- Arrest van 7 oktober 2013

07/10/2013 - 2013/AB/427

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De minnelijke aanzuiveringregeling wordt als overeenkomst beheerst door de algemene regels van het contractenrecht zoals bijgesteld door het vijfde deel Titel IV Ger. W., waaronder art. 1675/10 Ger. W.

Hierdoor worden op grond van art. 1161 BW alle bedingen uitgelegd het ene door het andere, zodat elk beding wordt opgevat in de zin die uit de gehele akte voortvloeit.

Bij gebreke aan eindverslag in de zin van art. 1675/17 §3 Ger. W. komt een minnelijk aanzuiveringplan niet automatisch ten einde door het verstrijken van de termijn, wanneer de schuldenaar tijdens de looptijd zijn verbintenissen niet is nagekomen. De schuldbemiddelaar kan in dergelijke omstandigheden een herziening van het plan vragen om de schuldeisers volgens de afspraken te kunnen uitbetalen.


Arrest - Integrale tekst

rep.nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 07 oktober 2013

11 e KAMER

COLLECTIEVE SCHULDENREGELING - vorderingen collectieve schuldenregeling

Tegensprekelijk ten aanzien van de schuldbemiddelaar, de heer D. en mevrouw Corbelli en bij verstek t.a.v. de schuldeisers;

definitief

In de zaak:

1. D. ,

2. C. ,

appellanten,

vertegenwoordigd door mr. BARRA Jean Luc , advocaat, loco mr. JAMOULLE Jean-Marie, advocaat te 1160 BRUXELLES, Av. Gustave Demey, 14-16

Tegen: Mtr. VAN CAMPENHOUT Jo, in zijn hoedanigheid van schuldbemiddelaar, met kantoor te

1702 GROOT-BIJGAARDEN, Dansaertlaan 82,

ter openbare terechtzitting in persoon verschenen.

Mede inzake:

1. F.O.D - ONTVANGKANTOOR DER DOMEINEN EN PENALE, BOETEN VILVOORDE, 1800 VILVOORDE, Groenstraat 51,

schuldeiser

2. BNP PARIBAS PERSONAL FINANCE, met maatschappelijke zetel te 1000 BRUSSEL, De Brouckèreplein 2,

schuldeiser

3. CITIBANK NV, met maatschappelijke zetel te 1050 IXELLES, Generaal Jacqueslaan 263g,

schuldeiser

4. EULER HERMES EUROPE NV, met maatschappelijke zetel te 1000 BRUSSEL, Kunstlaan 56,

schuldeiser,

De hierboven vermelde schuldeisers zijn ter openbare terechtzitting niet verschenen noch vertegenwoordigd.

***

*

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

het voor eensluidend verklaard afschrift van de bestreden beschikking, uitgesproken op 21 maart 2013 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 32e kamer (A.R. 08/2595) met rep. nr. 13/6996,

het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 18 april 2013,

de beroepsconclusie voor de appellanten, neergelegd ter griffie op 3 september 2013,

de beroepsconclusie en syntheseconclusie van de schuldbemiddelaar, neergelegd ter griffie op 7 mei 2013 en 3 september 2013,

de voorgelegde stukken.

***

*

De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 16 september 2013, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden.

***

*

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING

1. Bij beschikking van 5 februari 2002 van de beslagrechter te Brussel werd de aanvraag van de heer D. en mevrouw C. om toegelaten te worden tot de collectieve schuldenregeling toelaatbaar verklaard.

Mtr. Raïssa Wauters werd aangesteld als schuldbemiddelaar.

2. Bij vonnis van 2 juni 2004 homologeerde de beslagrechter het minnelijk aanzuiveringplan van de schuldbemiddelaar.

Dit voorzag in een terugbetaling van euro 51.750 aan de schuldeisers op een schuldenmassa in hoofdsom van euro 72.978,95 over een periode van 7 jaar, en dit d.m.v. een betaling na homologatie van euro 8.000 en vervolgens 7 jaarbetalingen van

euro 6.250 telkens op het einde van de maand september van het jaar 2004 tot 2010. Hierdoor zou over de ganse periode 70,91% aan de schuldeisers kunnen worden terugbetaald.

