- Arrest van 17 september 2012

17/09/2012 - 2012/AB/694

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De kiezer die geen vakje heeft aangeruist doch de naam van de organisatie bovenaan de lijst heeft omcirkeld, stemt geldig daar hij op die wijze zijn keuze duidelijk maakt en jet niet mogelijk maakt hem te identificeren.


Arrest - Integrale tekst

Rep.Nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 17 SEPTEMBER 2012.

5DE KAMER

Sociale verkiezingen

Tegensprekelijk + bij verstek t.o.v. alle partijen mede inzake

Definitief

In de zaak:

HET ALGEMEEN CHRISTELIJK VAKVERBOND (ACV), met zetel gevestigd te 1030 BRUSSEL, Haachtsesteenweg 579.

Appellante, vertegenwoordigd door Mr G. LOGGHE, syndicaal afgevaardigde en volmachtdrager te Brussel.

Tegen:

VZW REGIONAAL ZIEKENHUIS SINT-MARIA, met maatschappelijke zetel gevestigd te

1500 HALLE, Ziekenhuislaan 100.

Geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr E. POPULAIRE loco Mr A. VIJVERMAN, advocaat te Leuven.

Mede Inzake :

HET ALGEMEEN BELGISCH VAKVERBOND (ABVV), met zetel gevestigd te 1000 BRUSSEL, Hoogstraat 42.

Niet vertegenwoordigd.

2. B.

3. S.

4. S.

5. B.

6. W.

7. J.

8. V.

9. L.

10. E.

11. V.

12. M.

13. V.

14. S.

15. D.

16. R.

17. S.

18. V.

19. V.

20. K.

21. V.

22. B.

23. ZUSTER S.

24. ZUSTER W.

25. D.

Allen op het adres VZW REGIONAAL ZIEKENHUIS SINT-MARIA, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1500 HALLE, Ziekenhuislaan 100, niet verschijnend.

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit :

Gelet op de stukken van de rechtspleging, meer bepaald:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis gewezen op tegenspraak door de Arbeidsrecht-bank van Brussel op 22 juni 2012;

- het verzoekschrift in hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 6 juli 2012;

- de conclusies van de partijen;

Gelet op de door partijen neergelegde stukken.

Gehoord de partijen in hun middelen en verdediging ter openbare terechtzitting van 3 september 2012 waarna de debatten gesloten werden, waarna de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak gesteld op heden.

I. FEITEN

Op 10 mei 2012 werden in het Regionaal Ziekenhuis Sint-Maria vzw te Halle sociale verkiezingen georganiseerd, onder andere voor de jongerenafgevaar-digden voor het Comité voor preventie en bescherming op het werk.

Uit het proces-verbaal van het stembureau jongeren blijkt dat 31 kiezers aan de stemming voor de verkie-zing van de jongerenafgevaardigden voor het Comité voor preventie en bescherming op het werk hebben deel-genomen en 31 stembiljetten in de bus werden gevonden, waarvan 2 blanco stembiljetten, 1 stembiljet dat ongeldig werd verklaard en 28 geldige stembiljetten.

Op het stembiljet dat als ongeldig werd beschouwd werd de titel van lijst ‘2 ACV' omcirkeld, doch noch het vakje bovenaan deze lijst noch het vakje naast de naam van de enige ACV-kandidaat werd ingekleurd.

Het uiteindelijke resultaat was dat aan beide kandida-ten 14 stemmen werden toegekend, en het (enige) mandaat werd toegewezen aan de kandidaat van de lijst 3 (ABVV), daar deze kandidaat een grotere anciënniteit had dan de kandidaat van de lijst 2 (ACV), dit met toepassing van artikel 65 derde lid in fine van de Wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen, zoals gewijzigd bij Wet van 28 juli 2011 (hierna Wet Sociale Verkiezingen).

II. RECHTSPLEGING

a.-

Met verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van de Arbeidsrechtbank te Brussel op 22 mei 2012, vorderde het Algemeen Christelijk Vakverbond van België:

In hoofdorde

- het resultaat van de verkiezingen van de jongerenafgevaardigden [in] het Comité voor preventie en bescherming op het werk van het Regionaal Ziekenhuis Sint-Maria vzw aan te passen:

- te zeggen voor recht dat het verkiezingsresultaat voor de verkiezing van de jongerenafgevaardigden voor het Comité voor preventie en bescherming op het werk van het Regionaal Ziekenhuis Sint-Maria vzw als volgt moet worden aangepast:

- dat lijst nr. 2 (ACV) 15 stembiljetten (in plaats van 14) krijgt

- dat lijst nr. 3 (ABVV) 14 stembiljetten behoudt

- dat de quotiënten voor het ACV 15, 7,5 en 3 zijn

- dat de quotiënten van het ABVV 14, 7 en 4,7 zijn

- dat het verkiesbaarheidscijfer voor het ACV 7 is

- dat het verkiesbaarheidscijfer voor het ABVV 7 is

- dat het ACV aldus het mandaat verkrijgt

- dat de heer Christophe Berghmans (ACV) verkozen is als effectieve jongerenafgevaardigde in het comité voor preventie en bescherming op het werk

