- Arrest van 8 november 2013

08/11/2013 - 2012/AB/367

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De prospectie en de afwerving van cliënteel van een concurrent is in principe geoorloofd, zelfs wanneer dit gebeurt door een gewezen medecontractant. Het kan een ex-werknemer niet worden verboden gebruik te maken van vorming, beroepskennis en ervaring die hij heeft opgedaan bij zijn vroegere werkgever, ook wanneer de kennis betrekking heeft op diens klantenbestand. Het systematisch benaderen van het cliënteel dat hij voordien voor zijn ex-werkgever benaderde, is op zich niet onrechtmatig.

Dit vloeit voort uit de vrijheid van arbeid en onderneming; deze neemt niet weg dat de afwerving van cliënteel onrechtmatig kan worden omwille van het doel dat ze beoogt dan wel omwille van de bijzondere omstandigheden waarin ze plaatsvindt.


Arrest - Integrale tekst

rep.nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 08 november 2013

3 e KAMER

ARBEIDSRECHT - arbeidsovereenkomst bediende

tegensprekelijk

definitief

In de zaak:

V. ,

Appellant op hoofdberoep,

Geïntimeerde op incidenteel beroep

Appellant in persoon verschenen en vertegenwoordigd door mr. VERBRAECKEN Monique loco mr. MATTIJS Joris, advocaat te 2500 LIER, Donk 54

Tegen:

ALMAVER-DEVOS-DEVRIEZE NV, met maatschappelijke zetel te 3001 HEVERLEE, Industrieweg, 1,

Geïntimeerde op hoofdberoep,

Appellante op incidenteel beroep

vertegenwoordigd door mr. OVERSTEYNS Bernadette, advocaat te 3001 HEVERLEE, Ambachtenlaan 6

***

*

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

het voor eensluidend verklaard afschrift van het tussenarrest van dit arbeidshof en deze kamer van 19 februari 2013 en de daarin vermelde stukken van de rechtspleging,

de conclusies en syntheseconclusies van appellant na tussenarrest, neergelegd ter griffie op 2 mei 2013 en 9 augustus 2013

de syntheseconclusies en aanvullende conclusies, tevens synthese-beroepsconclusies voor de geïntimeerde na tussenarrest, neergelegd ter griffie op 4 juni 2013 en 13 september 2013,

de voorgelegde stukken.

***

*

De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 04 oktober 2013, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden.

***

*

1. Het arbeidshof kan verwijzen naar het tussenarrest van 19 februari 2013, waarin de feiten en de rechtspleging werden weergegeven. Met betrekking tot de door ADD voorgehouden onrechtmatige concurrentie van de kant van de heer V., werd gewezen op de bewijslast van de werkgever, maar werd de heer V. in het kader van de samenwerkingsplicht rond het bewijs uitgenodigd om getuigenverklaringen in de zin van art. 961/2 Ger. W. voor te brengen betreffende zijn contacten met het cliënteel van ADD dat overging naar zijn nieuwe werkgever NV Van Dessel.

Aan ADD werd de mogelijkheid gegeven om tegenverklaringen neer te leggen.

2. De heer V. legt verklaringen voor, uitgaande van de heren L., Ve., F., M., D.T., C. en D.G. van Fa., alsook van de heren De. en N.

ADD legt geen tegenverklaringen neer, maar legt wel bijkomende stukken neer in verband met het structuurbezoek d.d. 21 oktober 2010 van de heer V. aan Fa. en zijn daaropvolgend bezoek van 20 december 2010.

3. Uit de voorgelegde verklaringen blijkt dat de betrokkenen slechts vanaf januari 2011 op de hoogte waren van de overstap van de heer V. naar de NV Van Dessel en dat ze omwille van de goede vertrouwensband met de heer V. hun verzekeringscontracten naar de nieuwe werkgever hebben overgezet.

De bijkomende stukken van ADD zijn daarmee niet in tegenspraak.

Onrechtmatige concurrentie?