3. Dit plan kon volgens afspraak worden uitgevoerd tot 2007, maar voor de jaren 2008, 2009 en 2010 ontvingen de schuldeisers geen betaling.

In het jaarverslag 2007 wijst de schuldbemiddelaar dienaangaande op de moeilijkheden met de schuldenaars, die niet meer samenwonen en hun situatie niet regulariseren, zodat er telkens betwistingen ontstaan over de kinderen en de financiële situatie. Ze geven daarbij geen correcte informatie aan de schuldbemiddelaar. Vragen om duidelijkheid ontaarden in een scheldpartij.

In brieven van 27 augustus 2008 en 24 november 2008 wijst de schuldbemiddelaar op de rechtstreekse ontvangst door mevrouw van de mutualiteituitkering zonder enige uitleg, zodat ze meer dan het leefgeld opstrijkt. Andermaal vraagt de schuldbemiddelaar correcte informatie over de ontvangen gelden en de uitgaven; van haar kant zendt ze een overzicht van de rubriekrekening.

De schuldbemiddelaar heeft de voorgenomen betalingen aan de schuldeisers vanaf 2008 niet kunnen doen omdat het inkomen van mevrouw C. niet op de rubriekrekening werd gestort en ze klaarblijkelijk dit bedrag rechtstreeks ontving, alleszins bleven de schuldenaars in gebreke om de gevraagde opheldering te geven.

Het inkomen van de heer D. kwam nog wel toe op de rubriekrekening, doch dit kwam ongeveer overeen met het uit te betalen onderhoudsgeld en leefgeld.

4. Door moeilijkheden, eigen aan de schuldbemiddelaar en de hieruit voortspruitende niet adequate opvolging van het dossier, besliste de arbeidsrechtbank bij beschikking van 4 mei 2012 tot vervanging van de schuldbemiddelaar. Mtr. Jo Van Campenhout werd als nieuwe schuldbemiddelaar aangesteld.

Ook hij werd geconfronteerd met de verzwegen en zelf geïnde inkomsten van mevrouw C.. De transparantie, die van de schuldenaars verwacht werd, ontbrak volkomen, zodat de schuldbemiddelaar via eigen onderzoek opheldering heeft moeten zoeken.

5. Bij verzoekschrift, neergelegd op de griffie van de arbeidsrechtbank te Brussel op 26 februari 2013, vroeg de schuldbemiddelaar een herziening en schorsing van het gehomologeerde aanzuiveringplan om hem in de mogelijkheid te stellen een nieuw ontwerp op te maken.

6. Bij beschikking van 21 maart 2013 zegde de arbeidsrechtbank dat er aanleiding was tot herziening van de minnelijke regeling en dat de in de gehomologeerde minnelijke regeling voorziene betalingen dienden te worden opgeschort tot het bereiken van een nieuwe regeling, waarbij de schuldbemiddelaar diende te handelen volgens art. 1675/10 Ger. W. en hij de berichten van collectieve schuldenregeling moest aanpassen.

7. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 18 april 2013, tekenden de heer D. en mevrouw C. hoger beroep aan en verklaarden zich niet akkoord met deze beschikking.

II. BEOORDELING

1. Het hoger beroep van de heer D. en mevrouw C. werd tijdig ingesteld en voldoet aan de ontvankelijkheidvereisten, wat overigens niet wordt betwist, zodat het hoger beroep ontvankelijk kan worden verklaard.

2. De schuldbemiddelaar roept de exceptio obscuri libelli in omdat het verzoekschrift tot hoger beroep onduidelijk is. Het verzoekschrift is inderdaad moeilijk leesbaar, maar niettemin met enige moeite verstaanbaar. De schuldbemiddelaar vat overigens op p. 3 van zijn beroeps-synthesebesluiten de middelen van de appellanten samen.

Op grond van art. 861 Ger.W. kan de rechter een proceshandeling alleen dan nietig verklaren, indien het aangeklaagde verzuim of de aangeklaagde onregelmatigheid de belangen schaadt van de partij die de exceptie opwerpt, wat hier niet het geval is.

