- Vonnis van 9 maart 2012

09/03/2012 - 12/2969/A

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Vonnis - Integrale tekst

ARBEIDSRECHTBANK VAN BRUSSEL

33ste kamer - openbare zitting van 9 maart 2012

A.R. nr 12/2969/A

Sociale verkiezingen Aud. nr

Rép. nr 12/

IN ZAKE :

DE ALGEMENE CENTRALE DER LIBERALE VAKBONDEN VAN BELGIE (A.C.L.V.B.), representatieve werknemersorganisatie met sociale zetel gevestigd te 1070 BRUSSEL, Poincarélaan, 72-74 en met administratieve zetel gevestigd te 9000 GENT, Koning Albertlaan, 95,

eisende partij, vertegenwoordigd door Mevr. Katrien VAN SINAY, gevolmachtigde afgevaardigde ;

TEGEN

DE NV SCHNEIDER ELECTRIC,

met maatschappelijke zetel te 1180 Ukkel, Dieweg, 3 en met ondernemingsnummer 0451.362.180,

verwerende partij, vertegenwoordigd door Mr Philippe FRANCOIS, advocaat met kantoor te 1000 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg, 120 ;

MEDE IN ZAKE :

1) HET ALGEMEEN CHRISTELIJK VAKVERBOND (ACV), representatieve werknemersorganisatie, met zetel gevestigd te 1030 Brussel, Haachtsesteenweg 579

betrokken partij, vertegenwoordigd door de heer Dieter SOETEMANS, gevolmachtigde afgevaardigde ;

2) HET ALGEMEEN BELGISCHE VAKVERBOND (A.B.V.V.), representatieve werknemersorganisatie, met zetel gevestigd te 1000 BRUSSEL, Hoogstraat, 42,

betrokken partij, vertegenwoordigd door Mr Isabelle BAELE, advocaat te 1780 Wemmel, de Limburg Stirumlaan, 248 ;

3) DE NATIONALE CONFEDERATIE VOOR KADERPERSONEEL (N.C.K.), representatieve organisatie van kaderleden,met zetel gevestigd te 1030 BRUSSEL, Lambermontlaan, 171, bus 4,

betrokken partij, die niet verschijnt ;

Gelet op de wet van 15 juni 1935 houdende het gebruik der talen in gerechtszaken ;

Gelet op de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek ;

Gelet op de Bedrijfsorganisatiewet van 20 september 1948 en de Welzijnswet van

4 augustus 1996;

Gelet op de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen, zoals gewijzigd bij wet van 28 juli 2011 ;

Gelet op de wet van 4 december 2007 tot regeling van de gerechtelijke beroepen ingesteld in het kader van de procedure aangaande de sociale verkiezingen, zoals gewijzigd bij wet van 28 juli 2011 ;

Gelet op de oproeping per aangetekend schrijven verstuurd aan de partijen op 2 maart 2012;

Op aanwijzing van eisende partij werden als in het geding betrokken partijen opgeroepen : het ACV, het ABVV en de NCK ;

Gehoord de aanwezige partijen ter openbare zitting van 6 maart 2012 waarna de debatten gesloten werden ;

Gehoord de heer Substituut van de Arbeidsauditeur in zijn mondeling advies waarop partijen repliceren en waarna de zaak in beraad genomen werd voor uitspraak uiterlijk op 9 maart 2012;

I. DE PROCEDURE

De rechtbank nam kennis van volgende procedurestukken :

- het verzoekschrift aangetekend verzonden aan de griffie op 1 maart 2012 en ontvangen op 2 maart 2012

- de bundels van partijen

II. DE VORDERING

Eisende partij, het ACLVB, vordert in het verzoekschrift :

- te zeggen voor recht dat de mandaten binnen de Ondernemingsraad dienen te worden verdeeld als volgt: 3 mandaten voor de kaderleden, 3 mandaten voor de bedienden en 2 mandaten voor de arbeiders;

- verwerende partij te veroordelen tot de overeenkomstige regularisatie van de opgestarte procedure;

III. DE FEITEN

Verwerende partij heeft op 12 december 2011 de procedure opgestart voor de organisatie van sociale verkiezingen in haar onderneming zoals geregeld in de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen. Op die dag deed zij de kennisgeving in het "formulier X-60".

Op 6 januari 2012 deed verwerende partij de kennisgeving in het "formulier X-35".

Op 10 februari 2012 heeft de ondernemingsraad de kennisgeving in het "formulier X" gedaan, zoals bepaald in artikel 14 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen .

Als datum voor de sociale verkiezingen bij verwerende partij werd 10 mei 2012 opgegeven.

Het aantal mandaten voor de personeelsafgevaardigde in de ondernemingsraad werd bepaald op 8, waarvan :

3 mandaten voor kaderleden,

2 mandaten voor bedienden

en 3 mandaten voor de arbeiders .

