- Arrest van 11 december 2012

11/12/2012 - 2011/AB/1093

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Bij overgang van een onderneming is de verkrijger er in principe toe gehouden t.a.v. de overgedragen werknemers de bij CAO overeengekomen arbeidvoorwaarden te behouden, die de overdrager verbonden, tot de datum waarop die CAO wordt ontbonden of beëindigd, hetzij de inwerkingtreding of de toepassing van een andere CAO. (art 3§3 richtlijn 2001/23/EG)

Dit principe is eveneens opgenomen in art 20 CAO-wet dat niet specifiek betrekking heeft op de overgang van onderneming. Het werd niet herhaald in CAO 32 bis.

De overweging dat art 20 CAO-wet niet uitsluit dat de nieuwe werkgever gunstiger arbeidsvoorwaarden moet toekennen op grond van de CAO die voor zijn eigen onderneming geldt welke door het Hof van Cassatie werd gemaakt in een geval waarin de overnemer wegens zijn hoofdactiviteit onder een ander paritair comité ressorteert dan de overdrager, waar bij CAO gunstiger loonsvoorwaarden waren vastgesteld, kan niet worden toegepast wanneer de overgang van onderneming niet gepaard gaat met een wijziging van paritair comité.

Bij wijziging van het toepasselijk paritair comité na de overgang van de onderneming, hebben de CAO's gesloten binnen het paritair comité waaronder de onderneming voor de overgang ressorteerde niet langer uitwerking. De daarin toegekende rechten blijven wel geïncorporeerd in de individuele arbeidsovereenkomsten.

De rechten op brugpensioen van een werknemer die tewerkgesteld was bij de overdrager en wiens arbeidsovereenkomst geruime tijd voor de overdracht van onderneming was opgezegd blijven definitief geregeld door de ondernemings-CAO die binnen de onderneming van de overdrager gold op het ogenblik van de opzegging.

Die werknemer kan geen aanspraak maken op de meer gunstige brugpensioenregeling op grond van een ondernemings-CAO die kort voor de overdracht van onderneming binnen de onderneming van de overnemer werd gesloten met betrekking tot werknemers die vanaf een latere datum zouden worden ontslagen.


Arrest - Integrale tekst

rep.nr ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

─────────

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN ELF DECEMBER TWEEDUIZEND EN TWAALF.

3e KAMER

bediendecontract

tegenspraak

definitief

In de zaak :

S. ,

Appellant, die op de openbare terechtzitting wordt vertegenwoordigd door de heer Soetemans Dieter, syndicaal afgevaardigde en volmachtdrager te Brussel,

tegen :

N.V. TELENET, met maatschappelijke zetel gevestigd te 2800 Mechelen, Liersesteenweg 4;

Geïntimeerde, die op de openbare terechtzitting wordt vertegenwoordigd door meester Leenaerts Els, advocaat te Brussel.

* * *

*

Na beraad, spreekt het arbeidshof te Brussel volgend arrest uit :

Gelet op de stukken van de rechtspleging en meer bepaald op :

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak, door de 23te kamer van de arbeidsrechtbank te Brussel op 16 september 2011;

- het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 30 november 2011;

- de eerste conclusies en syntheseconclusies voor de appellant neergelegd ter griffie op 3 mei 2012 en 3 september 2012;

- de conclusies en syntheseconclusies voor de geïntimeerde, neergelegd ter griffie op 2 maart 2012, 1 juni 2012 en 3 oktober 2012;

- de voorgelegde stukken ;

De partijen werden gehoord in de mondelinge uiteenzetting van hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 13 november 2012, waarna de debatten werden gesloten en de zaak voor uitspraak werd gesteld op heden.

* *

*

FEITEN EN RECHTSPLEGING

De heer S. trad op 7-12-1970 in dienst van de NV Radio Public met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Die vennootschap werd overgenomen door UPC Belgium NV.

Met een aangetekende brief van 23-10-2006 zegde UPC de arbeidsovereenkomst van de heer S. op met een opzegtermijn van 24 maanden die aanving op 1-11-2006.

In het raam van de binnen de onderneming geldende brugpensioenregeling kon de heer S. ten laste van zijn werkgever aanspraak maken op een maandelijkse aanvullende vergoeding bovenop zijn werkloosheidsuitkering. Deze vergoeding zou 50% bedragen van het verschil tussen zijn werkloosheidsuitkering en zijn geplafonneerd netto referteloon.

Partijen sloten een overeenkomst betreffende de opzegtermijn en de modaliteiten voor het opnemen van sollicitatieverlof.

Op 1-2-2008 kwam een fusie tot stand tussen UPC en Telenet waarbij alle UPC activiteiten werden ondergebracht bij Telenet.

Op 14-12-2007 was er binnen Telenet een ondernemings-CAO gesloten betreffende het brugpensioen voor bedienden. Daarin werd de betaling voorzien van een aanvullende vergoeding gelijk aan 100% van het verschil tussen het netto referteloon en de werkloosheidsuitkering.

