- Vonnis van 24 mei 2011

24/05/2011 - 11/3939/A

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Vonnis - Integrale tekst

ARBEIDSRECHTBANK VAN BRUSSEL

23 ste kamer - openbare zitting van 24 MEI 2011

VONNIS

A.R.. nr 3939/11

Arbeidsovereenkomst bediende Aud. nr

Rép. nr 011/

IN DE ZAAK :

A

eisende partij, vertegenwoordigd door Mter B. Bael loco Mter Didier Donck, advocaat te 1200 Brussel, Albert-Elisabethlaan, 46;

TEGEN :

De BVBA CA BELGIUM (voorheen NV CA BELGIUM),

met maatschappelijke zetel gevestigd te 1930 Zaventem, Building Figueras, Da Vincilaan, 11, KBO nr. 0416.396.551,

verwerende partij, vertegenwoordigd door Mter Fr. Vandevoorde loco Mter Jean-Pierre Migeal, advocaat te 1200 Brussel, Georges - Henrilaan, 431;

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtzaken,

Gelet op de wet van 10 oktober 1967, houdend het Gerechtelijk Wetboek,

De procedure

De rechtbank nam kennis van volgende procedurestukken:

· de gedinginleidende dagvaarding betekend op 18 maart 2011;

· de beschikking overeenkomstig artikel 747 § 2 van het Gerechtelijk Wetboek dd. 29 maart 2011;

· de conclusies van verwerende partij neergelegd ter griffie op 20 april 2011;

· en de dossiers van partijen.

De verzoeningspoging ter zitting van 26 april 2011 is mislukt.

De partijen hebben gepleit op de zitting van 26 april 2011, waarna de debatten gesloten werden en de zaak in beraad genomen werd.

De vordering

Eiser was van 1 april 2010 tot 12 juli 2010 in dienst van verweerster als bediende, "Account Director".

Hij vordert de veroordeling van verweerster, onder verbeurte van een dwangsom van 10.000 euro , om op haar eigen kosten en binnen de twee maanden na het te vellen vonnis, een Nederlandse vertaling enerzijds van het Incentive Compensation Schedule en anderzijds van het CA Fiscal Year 2011 Incentive Compensation Plan Emea Version aan hem mee te delen.

Hij vordert tevens 95.000 euro bruto provisioneel ten titel van variabel loon, te verhogen met de intresten aan de wettelijke intrestvoet sedert 9 juli 2010, alsook 14.611 euro bruto provisioneel ten titel van vertrekvakantiegeld, te verhogen met de moratoire intresten sedert 6 oktober 2010.

De vordering strekt ook tot betaling van de gerechtskosten, rechtsplegingsvergoeding ad. 5.000 euro inbegrepen.

De vordering strekt er tenslotte toe het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren niettegenstaande hoger beroep en mits uitsluiting van de mogelijkheid tot borgstelling en /of kantonnement.

Ter zitting van 26 april 2011 verzochten de partijen de rechtbank om uitspraak te doen over de vordering tot vertaling van de stukken. Verweerster heeft over dit onderdeel van de vordering conclusies opgesteld. Zij vordert in conclusies

- dat de rechtbank de vorderingen ongegrond zou verklaren,

- minstens te zeggen voor recht dat, indien eiser zijn vordering steunt op de nietige stukken, dat deze nietige stukken dan in hun geheel moeten worden in aanmerking genomen;

- tevens voor recht te zeggen dat de vervanging in de zin van artikel 10, lid 4 Nederlands Taaldecreet zinloos is, gelet op het feit dat de vervangende stukken geen uitwerking meer zouden kunnen hebben om de contractuele rechten van de partijen vast te stellen;

- tenslotte voor recht te zeggen dat de stukken niet moeten vertaald worden op grond van artikel 8 Taalwet Gerechtszaken;

- akte te verlenen dat verweerster zich het recht voorbehoudt ten gronde nader te concluderen.

Voor wat betreft het overige deel van de vordering werden conclusietermijnen vastgesteld in een beschikking bij toepassing van artikel 747 Gerechtelijk Wetboek.

Bespreking

Eiser vordert de betaling van commissieloon. Hij verwijst naar de

arbeidsovereenkomst die bepaalde dat het commissiepercentage en de berekeningsbasis zijn vastgesteld in het verkoopsplan en zijn bijlagen. Eiser vraagt daarom de vertaling in het Nederlands van de twee desbetreffende documenten die in het Engels zijn opgesteld:

- "CA FISCAL YEAR 2011 INCENTIVE COMPENSATION PLAN EMEA VERSION" (in het Nederlands: "CA fiscaal jaar 2011 variabel verloningsplan EMEA-versie"), stukken 4 en 5 eiser;

- "FISCAL YEAR 2011 INCENTIVE COMPENSATION SCHEDULE" (in het Nederlands: "fiscaal jaar 2011 variabel verloningsschema"), stuk 3 van eiser.

Verweerster betwist niet dat deze documenten van haar uitgingen en bevestigt in conclusies dat deze "het commissieplan en de hierop van toepassing zijnde voorwaarden" zijn.

Verweerster is gevestigd te Zaventem. Bijgevolg is het Nederlands Taaldecreet van toepassing (Decreet van de Nederlandse Cultuur Raad van 19 juli 1973 tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede van de voor de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen). Hierover bestaat geen betwisting tussen partijen.

Dit decreet bepaalt ondermeer:

Art. 2. De te gebruiken taal voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede voor de wettelijk voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen, is het Nederlands.