Bij het formulier X werden ook de (voorlopige) kiezerslijsten voor de arbeiders, voor de bedienden, voor de kaderleden, en de lijst van de leden van het leidinggevend personeel en van de kaderleden , meegedeeld.

Volgens deze lijsten bedroeg het aantal werknemers per categorie op dag X (10 februari 2012) :

Kiezerslijst arbeiders: 130

Kiezerslijst bedienden: 130

Kiezerslijst kader: 149

Lijst leidinggevende personeelsleden: 4

Met een aangetekende brief van 16 februari 2012 diende het ACLVB bezwaar in tegen de vaststelling van het aantal mandaten per categorie.

Het ACVLB eiste dat de mandaten als volgt zouden verdeeld worden:

3 mandaten voor kaderleden,

3 in plaats van 2 mandaten voor bedienden

en 2 in plaats van 3 mandaten voor de arbeiders.

De ondernemingsraad heeft op 23 februari 2012 uitspraak gedaan over de klacht van het ACLVB en heeft, na geheime stemming, beslist om de verdeling van de mandaten als vermeld in het formulier X te handhaven (het verslag van de ondernemingsraad wordt neergelegd door het ABVV en vermeldt 6 stemmen tegen het bezwaar, 3 stemmen voor het bezwaar en 2 onthoudingen).

Met haar verzoekschrift heeft het ACLVB ( eisende partij) beroep ingesteld tegen de beslissing van de ondernemingsraad als bepaald in artikel 31 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen.

IV. DE ONTVANKELIJKHEID

Het beroep werd met een geldig verzoekschrift ingeleid binnen de termijn van 7 dagen als bepaald in artikel 4 van de wet van 4 december 2007 tot regeling van de gerechtelijke beroepen ingesteld in het kader van de procedure aangaande de sociale verkiezingen, zoals gewijzigd bij wet van 28 juli 2011.

De vordering is ontvankelijk.

V. BESPREKING

(1)

In het verzoekschrift zet eisende partij uiteen

- dat verwerende partij geenszins zonder enige motivering het resterende mandaat kan toekennen aan de arbeiders, en dat eisende partij van oordeel is dat het resterende mandaat dient toe te komen aan de bedienden;

- dat de categorie bedienden op basis van de Wet van 4 december 2007 aanspraak maakt op 3 mandaten in de Ondernemingsraad, en dat aldus het aantal mandaten voor de categorie arbeiders dient herleid te worden naar 2.

(2)

Er bestaat geen betwisting over en het is in overeenstemming met de bepalingen van artikel 23 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen, dat op basis van het aantal werknemers in de onderneming de personeelsafvaardiging in de ondernemingsraad 8 leden telt (6 mandaten omdat het totaal aantal werknemers gelijk is aan 413, verhoogd met 2 mandaten omdat er meer dan 100 kaderleden zijn).

Voor de verdeling van deze 8 mandaten gelden voor de onderneming van verwerende partij de volgende bepalingen van artikel 24 § 1 en 3 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen (ook daarover bestaat geen betwisting) :

"§ 1. Indien de onderneming minder dan vijfentwintig jeugdige werknemers telt, wordt het aantal mandaten die aan de personeelsafvaardiging worden toegekend, verdeeld in verhouding tot de bezetting van de categorie arbeiders, van de categorie bedienden en in voorkomend geval van de categorie kaderleden. (...)

§ 3. Voor de verdeling van de mandaten die worden toegekend aan de personeelsafvaardiging in een raad met een afzonderlijke vertegenwoordiging voor kaderleden wordt het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal werknemers van elk van deze categorieën met het totaal aantal leden van de personeelsafvaardiging gedeeld door het totaal aantal werknemers die in de onderneming zijn tewerkgesteld.

De mandaten worden verdeeld onder de verschillende personeelscategorieën in functie van de quotiënten verkregen in toepassing van het eerste lid zonder rekening te houden met de decimalen. Indien een categorie evenwel nog niet vertegenwoordigd is, wordt haar één van de overblijvende mandaten toegekend, en indien twee categorieën nog niet vertegenwoordigd zijn, wordt aan elk van hen één van de overblijvende mandaten toegekend of, indien er slechts één mandaat overblijft, wordt hen dit toegekend, vermeerderd met een mandaat dat onttrokken werd aan de categorie die het meest vertegenwoordigd is.

In de andere gevallen worden het of de overblijvende mandaten toegekend achtereenvolgens aan de categorieën die de hoogste decimalen hebben verkregen. Bij gelijkheid van decimalen worden zij achtereenvolgens toegekend aan de categorieën die de hoogste tweede

decimalen hebben verkregen.

Bij gelijkheid van de eerste twee decimalen worden zij achtereenvolgens toegekend aan de categorieën die het hoogste aantal werknemers tellen."

Artikel 28 van dezelfde wet bepaalt verder : "Bij de verdeling van de mandaten van de personeelsafgevaardigden moet rekening worden gehouden met het aantal personeelsleden van de verschillende categorieën in dienst in de onderneming op de dag van de aanplakking van het bericht waarbij de datum der verkiezingen wordt aangekondigd. Het leidinggevend personeel is begrepen in de categorie van kaderleden."