Die CAO was van toepassing op "de werkgever en de bedienden voor zover ze aan de gestelde voorwaarden voldoen."

Die voorwaarden waren dat de bedienden 58 jaar of ouder waren en door de werkgever werden ontslagen om een andere reden dan een dringende reden.

Naar aanleiding van de fusie tussen UPC en Telenet werd binnen UPC op 14-1-2008 een CAO gesloten met het oog op harmonisering van de loon- en arbeidsvoorwaarden van toepassing binnen UPC en Telenet.

Art 2 van die CAO luidde:

"het doel van deze CAO is het harmoniseren van de loon- en arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers van UPS NV met de loon- en arbeidsvoorwaarden van toepassing op de werknemers van Telenet NV, zoals opgesomd in art 3:

Bestaande voorwaarden (...) hierna niet opgesomd blijven van kracht voor de werknemers van UPC NV".

Art 3 bepaalde:

Om deze harmonisatie tot stand te brengen wijzigt deze CAO de volgende bestanddelen van de loon- en arbeidsvoorwaarden van de werknemers bij UPC NV

Art 5: arbeidsduur en arbeidsregime

Art 6: hospitalisatieverzekering

Art 7: carpolicy

Art 8: voordeel op eigen producten

Art 9: anciënniteitdagen en anciënniteitpremie

Art 10: bonus en salarisverhoging

Art 11: functieclassificatiesysteem

Art 12: comparatio

Art 13: betaalwijze salaris

Art 14: studietoelage

Art15: diverse premies

Art 16: toepassing arbeidsreglement Telenet N.V.

Die ondernemings-CAO van UPC bevat geen verwijzing naar het toepasselijk brugpensioenregime.

Per e-mail van 23-9-2008, deelde de secretaris van de vakorganisatie van de heer S. aan de HR director van Telenet mee dat hij van mening was dat de Telenet brugpensioen CAO van 14-12-2007, ook moest worden toegepast op de UPC werknemers die op het ogenblijk van de fusie reeds waren opgezegd door UPC en wier opzegtermijn nog niet was verstreken.

De vennootschap ging hier niet op in.

Met dagvaarding van 30-12-2009, spande de heer S. een geding aan voor de arbeidsrechtbank. Hij vorderde de veroordeling van Telenet tot betaling van een aanvullende vergoeding brugpensioen, voorlopig begroot op 1 euro provisioneel.

Bij conclusie van 29-11-2010 wijzigde hij zijn vordering en vorderde hij de veroordeling van Telenet tot de berekening van de uitbetaling van het supplement brugpensioen op basis van de CAO Telenet vanaf 1-1-2009 en tot betaling van de wettelijke en gerechtelijke intresten en de kosten.

Met het bestreden vonnis verklaarde de arbeidsrechtbank de vordering ontvankelijk doch ongegrond en veroordeelde de heer S. tot de kosten.

Zij overwoog

-dat de heer S. had ingestemd met de op 23-10-2006 bestaande brugpensioenregeling.

-dat zijn rechten, in het raam van een overgang van onderneming, van UPC op de verkrijger Telenet overgingen.

-dat CAO 32 bis, van toepassing inzake overgang van onderneming, geenszins aan de overnemer de verplichting oplegde om de rechten van de overgedragen werknemers aan te vullen met de rechten van toepassing binnen de verkrijgende onderneming.

-dat de partijen de toepassing van de Telenet brugpensioen -CAO tevens hadden uitgesloten in de harmoniserings-CAO nu daarin werd bepaald :bestaande voorwaarden, hierna niet opgesomd blijven van kracht voor werknemers van UPC NV."

Na het verstrijken van zijn opzegtermijn, genoot de heer S. vanaf 1-1-2009 van de bij UPC overeengekomen brugpensioenregeling.

BEOORDELING

I.ONTVANKELIJKHEID

Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep dat regelmatig is naar vorm, binnen de wettelijke termijn werd ingesteld. Aan de andere ontvankelijkheidvereisten is eveneens voldaan. Het is derhalve ontvankelijk.

II TEN GRONDE

Bij overgang van onderneming is de verkrijger er in principe toe gehouden de arbeidsvoorwaarden te behouden, overeengekomen bij collectieve arbeidsovereenkomst die de vervreemder verbonden tot de datum van de ontbinding van de CAO of het einde ervan, hetzij de inwerkingtreding of toepassing van een andere CAO. Aldus is bepaald in art 3§3 van de Richtlijn 2001/23 EG.

Dit is althans het geval voor de werknemers die op de datum van de overgang reeds in de onderneming tewerkgesteld waren. (H.v.J. 17-12-1987, zaak 287/86 RO 26. JTT 1988, p 247)

Dit principe was reeds opgenomen in art 20 van de CAO-wet van

5-12-1968 dat echter niet specifiek betrekking heeft op een overgang van onderneming en werd niet herhaald in CAO 32 bis.