3. Uit wat geschetst werd in de randnummers I.3 en I.4, volgt afdoende dat de inkomsten van mevrouw C. niet volgens afspraak op de rubriekrekening werden gestort. De vragen om opheldering, die ook via de raadslieden werden overgemaakt, werden niet beantwoord, zodat de noodzakelijke transparantie en procedurele goede trouw, die bij een collectieve schuldenregeling horen, niet werden nagekomen.

Hierdoor konden de betalingen aan de schuldeisers vanaf 2008 niet worden uitgevoerd. Het inkomen van de heer D. vloeide terug naar de schuldenaars via het uit te betalen onderhoudsgeld en leefgeld.

4. De verwijten, die de schuldenaars aan de vorige schuldbemiddelaar richten, staan op grond van art. 1675/17 §3 gebeurlijk ter beoordeling aan de procureur des Konings, maar ze doen niets af aan de determinerende oorzaak van het stilvallen van het plan, wat zijn reden vond in het niet storten van een deel van de inkomsten op de rubriekrekening en in het achterhouden van inkomsten door mevrouw C..

De schuldbemiddelaar werd door de arbeidsrechtbank vervangen bij beschikking van 4 mei 2012.

Terecht zegt de nieuwe schuldbemiddelaar dat ook de schuldenaars op grond van art. 1675/14 Ger. W. in de mogelijkheid waren om een herziening van het plan te vragen, wanneer ze van mening waren dat er moeilijkheden waren die de uitvoering van het plan belemmerden.

Kwam de collectieve schuldenregeling ten einde door het verlopen van het plan op 30 september 2010?

5. De minnelijke aanzuiveringregeling is een overeenkomst, beheerst door de algemene regels van het contractenrecht zoals bijgesteld door het vijfde deel Titel IV Ger. W., waaronder art. 1675/10 Ger. W. (E. Dirix, ‘Collectieve schuldenregeling' TPR 2002, 1311, nr. 17)

Op grond van art. 1.161 BW worden alle bedingen van een overeenkomst uitgelegd het ene door het andere, zodat elk beding wordt opgevat in de zin die uit de gehele akte voortvloeit.

In het op 2 juni 2004 gehomologeerde plan van minnelijke aanzuivering wordt door bemiddeling van de schuldbemiddelaar tussen schuldeisers en schuldenaars het volgende overeengekomen:

70,9% van de opgegeven hoofdsommen zal worden terugbetaald in een periode van 7 jaar - dit is het engagement van de schuldenaars.

De schuldeisers schelden het saldo, intresten en kosten kwijt - dit is de tegenprestatie van de schuldeisers.

Zoals uitgelegd in de randnummers I.3 - 4 en II.3 werd het engagement van de schuldenaars niet volledig nagekomen. Ten onrechte willen ze zich vervolgens op hun eigen contractuele fout beroepen om voor te houden dat ze hierdoor van hun engagement bevrijd zouden zijn. Dit is alleszins niet zo. Door het niet kunnen terugbetalen van het overeengekomen gedeelte kunnen in de huidige stand het saldo, intresten en kosten niet kwijtgescholden worden. Het voorstel van de schuldbemiddelaar, zoals goed bevonden door de eerste rechter, geeft hen de kans hun engagement te voltooien met als voordeel de beloofde kwijtschelding.

De periode van 7 jaar is in het overeengekomen plan immers verbonden met de terugbetaling van 70,9% van de hoofdsommen die ze aan de schuldeisers verschuldigd zijn. Deze terugbetaling is verder uitgelegd in het schema van de concrete betalingen en verdelingen, wat door de nalatigheid van de schuldenaars niet is kunnen uitgevoerd worden.

6. Anders, dan de heer D. en mevrouw Corbelli willen voorhouden, maakt het minnelijk aanzuiveringplan niet automatisch een einde aan de collectieve schuldenregeling na verloop van de overeengekomen 7 jaar juist omwille van de samenhang van deze termijn met de overige verbintenissen in het minnelijk aanzuiveringplan. Voor de beëindiging van het plan hadden de schuldeisers dan ook ten belope van de toegezegde 70,9% moeten uitbetaald zijn.