4. De prospectie en de afwerving van cliënteel van een concurrent is in principe geoorloofd, zelfs wanneer dit gebeurt door een gewezen medecontractant. Het kan een ex-werknemer niet worden verboden gebruik te maken van vorming, beroepskennis en ervaring die hij heeft opgedaan bij zijn vroegere werkgever, ook wanneer de kennis betrekking heeft op diens klantenbestand. Het systematisch benaderen van het cliënteel dat hij voordien voor zijn ex-werkgever benaderde, is op zich niet onrechtmatig. (De Vroede, P., De Wulf, H., ‘Overzicht van rechtspraak. Algemeen handelsrecht en handelspraktijken 1998-2002' TPR 2005, 226-227 en de daar aangehaalde rechtspraak)

Dit vloeit voort uit de vrijheid van arbeid en onderneming; deze neemt niet weg dat de afwerving van cliënteel onrechtmatig kan worden omwille van het doel dat ze beoogt dan wel omwille van de bijzondere omstandigheden waarin ze plaatsvindt. (Gent 13 november 2006, NJW 2007, 371 met noot RS)

5. Dergelijke omstandigheden zouden kunnen blijken uit voorafgaande contacten die de heer V. nog tijdens zijn tewerkstelling bij ADD zou gelegd hebben.

Uit de voorgelegde verklaringen blijkt dat deze er niet zijn geweest. Deze zijn eensluidend en worden van de zijde van ADD niet weerlegd.

De eerste rechter heeft zich dienaangaande gesteund op telefoonverkeer tussen de heer V. en medewerkers van de NV Van Dessel, wat door de heer V. niet wordt ontkend, maar waarvan hij de inhoud situeert in zijn gemeenschappelijke hobby met de betrokkenen. De inhoud van de telefoon-gesprekken wordt door ADD niet aangetoond.

Deze telefoongesprekken bewijzen alleszins niet dat er contact met de klanten zou geweest zijn in verband met het overzetten van polissen.

De telefoongesprekken waren immers niet met de klanten, die integendeel eensluidend bevestigen dat ze pas vanaf januari 2011 op de hoogte waren van de nieuwe tewerkstelling bij de NV Van Dessel.

6. Het bewijs van onrechtmatige concurrentie tijdens of na de arbeidsovereenkomst van de heer V. met ADD wordt door deze laatste niet geleverd.

7. Terecht wijst de heer V. op een ganse reeks klanten die bij ADD gebleven zijn en op de hernieuwingen van de polissen die hij ten voordele van ADD heeft afgesloten nadat hij op de hoogte was dat zijn tewerkstelling einde 2011 zou eindigen.

Het is echter niet ongebruikelijk dat bepaalde klanten omwille van de vertrouwens-band die ze met een vertegenwoordiger hebben, deze volgen.

ADD had met de heer V. overigens geen niet concurrentiebeding afgesloten.

Ook al had ADD in eerste instantie mogelijk andere verwachtingen in de zin dat de heer V. zijn pensioen had aangevraagd, toch kan hem niet verweten worden dat hij in extremis verder wilde werken, temeer daar ADD een beperkt gelijkaardig aanbod aan hem had gedaan.

8. Het hoger beroep in verband met de schadevergoeding die aan de heer V. werd opgelegd wegens onrechtmatige concurrentie, is dan ook gegrond.

De gevorderde schadevergoedingen voor omzetverlies, imagoschade en kosten zijn onderdelen van de schade wegens onrechtmatige concurrentie en de vorderingen hiervoor zijn ongegrond.

Het hoger beroep is op al deze punten dus ongegrond.

De overeenkomst einde tewerkstelling van 25 maart 2008

9. Zoals nader toegelicht in randnummer I.2 van het tussenarrest van 19 februari 2013, kwamen partijen overeen de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord op 31 december 2010 te beëindigen met het oog op de pensioenaanvraag van de heer V. per 1 januari 2011.

Op voorwaarde van een correcte overdracht van de portefeuille zou de heer V. nog een bonus van euro 8.645,58 met vakantiegeld hierop krijgen bij zijn vertrek.

De opvolger van werd vrij laat aangeworven, met name op 7 december 2010, zodat er maar weinig vrije dagen overbleven om hem in te werken. Een nieuwe deeltijdse arbeidsovereenkomst om verder de overdracht in goede banen te leiden, werd voor 31 december niet meer afgesloten, klaarblijkelijk omdat de heer V. ondanks zijn eerder pensioenvoornemen toch werd aangetrokken door de NV Van Dessel.

De toegezegde bonus werd aan de heer V. uitbetaald.

10. Er kan begrip worden opgebracht voor een zekere commerciële ontgoocheling bij ADD wegens het verloop van de gebeurtenissen, maar dit heeft geen uitstaans met de correcte uitvoering van de overeenkomst van 25 maart 2008.

In de randnummers 5 tot en met 7 werd vastgesteld dat de heer V. in de laatste periode van zijn tewerkstelling geen onrechtmatige klantenbenadering ten aanzien van een concurrent deed, alleszins werd dat niet aangetoond.

Ondanks eerdere voornemens, strekt het hem niet ten kwade maar eerder tot eer dat hij zijn pensioen uitstelt en verder werkt bij een nieuwe werkgever.