In ondergeschikte orde

De verkiezingen van de jongerenafgevaardigden voor het Comité voor preventie en bescherming op het werk van het Regionaal Ziekenhuis Sint-Maria vzw nietig te verklaren;

Het Regionaal Ziekenhuis Sint-Maria vzw te veroordelen tot de kosten van het geding.

b.-

Met vonnis van 22 juni 2012 verklaarde de arbeids-rechtbank de vordering ontvankelijk doch ongegrond. Zij verwees het ACV in de kosten van het geding.

c.-

Het vonnis werd ter kennis gebracht van partijen met brief van 26 juni 2012.

d.-

Met verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 6 juli 2012, stelde het ACV beroep in tegen dit vonnis. Het vorderde dat het arbeidshof het bestreden vonnis zou vernietigen en de oorspronkelijke vordering van het ACV gegrond zou verklaren.

III. ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP

Het hoger beroep werd tijdig en met een naar de vorm regelmatige akte ingesteld, zodat het ontvankelijk is.

Artikel 7 van de Wet van 4 december 2007 tot regeling van de gerechtelijke beroepen ingesteld in het kader van de procedure aangaande de sociale verkiezingen, zoals gewijzigd bij Wet van 28 juli 2011, bepaalt dat de termijn van hoger beroep tegen beslissingen in eerste aanleg van de arbeidsrechtbanken betreffende een verzoek tot gehele of gedeeltelijke nietigverkla-ring van de verkiezingen of van een beslissing tot stopzetting van de procedure, of van een verzoek tot verbetering van de verkiezingsuitslagen of tegen de aanduiding van de werkgeversafvaardiging, vijftien dagen bedraagt, te rekenen vanaf de kennisgeving van het vonnis.

Het vonnis werd ter kennis gebracht op 26 juni 2012 zodat de beroepstermijn verstreek op 10 juli 2012; het op 6 juli 2012 ingestelde hoger beroep is dan ook tijdig.

IV. BEOORDELING

Artikel 56 tweede lid van de Wet Sociale Verkiezingen bepaalt dat indien de kiezer de voorkeur wil geven aan één enkele der voorgedragen lijsten en hij met de orde van voordracht van deze lijst instemt, hij zijn stem uitbrengt in het vakje bovenaan de lijst; het derde lid van hetzelfde artikel bepaalt dat wanneer de kiezer de orde van voordracht wenst te wijzigen, hij één of meer naamstemmen uitbrengt naast de naam van één of meerdere kandidaten aan wie hij zijn voorkeur-stem wil geven.

Uit deze bepaling kan evenwel niet worden afgeleid dat wanneer de kiezer geen vakje heeft aangekruist doch zoals in de aan het arbeidshof voorliggende betwis-ting, de naam van de organisatie bovenaan de lijst heeft omcirkeld, deze kiezer ongeldig zou hebben gestemd.

Inderdaad zijn er slechts drie bepalingen in de Wet Sociale Verkiezingen die aangeven welke stembiljetten als ongeldig moeten worden beschouwd.

Vooreerst is er de bepaling van artikel 58 van de Wet Sociale Verkiezingen - in deze niet van toepassing - met toepassing waarvan in het kader van de stemming per brief als ongeldig worden beschouwd:

1° de na het sluiten van de stemming binnengekomen stembiljetten

2° de stembiljetten teruggezonden in een omslag waarop de handtekening van de kiezer ontbreekt

3° de stembiljetten teruggezonden door een kiezer die reeds is komen stemmen in het stembureau.

Op de tweede plaats is er met toepassing van artikel 60 derde lid van de Wet Sociale Verkiezingen sprake van ongeldige stembiljetten, wanneer een omslag van de per brief uitgebrachte stemmen meerdere stembiljetten bevat. Ook deze bepaling is in deze niet van toepassing.

Tenslotte is er de bepaling van artikel 61 eerste lid van de Wet Sociale Verkiezingen, dat als ongeldig aanduidt:

1° de andere stembiljetten dan die welke aan de kiezer zijn overhandigd op het ogenblik van de stemming;

2° de stembiljetten waarop meer dan één stem bovenaan een lijst is uitgebracht;

3° de stembiljetten waarop de kiezer bovenaan een lijst en tevens één of meer stemmen voor één kandidaat of meerdere kandidaten van een andere lijst of meerdere andere lijsten heeft uitgebracht of de stembiljetten met stemmen voor kandidaten van verschillende lijsten;

4° de stembiljetten waarvan de vorm of de afmetingen zijn veranderd of die binnenin enig papier of voorwerp bevatten of waarvan de kiezer door een teken, een doorhaling of een merk kan worden herkend.

Naar het oordeel van het arbeidshof kan het stembiljet dat aan de oorsprong ligt van deze betwisting enkel als ongeldig worden beschouwd indien door enig teken of doorhaling de kiezer kan worden herkend.

