- Arrest van 12 april 2013

12/04/2013 - 2012/AG/93

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het louter feit dat zijn ontslag om een dringende reden onregelmatig is, geeft de preventieadviseur nog niet het recht op de bijzondere ontslagvergoeding in art. 10 wet 20 december 2002. Dit is slechts het geval wanneer bovendien hetzij de door de werkgever aangevoerde dringende reden niet vreemd is aan de onafhankelijkheid van de preventieadviseur, hetzij de door de werkgever aangevoerde redenen van onbekwaamheid om de opdrachten als preventieadviseur uit te voeren, niet bewezen zijn. Met "de aangevoerde redenen van onbekwaamheid om de opdrachten uit te oefenen" worden de door de werkgever als dringende reden bestempelde feiten bedoeld, zij het niet beperkt tot deze die hem pas in de drie aan het ontslag voorafgaande werkdagen bekend zijn geraakt. Het gaat om het laatste feit, vergezeld van alle andere feiten die er het karakter van een dringende reden kunnen aan geven.

Deze feiten moeten de onbekwaamheid van de betrokkene als preventieadviseur aantonen, terwijl diens eventuele onbekwaamheid om een andere functie uit te oefenen - in casu technisch directeur - dan wel zijn functie van vertrouwenspersoon in de zin van artikel 32sexies, § 2 Welzijnswet Werknemers, niet relevant is. De bescherming van de wet van 20 december 2002 strekt zich trouwens niet uit tot die vertrouwenspersoon.


Arrest - Integrale tekst

Vrije woorden

  • ORGANISATIE VAN HET BEDRIJFSLEVEN

  • PREVENTIEADVISEURS

  • BESCHERMING TEGEN ONTSLAG

  • ONREGELMATIG ONTSLAG OM DRINGENDE REDEN

  • BIJZONDERE ONTSLAGVERGOEDING