De late aanwerving van een vervanger is een keuze van ADD, maar na de overeengekomen datum van einde tewerkstelling op 31 december 2010 was de heer V. niet verplicht om een nieuwe beperkte deeltijdse arbeidsovereen-komst met ADD aan te gaan om zo de gevolgen van deze late aanwerving te helpen ondervangen. Het is overigens te begrijpen dat hij een voorkeur gaf aan een voltijds alternatief.

ADD wist vanaf 25 maart 2008 dat de heer V. moest vervangen worden, wanneer ze hiervoor pas het nodige doet per 7 december 2010, dient ze er rekening mee te houden dat de overdracht in een zeer krappe tijdsperiode moet gebeuren, maar ze kan de gevolgen ervan niet afwentelen op de heer V.. Ze kon hem wel vragen om nog verdere prestaties te leveren, maar ze kon hem daartoe niet verplichten.

De overdracht van de portefeuille diende volgens de overeenkomst van 25 maart 2008 te worden beoordeeld voor de periode tot 31 december 2010 en niet erna.

Gelet op de uitbetaling van de overeengekomen bonus mag aangenomen worden dat ADD bij het einde van de tewerkstelling de overdracht van de portefeuille als correct evalueerde, terwijl de verwijten of ontgoocheling omwille van de keuzes nadien hieraan geen afbreuk doen.

Aangezien geen fout bij de uitvoering van de overeenkomst wordt aangetoond, is de uitbetaling van de bonus en het vakantiegeld hierop geen onverschuldigde betaling en heeft de eerste rechter terecht dit onderdeel van de vordering afgewezen.

Het hoger beroep is op dit punt ongegrond.

De schadevergoeding wegens precontractuele aansprakelijkheid

11. In randnummer 10 werd aangegeven dat van de heer V. niet verwacht mocht worden dat hij na de overeenkomst over het einde van zijn tewerkstelling bij ADD een nieuwe deeltijdse beperkte arbeidsovereenkomst afsloot om de gevolgen op te vangen van zijn (te) late vervanging.

Er zullen daarover onderhandelingen en besprekingen zijn geweest, maar het kan aan de heer V. niet kwalijk genomen worden dat hij koos voor een meer duurzame tewerkstelling.

Noch het feit dat hij over aspecten van de onderhandelingen mogelijks uitlatingen deed tegenover zijn toenmalige collega's, noch de verwachtingen van ADD, die vanuit het door haar gedane aanbod handelde, noch de afwezigheid van afscheidsfeest, maken dat de heer V. onrechtmatig een contract zou geweigerd hebben, daar hij na het verstrijken van de termijn van de einde loopbaanovereenkomst vrij was.

Over de door ADD ingeroepen omstandigheden dient geen verder getuigenverhoor te worden gehouden, daar ze niet ter zake dienend zijn voor de beoordeling van de ingeroepen precontractuele aansprakelijkheid.

Door het ontbreken van fout is de vordering wegens precontractuele aansprakelijkheid en het hoger beroep op dit punt ongegrond.

OM DEZE REDENEN

HET ARBEIDSHOF

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24,

Recht sprekend op tegenspraak,

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond

en het incidenteel beroep ontvankelijk doch ongegrond.

Vernietigt het bestreden vonnis en opnieuw rechtdoende,

Verklaart de oorspronkelijke vordering ontvankelijk, doch ongegrond.

Wijst de NV Almaver Devos Devrieze ervan af.

Veroordeelt de NV Almaver Devos Devrieze tot de gerechtskosten van beide aanleggen, deze aan de zijde van de heer V. begroot op

- rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg euro 2.750

- rechtsplegingsvergoeding beroep euro 2.750

Totaal euro 5.500

En laat de kosten van ADD ten haren laste.

Aldus gewezen en ondertekend door de derde kamer van het Arbeidshof te Brussel, samengesteld uit:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

Georges JACOBS, raadsheer in sociale zaken, werkgever,

Roger VANDENPUT, raadsheer in sociale zaken, werknemer-bediende,

bijgestaan door :

Dirk VAN DEN BROECKE, griffier.

Dirk VAN DEN BROECKE Roger VANDENPUT

Georges JACOBS Lieven LENAERTS

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van vrijdag 08 november 2013 door:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door

Dirk VAN DEN BROECKE, griffier.

Dirk VAN DEN BROECKE Lieven LENAERTS

Vrije woorden

  • ARBEIDSOVEREENKOMSTEN

  • ALGEMENE REGELINGEN

  • Concurrentie afwerving cliënteel.