- Arrest van 29 juni 2012

29/06/2012 - 2011/AB/1005

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De enkele verwijzing naar het verspreiden van lasterlijke informatie vormt een

onnauwkeurig geformuleerde dringende reden.


Arrest - Integrale tekst

rep.nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 29 JUNI 2012

3 e KAMER

ARBEIDSRECHT - arbeidsovereenkomst bediende

tegensprekelijk

definitief

In de zaak:

BEHEERS - EN INVESTERINGSMAATSCHAPPIJ NV, met maatschappelijke zetel te 1910 KAMPENHOUT, Van Bellinghenlaan, 30,

appellante,

vertegenwoordigd door mr. BAELE Isabelle, advocaat te 1780 WEMMEL, de Limburg Stirumlaan 248.

Tegen:

D. V.,

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door mevrouw CEELEN Diane, volmachtdrager ABVV, met kantoor te 3000 Leuven, Maria-Theresiastraat 119-121.

***

*

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak op 2 september 2011 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 23e kamer (A.R. 1449/10),

- het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 3 november 2011,

- de conclusies voor de appellant, neergelegd ter griffie op 20 februari 2012,

- de conclusie en de syntheseconclusie voor de geïntimeerde neergelegd ter griffie, respectievelijk op 6 januari 2012 en 27 maart 2012,

- de voorgelegde stukken.

***

*

De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 8 juni 2012, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden.

***

*

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING

1. Op 19 maart 2002 ondertekenden mevrouw V. D. en de NV Beheers- en Investeringsmaatschappij een deeltijdse (22,50 u./37,50 u.) arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd, waardoor mevrouw D. met ingang van 16 april 2002 in dienst kwam van de NV als bediende.

2. Bij aangetekende brief van 19 maart 2009 beëindigde de werkgever de samenwerking door middel van een ontslag om dringende reden, gemotiveerd als volgt:

...ontslag wegens verspreiden van lasterlijke informatie met als gevolg totaal gebrek aan vertrouwen in bovenvermelde werknemer. Bovendien bewust achterhouden van informatie betreffende de bron van de lasterlijke informatie waardoor zij aan haar werkgever alle mogelijkheden tot verdediging ontneemt.

3. Bij aangetekend schrijven van 18 mei 2009 betwistte de vakorganisatie van mevrouw D. dit ontslag, o.m. omwille van onvoldoende precisering van de ontslagreden; ze vroeg betaling van een opzeggingsvergoeding van 9 maanden en afgifte van een C4.

Hierna preciseerde de raadsman van de NV enigszins de ontslagreden maar verwierp de vordering van mevrouw D..

De navolgende briefwisseling van de vakorganisatie werd niet meer beantwoord.

4. In antwoord op een vraag tot verduidelijking van de RVA preciseerde de werkgever andermaal verder de ontslagreden.

Tevens werden enkele andere werknemers door de RVA ondervraagd, waarna de RVA besliste om voorlopige werkloosheidsuitkeringen toe te kennen met betekening van overdracht van een verbrekingsvergoeding.

5. Mevrouw D. legde op 25 januari 2010 een tegensprekelijk verzoekschrift neer op de griffie van de arbeidsrechtbank te Brussel en ze vroeg van haar werkgever betaling van een opzeggingsvergoeding van 9 maanden vermeerderd met intresten en kosten.

Bij tegensprekelijk vonnis op basis van art. 747 §2 Ger. W. (de NV verscheen niet, noch concludeerde) veroordeelde de arbeidsrechtbank te Brussel de NV tot betaling van het gevorderde bedrag van euro 16.735,32, te vermeerderen met intresten en kosten.

De dringende reden werd niet aanvaard wegens onvoldoende nauwkeurige formulering.

6. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 3 november 2011, tekende de NV Beheers- en Investeringsmaatschappij hoger beroep aan en vroeg dat de oorspronkelijke vordering zou worden afgewezen als ongegrond.

II. BEOORDELING.

1. Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is daardoor ontvankelijk.

De nauwkeurige formulering van de dringende reden.

2. De dringende reden ter verantwoording van het ontslag op staande voet moet in de kennisgeving zodanig worden uitgedrukt dat daardoor, enerzijds, de ontslagen partij op de hoogte wordt gebracht van de haar verweten feiten en zich hierop kan verdedigen, en anderzijds de rechter het ernstig karakter van de aangevoerde reden kan beoordelen en kan nagaan of het dezelfde is als die welke voor hem wordt ingeroepen (Cass., 24 maart 1980, Arr Cass, 1979-80, 912, Bull. 1980, 900, Pas., 1980, I, 900; Cass., 27 februari 1978, Arr. Cass., 1978, 757, Pas., 1978, I, 737, R.W. 1978-79, 331, JTT 1979, 43; Cass., 21 juni 1976, Pas., 1976, I, 737, R.W. 1978-79, 331, JTT 1979, 43; Cass., 21 juni 1976, Pas., 1976, I, 1054).