Het is hierbij van belang op te merken dat artikel 61 tweede lid van de Wet Sociale Verkiezingen uitdrukkelijk bepaalt dat het teken van de stemming, zelfs wanneer het op onvolmaakte wijze is aangebracht, als een geldige stem wordt beschouwd tenzij het duidelijk in de bedoeling van de kiezer lag om het stembiljet herkenbaar te maken.

Samenlezing van deze bepalingen maakt duidelijk dat, wanneer de kiezer op een stembiljet duidelijk aangeeft welke lijst of kandidaat zijn voorkeur geniet, doch dit doet op een andere wijze dan door het aankruisen van een vakje hetzij bovenaan de lijst hetzij naast de kandidaat van zijn keuze, het stembiljet geldig zal zijn tenzij de wijze waarop hij zijn keuze uitdrukt toelaat hem te identificeren.

De nietigverklaring van een stembiljet moet restrictief gebeuren, vermits zij de negatie inhoudt van een wilsuiting van de kiezer.

(vgl. Arbrb. Bergen 19 juli 1995, J.T.T. 1996, 473)

Naar het oordeel van het arbeidshof maakt het feit dat de kiezer geen vakje heeft aangekruist doch de naam van de organisatie bovenaan de lijst heeft omcirkeld, zijn stembiljet niet ongeldig daar deze wijze van uitdrukking van zijn keuze duidelijk maakt en het niet mogelijk maakt hem te identificeren.

In die omstandigheden moet het stembiljet dat als ongeldig werd beschouwd, wel degelijk als geldig stembiljet worden weerhouden.

Het hoger beroep is in deze zin gegrond.

Dit betekent dat het verkiezingsresultaat voor de verkiezing van de jongerenafgevaardigden voor het Comité voor preventie en bescherming op het werk van het Regionaal Ziekenhuis Sint-Maria vzw als volgt moet worden aangepast:

- lijst nr. 2 (ACV) krijgt 15 stemmen

- lijst nr. 3 (ABVV) krijgt 14 stemmen

- de heer Christophe Berghmans (ACV) is verkozen als effectieve jongerenafgevaardigde in het comité voor preventie en bescherming op het werk

- mevrouw Ellen Swalens is niet verkozen als effectieve jongerenafgevaardigde in het comité voor preventie en bescherming op het werk.

 

OM DEZE REDENEN

HET ARBEIDSHOF

Gelet op de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24;

Rechtsprekend op tegenspraak t.o.v. appellante en geïntimeerde partij en bij verstek t.o.v. alle andere partijen mede inzake en na erover beraadslaagd te hebben:

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond;

Vernietigt het bestreden vonnis in de mate dat het de vordering van AVC ongegrond verklaarde en opnieuw recht doende, verklaart de vordering als volgt gegrond;

Zegt voor recht dat het verkiezingsresultaat voor de verkiezing van de jongerenafgevaardigden voor het Comité voor preventie en bescherming op het werk van het Regionaal Ziekenhuis Sint-Maria vzw als volgt moet worden aangepast:

- lijst nr. 2 (ACV) krijgt 15 stemmen

- lijst nr. 3 (ABVV) krijgt 14 stemmen

- de heer Christophe Berghmans (ACV) is verkozen als effectieve jongerenafgevaardigde in het comité voor preventie en bescherming op het werk

- mevrouw Ellen Swalens is niet verkozen als effectieve jongerenafgevaardigde in het comité voor preventie en bescherming op het werk.

Beveelt dat dit arrest onmiddellijk ter kennis wordt gebracht aan de werkgever, aan ieder der gewone en plaatsvervangende verkozenen, aan de betrokken representatieve werknemers- en kaderledenorganisaties, en aan de Directeur-generaal van de Algemene Directie Individuele Arbeidsbetrekkingen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, belast met de inspraakorganen;

Verwijst het Regionaal Ziekenhuis Sint-Maria vzw in de kosten van beide aanleggen, aan de zijde van het ACV, niet bijgestaan door een advocaat, op NIHIL rechtsplegingsvergoeding arbeidsrechtbank en NIHIL rechtsplegingsvergoeding arbeidshof.

 

Aldus gewezen door de 5de kamer van het Arbeidshof te Brussel en ondertekend door :

Mr. D. RYCKX: Raadsheer,

G. JACOBS: Raadsheer in Sociale Zaken als werkgever,

D. VANHAGENDOREN : Raadsheer in Sociale Zaken als werknemer-arbeider,

En bijgestaan door :

D. DE RAEDT : Griffier,

G. JACOBS, D. VANHAGENDOREN,

D. DE RAEDT, D. RYCKX.

En uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 5de kamer van het Arbeidshof te Brussel op 17 september 2012 door de heer D. RYCKX, Raadsheer, en bijgestaan door D. DE RAEDT, Griffier,

D. DE RAEDT, D. RYCKX.

Vrije woorden

  • ORGANISATIE VAN HET BEDRIJFSLEVEN

  • SOCIALE VERKIEZINGEN

  • Omcirkelen van de naam van de organisatie bovenaan de lijst in plaats van aankruisen

  • Geldige stem.