In een arrest van 31-3-2003 heeft het Hof van Cassatie geoordeeld

-dat art 20 van de wet van 5-12-1968 enkel tot bescherming van de werknemer strekt bij gehele of gedeeltelijke overdracht van de onderneming en hem het behoud van de rechten waarborgt bepaald in de collectieve overeenkomst die zijn vroegere werkgever bond.

-dat die bepaling niet uitsluit dat de nieuwe werkgever gunstiger arbeidsvoorwaarden moet toekennen op grond van de collectieve arbeidsovereenkomst die voor zijn eigen onderneming geldt.

In het aan het Hof van Cassatie voorgelegde geval ressorteerde de overnemer ingevolge zijn hoofdactiviteit onder een ander paritair comité dan de overdrager waar gunstiger loonsvoorwaarden waren vastgelegd bij CAO.

De heer S. meent dat die overwegingen ook gelden voor CAO's afgesloten op het vlak van de onderneming.

De situatie in voorliggend geval is echter verschillend van deze die aanleiding heeft gegeven tot boven vermeld arrest van het Hof van Cassatie.

In voorliggend geval is er immers geen sprake van een wijziging van paritair comité.

Het is logisch dat wanneer de onderneming onder een ander paritair comité ressorteerde voor de overdracht, de collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten binnen dat paritair comité ophouden uitwerking te hebben vanaf het ogenblik dat de onderneming ressorteert onder een ander paritair comité zodat de collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten binnen dat paritair comité van toepassing worden.

Dit neemt niet weg dat de vroeger geldende collectieve arbeidsovereenkomsten zich in de individuele arbeidsovereenkomsten hebben geïncorporeerd, op grond van art 23 van de CAO-wet van 5-12-1968, zodat de gunstigere arbeidsvoorwaarden voor de werknemers op grond hiervan gewaarborgd blijven aan de werknemers.

Het hof is van oordeel dat de overwegingen van het arrest van het Hof van Cassatie van 31-3-2008 geen toepassing vindt in voorliggend geval.

De door Telenet op 14-12-2007 afgesloten CAO met betrekking tot het brugpensioen is van toepassing vanaf 1-1-2008 op de werknemers die ontslagen worden door de werkgever.

De heer S. werd echter reeds geruime tijd voordien ontslagen door UPC op basis van de binnen die vennootschap geldende CAO en zijn rechten werden op dat ogenblik bepaald.

In de harmoniserings-CAO van 14-1-2008 werd de harmonisering van de brugpensioenregelingen uitgesloten nu deze niet voorkomt in art 3 en alle andere voorwaarden dan deze geregeld in art. 3. werden uitgesloten door de CAO.

De CAO bevat nochtans een bepaling i.v.m. brugpensioen van arbeiders, zodat er zeker geen sprake kan geweest zijn van een vergetelheid.

Het hof is derhalve met de arbeidsrechtbank van mening dat de heer S. geen aanspraak kan maken op de voordelen van de binnen Telenet afgesloten brugpensioenregeling bij CAO van 14-12-2007.

Rechtsplegingvergoeding:

De rechtsplegingvergoeding wordt bepaald op het basisbedrag voor niet in geld waardeerbare vorderingen.

De heer S. toont niet aan dat zijn financiële draagkracht van die aard is dat de toekenning van de minimum rechtsplegingvergoeding aangewezen is.

OM DEZE REDENEN;

HET ARBEIDSHOF;

Gelet op de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, in het bijzonder op het artikel 24;

Rechtsprekend op tegenspraak;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis

Legt de kosten van het hoger beroep ten laste van de heer S..

Deze kosten werden door partijen begroot op:

Voor de geïntimeerde op:

- 1320 euro als rechtsplegingvergoeding in hoger beroep ;

Voor de appellant op:

- 82,50 euro als rechtsplegingvergoeding in hoger beroep.

Het hof begroot ze op het basisbedrag voor niet in geld waardeerbare vordering, hetzij 160,36 euro.

Aldus gewezen door de derde kamer en ondertekend door:

G. Balis, kamervoorzitter;

E.Van Laer, raadsheer in sociale zaken, als werkgever;

R. Vandeput, raadsheer in sociale zaken, als werknemer-

bediende;

Bijgestaan door

S. Van Landuyt, afgevaardigd griffier.

G. Balis S. Van Landuyt

E.Van Laer R. Vandeput

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de derde kamer van het arbeidshof te Brussel op 11 december tweeduizend en twaalf door :

G. Balis kamervoorzitter

Bijgestaan door

S. Van Landuyt afgevaardigd griffier

G. Balis S. Van Landuyt

Vrije woorden

  • COLLECTIEVE ARBEIDSVERHOUDINGEN

  • COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMSTEN

  • Overgang van onderneming

  • Rechten van de werknemers.