Deze redenen moeten derwijze worden uitgedrukt, dat zowel de andere partij als de rechter in staat worden gesteld de zwaarwichtigheid ervan te beoordelen. De aangetekende brief mag weliswaar worden aangevuld door een verwijzing daarin naar andere gegevens, doch alleen mits het geheel de mogelijkheid biedt om met zekerheid en bepaaldelijk de zwaarwichtige redenen te beoordelen die de opzegging wettigen (Cass., 2 april 1965, Pas. 1965, I, 827; R.W. 1965-66, 333; Cass., 16 december 1970, Arr. Cass. 1971, 393; Pas. 1971, I, 369; T.S.R. 1970, 347; JTT 1971, 53).

Een dringende reden, die in zeer algemene termen wordt omschreven zonder dat de tegenpartij en de rechter kennis kunnen nemen van de precieze verweten feiten, wordt door de rechtspraak als onvoldoende nauwkeurig terzijde geschoven.

3. Een vage omschrijving als:

"ontslag wegens verspreiden van lasterlijke informatie met als gevolg totaal gebrek aan vertrouwen in bovenvermelde werknemer. Bovendien bewust achterhouden van informatie betreffende de bron van de lasterlijke informatie waardoor zij aan haar werkgever alle mogelijkheden tot verdediging ontneemt" maakt het voor het hof niet mogelijk op een precieze wijze af te lijnen welke feiten door de NV als dringende reden worden beschouwd.

Het is voor het hof onduidelijk wat de NV onder lasterlijke informatie verstaat. Slechts in de latere brief van de raadsman van de NV van 22 mei 2009 en aan de RVA werd enige specifieke toelichting gegeven. De precieze feiten moeten binnen de drie werkdagen na het ontslag worden meegedeeld.

Terecht heeft de eerste rechter de dringende reden verworpen wegens gebrek aan voldoende nauwkeurigheid.

De opzeggingsvergoeding

4. Daar de dringende reden niet aanvaard wordt, heeft mevrouw D. recht op een opzeggingsvergoeding die gelijk is aan het lopende loon dat overeenstemt met de duur van de opzeggingstermijn.

De opzeggingstermijn bij toepassing van artikel 82 § 3 van de arbeidsovereen-komstenwet wordt door de rechter bepaald met inachtneming van de op het tijdstip van de kennisgeving van beëindiging van een overeenkomst bestaande kans om een gelijkwaardige betrekking te vinden en dit rekening houdend met de anciënniteit, de leeftijd van de werknemer, de uitgeoefende functie en het loon volgens de gegevens eigen aan de zaak (Cass., 8 september 1980, Arr. Cass., 1980-1981, 17; Cass., 17 september 1975, T.S.R. 1976, 14; Cass., 3 februari 1986, JTT 1987, 58; Cass., 4 februari 1991, R.W. 1990-1991, 1407) en met inachtneming van de wederzijdse belangen van partijen (Cass., 19 januari 1977, Arr. Cass. 1977,5 161; Cass., 9 mei 1994, Soc. Kron. 1994,2 153).

Rekening houdend met het niet betwiste basisloon op voltijdse basis van euro 38.323,72, de leeftijd van 46,5 jaar, de anciënniteit van bijna 7 jaar, de bediendefunctie, het wederzijds belang van de partijen en de gegevens eigen aan de zaak, kan de kans van de mevrouw D. om spoedig een gelijkwaardige betrekking te vinden, worden geraamd op 9 maanden.

De op die basis gevorderde opzeggingsvergoeding, waarvan de becijfering niet wordt betwist, werd door de eerste rechter terecht toegekend.

De toepassing van welbepaalde formules en de concrete situatie van mevrouw D. na het ontslag doen hieraan geen afbreuk.

Het hoger beroep is ongegrond.

OM DEZE REDENEN,

HET ARBEIDSHOF,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24,

Recht doende op tegenspraak;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis in al zijn onderdelen.

Veroordeelt de NV Beheers- en Investeringsmaatschappij tot de gerechtskosten van het hoger beroep, deze aan de zijde van mevrouw D. tot op heden vereffend op nihil, geen rechtsplegingsvergoeding verschuldigd zijnde, daar ze niet werd bijgestaan door een advocaat.

Aldus gewezen en ondertekend door de derde kamer van het Arbeidshof te Brussel, samengesteld uit:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

Marcel VAN AKEN, raadsheer in sociale zaken, werkgever,

Koen DRIES, raadsheer in sociale zaken, werknemer-bediende,

bijgestaan door :

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER,

Marcel VAN AKEN, Koen DRIES.

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van vrijdag 29 juni 2012 door:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER.

Vrije woorden

  • Arbeidsovereenkomsten

  • Algemene regelingen

  • Wet 3 juli 1978 art. 35

  • Onnauwkeurige dringende reden