Art. 3. De "sociale betrekkingen" omvatten zowel de mondelinge als schriftelijke individuele en collectieve contacten tussen de werkgevers en de werknemers, die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de tewerkstelling.

V. Sancties.

Art. 10. De stukken of handelingen, die in strijd zijn met de bepalingen van dit decreet, zijn nietig. De nietigheid wordt ambtshalve door de rechter vastgesteld.

De bevoegde arbeidsauditeur, de ambtenaar van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht of iedere persoon of vereniging die van een rechtstreeks of onrechtstreeks belang kan doen blijken, kan de nietigverklaring vorderen voor de arbeidsrechtbank van de plaats waar de werkgever gevestigd is.

Het vonnis beveelt ambtshalve de vervanging van de betrokken stukken.

De opheffing van de nietigheid heeft slechts uitwerking vanaf de dag van de vervanging: voor geschreven stukken vanaf de dag van de indiening van de vervangende stukken bij de griffie van de arbeidsrechtbank.

De nietigverklaring kan geen nadeel berokkenen aan de werknemer en laat de rechten van derden onverminderd. De werkgever is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door zijn nietige stukken of handelingen ten nadele van de werknemer of van derden. (...).

Het volgt uit deze bepalingen dat het document waarin de werkgever de voorwaarden met betrekking tot het commissieloon uiteenzette, in het Nederlands moesten opgesteld worden.

De rechtbank moet dus de vervanging van deze stukken bevelen door een in het Nederlands opgesteld document.

Waar het document uitging van de werkgever, komt het aan hem toe om de Nederlandse vertaling neer te leggen.

Verweerster stelt in conclusies ook nog dat het verzoek van eiser onontvankelijk is bij gebrek aan belang, of minstens dat het aan eiser toekomt om deze stukken te vertalen:

- " Ter zake zou deze vervanging echter nutteloos zijn, aangezien de arbeidsrelatie tussen partijen definitief een einde heeft genomen op 12 juli 2010 en deze contractuele relatie en de hieraan verbonden contractuele voorwaarden dus definitief vaststaan op 12 juli 2010 zodat enig document dat achteraf uitwerking zou krijgen - in de veronderstelling dat in 2011 een vervangend stuk zou worden neergelegd - hierop niet meer zou kunnen toegepast worden.

- Er is dus geen enkele reden de vervanging (en de hierbijhorende vertaling) te bevelen op grond van het Nederlands Taaldecreet.

- De vordering van A. kan er met andere woorden enkel op gericht zijn de vertaling te bekomen van de door hemzelf in het kader van deze procedure aangewende stukken.

- In dat verband moet dan gewezen worden op artikel 8 van de Taalwet in Gerechtszaken dat stelt dat indien de stukken of documenten die in een geding worden overgelegd in een andere taal zijn gesteld dan de taal van de rechtspleging, de rechter, op verzoek van de partij tegen dewelke die stukken of documenten worden ingeroepen, hiervan de overzetting in de taal der rechtspleging bij een met redenen omklede beslissing".

De rechtbank moet de vervanging ambtshalve bevelen op grond van artikel 10 van het Nederlands Taaldecreet. Bovendien heeft eiser als werknemer vanzelf een belang om de toepassing van het Nederlands Taaldecreet te bevelen.

Het staat eiser immers vrij om zich op de betrokken stukken te steunen gezien de nietigverklaring hoe dan ook geen nadeel kan berokkenen aan de werknemer (art. 10 van het Nederlands Taaldecreet).

Waar verweerster reeds wettelijk verplicht is om de Nederlandse vertaling op te stellen, kan zij niet stellen dat eiser de in de verkeerde taal opgestelde stukken zou moeten vertalen op grond van artikel 8 van de Wet op het Taalgebruik in Gerechtszaken.

Tenslotte gaat de eventuele betwisting die verweerster opwerpt in conclusies over de vraag of eiser zich op een deel of het geheel van de betrokken teksten mag /moet steunen, over de grond van de zaak en moet eiser daarover eerst standpunt innemen.

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtsprekende op tegenspraak en in eerste aanleg,

De rechtbank stelt vast dat de in het Engels opgestelde documenten betreffende het variabel loon met de bijlagen, namelijk "CA FISCAL YEAR 2011 INCENTIVE COMPENSATION PLAN EMEA VERSION" (in het Nederlands: "CA fiscaal jaar 2011 variabel verloningsplan EMEA-versie") en "INCENTIVE COMPENSATION SCHEDULE" (in het Nederlands: "variabel verloningsschema") nietig zijn op grond van artikel 10 van het Decreet van de Nederlandse Cultuur Raad van 19 juli 1973 tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede van de voor de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen.

De rechtbank beveelt dat verweerster een Nederlandse vertaling van deze stukken of minstens van de passages eruit die eiser uiterlijk op 1 juni 2011 zal aanduiden, neerlegt ter griffie van deze rechtbank, uiterlijk op 29 juni 2011.

Houdt de kosten aan.

Aldus gevonnist door de 23ste Kamer van de Arbeidsrechtbank van Brussel,

waar zitting hielden :

Mevrouw C. Corbisier: Rechter;

De Heer M. Thysebaert: Rechter sociale zaken - werkgever;

De Heer H. Vanderhaegen: Rechter sociale zaken - bediende;

en uitgesproken op 24 mei 2011

door Mevrouw C. Corbisier, Rechter,

bijgestaan door P. Gasthuys: griffier;

De griffier, De Rechters in Sociale Zaken, De Rechter

P. GASTHUYS H. VANDERHAEGEN M. THYSEBAERT C. CORBISIER

Vrije woorden