Art. 1675/17 §3 Ger. W. bepaalt immers dat de schuldbemiddelaar bij het verstrijken van de aanzuiveringregeling een verslag bezorgt aan de rechter.

Hij verzoekt daarbij de schuldbemiddelingsrechter om de beëindiging van de schuldbemiddeling vast te stellen en hem te ontlasten van zijn gerechtelijk mandaat. (E. Van Acker, C. Verbeke en B. Wylleman, Praktische gids voor schuldbemiddelaars, Mechelen, Kluwer, 2013, 256, nr. 437) Voormelde auteurs raden de schuldbemiddelaar terecht aan om ook om reden van aansprakelijkheid voorafgaandelijk bij de schuldeisers aangetekend na te vragen of ze alle betalingen waarop ze recht hadden, hebben ontvangen.

Tevens maakt de schuldbemiddelaar bij zijn eindverslag zijn staat van ereloon en kosten over.

Dit alles is hier tot op heden niet gebeurd, zodat de collectieve schuldenregeling niet beëindigd is en voortduurt.

7. Art. 1675/14 Ger. W. bepaalt o.m.:

Bij moeilijkheden die de uitwerking of de uitvoering van de regeling belemmeren of wanneer nieuwe feiten zich voordoen terwijl... die feiten de aanpassing of de herziening van de regeling rechtvaardigen, laat de schuldbemiddelaar...door een eenvoudige schriftelijke verklaring, die ter griffie wordt neergelegd of aan de griffie verzonden wordt, de zaak opnieuw voor de rechter brengen.

De schuldbemiddelaar heeft terecht toepassing gemaakt van deze bepaling. Hij stootte op reële moeilijkheden die de finale uitvoering van de regeling belemmerden. Hij kon immers de schuldeisers niet volgens plan betalen.

8. Bovendien werd bij beschikking van 4 mei 2012, en dus ook na 30 september 2010, een nieuwe schuldbemiddelaar aangesteld. Hiertegen hebben de schuldenaars geen beroep aangetekend, zodat mag aangenomen worden dat ze aanvaardden dat de schuldbemiddeling niet ten einde was.

10. Terecht heeft de nieuwe schuldbemiddelaar na vaststelling van de moeilijkheden die de uitvoering van de regeling belemmerden, dus een herziening aangevraagd.

Oordeelkundig heeft de eerste rechter zijn verzoek gegrond verklaard.

De beslissing om de afrekening van de te verrichten betalingen op te schorten en na te zien of het plan niet kan worden aangepast, gelet op de gewijzigde omstandigheden en moeilijkheden is verantwoord. Over het door de schuldbemiddelaar te formuleren voorstel kan verder geoordeeld worden als naar recht.

Het hoger beroep is daardoor ongegrond. De overige beschouwingen van appellanten kunnen daaraan geen afbreuk doen.

OM DEZE REDENEN,

HET ARBEIDSHOF,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24,

Recht doende op tegenspraak ten aanzien van de schuldbemiddelaar, de heer D. en mevrouw Corbelli en op verstek t.a.v. de schuldeisers;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis.

Verzendt bij toepassing van artikel 1675/14 § 2 Ger. W. de zaak terug naar de arbeidsrechtbank te Brussel, voor verdere behandeling als naar recht.

Kosteloze procedure.

Aldus gewezen en ondertekend door de elfde kamer van het Arbeidshof te Brussel, samengesteld uit:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door :

Dirk VAN DEN BROECKE, griffier.

Dirk VAN DEN BROECKE, Lieven LENAERTS.

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van maandag 07 oktober 2013 door:

Beatrix CEULEMANS Eerste voorzitter,

bijgestaan door

Dirk VAN DEN BROECKE, griffier.

Dirk VAN DEN BROECKE, Beatrix CEULEMANS.

Vrije woorden

  • SCHULDOVERLAST

  • Einde collectieve schuldenregeling na niet voltooid minnelijk aanzuiveringsplan.