- Arrest van 21 januari 2013

21/01/2013 - 2012/AB/141

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Wanneer er geen wijziging is in de graad van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van het arbeidsongeval, doch een arbeidsongeschiktheid op grond van een andere oorzaak, rust op de verzekeringsonderneming geen verwittigingsplicht in de zin van artikel 63 § 2 vierde lid van de Arbeidsongevallenwet, en kan de ziekteverzekeringsinstelling geen terugbetaling vorderen van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zij vanaf de arbeidsongeschiktheid op grond van een andere oorzaak betaalde.


Arrest - Integrale tekst

Rep.Nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 21 JANUARI 2013.

5DE KAMER

Arbeidsongeval

Op tegenspraak

Definitief

In de zaak:

DE LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1031 BRUSSEL, Haachtsesteenweg 579 bus 40.

Appellant, vertegenwoordigd door Mr. LEEMPOELS loco Mr J. VAN HOOF, advocaat te Leuven.

Tegen:

VIVIUM N.V., met maatschappelijke zetel gevestigd te 1210 BRUSSEL, Koningsstraat 153.

Geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. V. BOESMANS loco Mr T. HOSCHET, advocaat te Leuven.

 

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit :

Gelet op de stukken van de rechtspleging, meer bepaald:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis gewezen op tegenspraak door de Arbeidsrecht-bank van Leuven op 15 november 2011;

- het verzoekschrift in hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 17 februari 2012;

- de conclusies van de partijen en de synthese-conclusies van geïntimeerde partij;

Gelet op de neergelegde stukken van de partijen.

Gehoord de partijen in hun middelen en verdediging ter openbare terechtzitting van 17 december 2012 waarna de debatten gesloten werden en de zaak in beraad werd genomen.

 

I. FEITEN

De heer M. was op 25 augustus 2005 het slachtoffer van een arbeidsongeval in dienst van zijn werkgever, de BVBA Verhaegen, waarvan de NV ING Insurance, thans Vivium NV (hierna genoemd de NV), verzekeraar arbeidsongevallen is.

Met brief van 9 november 2005 meldde de NV aan de heer M. dat het ongeval ten laste kon worden genomen als arbeidsongeval, met tenlasteneming van de vergoe-dingen voor arbeidsongeschiktheid en medische kosten.

Op 19 januari 2006 onderging de heer M. een heelkundige ingreep, volgens de NV, hierin niet tegengesproken door het ziekenfonds, als gevolg van een voorafbestaande degeneratie van het bovenste spronggewricht en van de talar dome.

Met brief van 17 februari 2006 meldde de NV vervolgens aan de heer M. en zijn ziekenfonds, dat uit het onderzoek bij de raadsgeneesheer van de NV op 3 februari 2006 was gebleken dat de ingreep op 19 januari 2006 en de daaruit voortvloeiende arbeidsongeschikt-heid niet in verband stonden met het arbeidsongeval van 25 augustus 2005, zodat de NV vanaf 19 januari 2006 geen vergoeding meer zou uitkeren voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid.

Met brief van 26 januari 2009 stelde het ziekenfonds van de heer M. dat het ziekenfonds slechts op 22 februari 2006 verwittigd werd van de wijziging in de graad van arbeidsongeschiktheid, dit is buiten de wettelijke termijn van 7 dagen voorzien in artikel 63 § 2 vierde lid van de Arbeidsongevallenwet Private Sector. Op grond van artikel 63 § 2 derde lid van voornoemde wet vorderde het ziekenfonds terugbetaling van 1440,30 EUR arbeidsongeschiktheidsuitkeringen verleend voor de periode van 19 januari 2006 tot en met 22 februari 2006.

Met brief van 18 februari 2009 antwoordde de NV dat de tijdelijke arbeidsongeschiktheid vanaf 19 januari 2006 (ingreep) een andere oorzaak had dan het arbeids-ongeval van 25 augustus 2005, zodat de meldingsplicht van artikel 63 van de Arbeidsongevallenwet niet van toepassing was. Tevens meldde de NV dat zij op 10 februari 2006 het medisch verslag van de raadsgenees-heer had ontvangen en op 17 februari 2006 het ziekenfonds had aangeschreven.

Hierop antwoordde het ziekenfonds (hierna genoemd LCM) dat, vermits de arbeidsongeschiktheid ten gevolge van het arbeidsongeval een einde nam op 19 februari 2006, LCM verwittigd diende te worden van de wijziging van de ongeschiktheidsgraad van 100 % naar 0 % uiterlijk op 26 januari 2006, en de verwittiging pas gebeurde op 22 februari 2006. Bijgevolg herhaalde LCM zijn vordering.

II. RECHTSPLEGING

a.-

Met inleidende dagvaarding van 2 september 2010 vorderde LCM voor de Arbeidsrechtbank van Leuven betaling door de NV van 1.440,30 EUR, te vermeerderen met de intrest vanaf de datum van betaling en met de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.

Tevens vorderde de LCM de voorlopige uitvoerbaarheid van het vonnis zonder enige reserve.

b.-

Met vonnis van 15 november 2011 verklaarde de arbeidsrechtbank de vordering ontvankelijk doch ongegrond; de kosten werden ten laste gelegd van LCM.

c.-

Er wordt geen melding gemaakt van een betekening van dit vonnis.

d.-

Met verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 17 februari 2012, tekende de LCM hoger beroep aan tegen dit vonnis. Hij vorderde dat het arbeidshof het vonnis zou hervormen en opnieuw recht doende zijn vordering ontvankelijk en gegrond zou verklaren, en de NV zou veroordelen tot betaling van 1.440,30 EUR te vermeerderen met de intrest vanaf 26 januari 2009; tevens de NV te verwijzen in de kosten van beide aanleggen.

III. ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP

Het hoger beroep werd tijdig en met een naar de vorm regelmatige akte ingesteld, zodat het ontvankelijk is.

IV. BEOORDELING

a.-

Artikel 63 § 2 vierde lid van de Arbeidsongevallenwet Private Sector bepaalt dat, zo een wijziging optreedt in de graad van arbeidsongeschiktheid die aan de door het arbeidsongeval getroffene is toegekend, de verzekerings-onderneming de ziekteverzekeringsinstelling binnen de zeven dagen die volgen op de dag waarop de wijziging van de arbeidsongeschiktheidsgraad zich voordoet.

De arbeidsongevallenverzekeraar die nalaat de verzeke-ringsinstelling binnen de wettelijke termijn te verwittigen van een wijziging in de graad van arbeids-ongeschiktheid van de getroffene, moet aan de verzeke-ringsinstelling de arbeidsongeschiktheidsvergoedingen terugbetalen tot de dag waarop hij die wijziging ter kennis brengt van de verzekeringsinstelling.

(vgl. Cass. 3 oktober 1994, Arr. Cass. 1994, nr. 415)

Dergelijke terugvordering is echter niet mogelijk voor betalingen die door de verzekeringsinstelling worden verricht voor een periode van arbeidsongeschiktheid die vreemd is aan het arbeidsongeval.

De arbeidsongevallenverzekeraar die de getroffene van een arbeidsongeval vergoedt, is niet verplicht de verzekeringsinstelling die ten gunste van de getroffene uitkeringen betaalt wegens een arbeidsongeschiktheid die geen verband houdt met het arbeidsongeval, ervan te verwittigen dat er een wijziging was in de graad van arbeidsongeschiktheid.

(vgl. Cass. 3 maart 1986, Arr. Cass. 1985-86, 907)

b.-

In de betwisting die wordt voorgelegd aan het arbeidshof, staat zoals pertinent vastgesteld door de arbeidsrechtbank, niet ter discussie bij ontstentenis van betwisting door LCM dat de arbeidsongeschiktheid van de heer M. na de ingreep die hij op 19 januari 2006 onderging, geen uitstaans had met het arbeidsongeval waarvan de heer M. op 25 augustus 2005 het slachtoffer was.

Bijgevolg was er geen wijziging in de graad van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van het arbeids-ongeval, doch enkel een arbeidsongeschiktheid op grond van een andere oorzaak. In die omstandigheden rustte op de NV geen verwittigingsplicht in de zin van artikel 63 § 2 vierde lid van de Arbeidsongevallenwet, en kan LCM geen terugbetaling vorderen van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zij vanaf 19 januari 2006 betaalde aan de heer M..

c.-

Ten onrechte argumenteert de LCM dat de verwittiging waarvan sprake in artikel 63 § 2 vierde lid van de Arbeidsongevallenwet Private Sector door de verzekeringsonderneming dient te gebeuren ongeacht of de ongeschiktheid haar oorsprong vindt in het arbeidsongeval.

Deze voorwaarde is niet terug te vinden in de tekst van de wet zelf en is strijdig met de bedoeling van de wetgever, zoals deze correct werd weergegeven door de eerste rechter op grond van een redenering die het arbeidshof tot de zijne maakt.

De bedoeling van de wetgever is om de rechten van het slachtoffer van een arbeidsongeval op arbeids-ongeschiktheidsuitkeringen te vrijwaren wanneer de verzekeraar arbeidsongevallen dit niet langer doet. Dit blijkt minstens onrechtstreeks uit het feit dat de kennisgeving van een beslissing tot niet erkenning van een arbeidsongeval met toepassing van artikel 63 § 2 tweede lid van de Arbeidsongevallenwet Private Sector geldt als een verklaring van arbeidsongeschiktheid die tijdig bij de verzekeringsinstelling werd ingediend.

Wanneer de arbeidsongeschiktheid, zoals in deze, niet langer een gevolg is van het arbeidsongeval, doch van een heelkundige ingreep vreemd aan het arbeidsongeval - wat door LCM niet wordt betwist - heeft een verwittiging door de verzekeraar arbeidsongevallen geen gevolgen voor het recht van de arbeidsongeschikte werknemer op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ten gevolge van de daaropvolgende oorzaak van arbeidsongeschiktheid, en bijgevolg geen nut.

d.-

Het was dan ook terecht dat de arbeidsrechtbank de vordering van LCM als ongegrond heeft afgewezen.

OM DEZE REDENEN

HET ARBEIDSHOF

Gelet op de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24;

Rechtsprekend op tegenspraak en na erover beraadslaagd te hebben:

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond,

Verwijst de LCM in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van de NV begroot op 160,36 EUR rechtsplegingsvergoeding arbeidshof.

Aldus gewezen door de 5de kamer van het Arbeidshof te Brussel en ondertekend door :

Mr. D. RYCKX: Raadsheer,

G. JACOBS: Raadsheer in Sociale Zaken als werkgever,

D. VANHAGENDOREN : Raadsheer in Sociale Zaken als werknemer-arbeider,

En bijgestaan door : D. DE RAEDT: Griffier,

G. JACOBS D. VANHAGENDOREN

D. DE RAEDT D. RYCKX

En uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 5de kamer van het Arbeidshof te Brussel op 21 januari 2013 door de heer D. RYCKX, Raadsheer, en bijgestaan door D. DE RAEDT, Griffier,

D. DE RAEDT D. RYCKX

Vrije woorden

  • BEROEPSRISICO'S

  • ARBEIDSONGEVALLEN IN DE PRIVE SECTOR

  • Verplichting van de verzekeringsonderneming tot kennisgeving aan de ziekteverzekeringsinstelling bij wijziging van de arbeidsongeschiktheid ten gevolge van het arbeidsongeval.