven van een bezwaar, zich niet schuldig mag maken aan gebeurlijk rechtsmisbruik, zodat het hof de partijen uitnodigt om tot een realistische afweging te komen.

Hierbij moet ook rekening gehouden worden met de regel van art. 1675/12 §2 die in beginsel de duurtijd van een gerechtelijke aanzuiveringregeling beperkt tot 5 jaar, wat mogelijk ten nadele kan strekken van de schuldeisers, waaronder Citibank zelf.

5. In die zin is het hoger beroep van Citibank voorbarig in zoverre het ertoe strekt om na de ontoelaatbaarverklaring van de beschikking van homologatie, de oplegging van een gerechtelijk plan in overeenstemming met haar wensen te bekomen.

Artikel 1675/14 §2 Ger. W. bepaalt immers dat de zaak ingeschreven blijft op de rol van de arbeidsrechtbank, ook ingeval van beschikking van toelaatbaarheid in hoger beroep, tot het einde of de herroeping van de regeling.

De zaak wordt dan ook opnieuw naar de arbeidsrechtbank te Leuven verwezen, die na de nodige initiatieven van de schuldbemiddelaar op grond van artikel 1675/10 §4 dan wel artikel 1675/11 § 1, verder kan beschikken in het kader van haar blijvende saisine.

OM DEZE REDENEN

HET ARBEIDSHOF

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24,

Recht sprekend op tegenspraak t.a.v. appellante en de schuldbemiddelaar en bij verstek t.a.v. de schuldenaars en de andere schuldeisers,

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.

Vernietigt de bestreden beschikking en verklaart het verzoek van de schuldbemiddelaar tot homologatie van het minnelijke aanzuiveringplan ontoelaatbaar.

Verzendt de zaak bij toepassing van artikel 1675/14 §2 Ger. W. naar de arbeidsrechtbank te Leuven voor verder gevolg.

Kosteloze procedure.

Aldus gewezen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 11de Kamer van het Arbeidshof te Brussel op 20 juni 2011, waar aanwezig waren:

De Heer L. LENAERTS, Raadsheer,

Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier.

L. HERREGODTS, L. LENAERTS.

Vrije woorden

  • SCHULDOVERLAST

  • Homologatie minnelijke aanzuivering en vergeten bezwaar schuldeiser

  • Beroep ontvankelijk

  • Taak schuldbemiddelaar en blijvende saisine arbeidsrechtbank.