Volgens de kennisgeving in formulier X bedroeg het aantal werknemers per categorie op dag X (10 februari 2012):

Kiezerslijst arbeiders: 130

Kiezerslijst bedienden: 130

Kiezerslijst kader: 149

Lijst leidinggevende personeelsleden: 4

Totaal 413

Eisende partij bevestigt deze aantallen in haar verzoekschrift.

Op basis van de voormelde wettelijke bepalingen moeten de mandaten per categorie als volgt berekend worden:

Kaderleden (leidinggevend personeel inbegrepen): 153 x 8/ 413 = 2,96

Bedienden: 130 x 8 / 413 = 2,51

Arbeiders: 130 x 8 / 413 = 2,51

6 mandaten worden dus rechtstreeks toegekend, namelijk 2 aan elke categorie.

Het eerste overblijvend mandaat gaat naar de kaderleden (categorie met de hoogste decimalen).

Voor het tweede overblijvend mandaat vermeldt de wet uiteindelijk geen pasklare oplossing.

Dit mandaat komt toe aan één van de twee overblijvende categorieën (arbeiders of bedien

den), maar deze tellen exact hetzelfde aantal werknemers (130) en dus ook dezelfde decimalen. De wet bepaalt geen oplossing voor deze situatie.

Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat eisende partij in haar verzoekschrift een licht afwijkende berekening maakt : Kaderleden: 149 x 8/ 413 = 2,89 ; Bedienden: 130 x 8 / 413 = 2,52 ; Arbeiders: 130 x 8 / 413 = 2,52, welke cijfers niet correct zijn maar deze berekening leidt uiteindelijk tot dezelfde verdeling van de eerste 7 mandaten en resulteert in hetzelfde probleem voor wat betreft de toewijzing van het 8ste mandaat).

(3)

De rechtbank kan slechts vaststellen dat in de onderneming geen gebruik is gemaakt van de mogelijkheid om een bijkomend mandaat te creëren zoals bepaald in artikel 23 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen. Eisende partij heeft dit blijkbaar niet eens gevraagd.

Dit artikel bepaalt namelijk :

"(...) Het bij dit artikel bedoelde aantal leden van de personeelsafvaardiging kan evenwel worden verhoogd na een eenparig akkoord gesloten tussen de werkgever en de representatieve werknemersorganisaties met dien verstande dat er niet meer dan vijfentwintig mogen zijn.

Het akkoord moet uiterlijk worden bereikt de dag van de aanplakking van het bericht waarbij de datum der verkiezingen wordt aangekondigd. Dit akkoord moet de aanvullende mandaten onder de verschillende categorieën van werknemers verdelen."

Verder bepaalt de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen uitdrukkelijk in artikel 30 en 31 dat eisende partij haar bezwaar kon voorleggen aan de ondernemingsraad waarna deze zich dient uit te spreken.

De rechtbank kan slechts vaststellen dat de ondernemingsraad zich heeft uitgesproken over het bezwaar van eisende partij tegen de verdeling van het achtste mandaat en dat de ondernemingsraad , na beraadslaging en met meerderheid van stemmen, de verdeling van de mandaten zoals vermeld in formulier X heeft bevestigd.

Het is opmerkelijk dat eisende partij geen enkel argument aanbrengt waarom het mandaat bij voorkeur aan de bedienden in plaats van aan de arbeiders zou moeten toegekend worden, noch in haar stukken, noch in haar verzoekschrift en pleidooien. Ook in het verslag van de ondernemingsraad staat vermeld dat eisende partij noch in haar bezwaarschrift noch tijdens de vergadering van de ondernemingsraad enige argumentatie voerde.

De overwegingen die blijkbaar aan de grondslag lagen van de beslissing van de ondernemingsraad, zoals deze blijken uit de stukken en in pleidooien werden toegelicht, zijn alleszins niet onredelijk (te weten: waar de kaderleden ook bedienden zijn, zijn er in de ondernemingsraad alleszins meer mandaten voor personeelsleden met een bediendeovereenkomst dan voor de arbeiders; bij de vorige sociale verkiezingen van 2004 en 2008 was de verdeling van de mandaten hetzelfde; er waren meer uitzendkrachten als arbeiders dan als bedienden actief in de onderneming).

De vordering van eisende partij houdt in dat het overblijvend mandaat zou worden afgenomen van de arbeiders, die zich nochtans in dezelfde situatie bevinden qua aantal als de bedienden.

Het valt niet in te zien op welke wettige basis de rechtbank zou kunnen ingaan op deze vordering.

(4)

Tijdens het beraad stelt de rechtbank vast dat in het stukkenbundel van het ABVV een nota is gevoegd waarin deze haar rechtsplegingsvergoeding begroot op 1.320 euro, zodat niet zeker is of eisende partij daar reeds kennis van heeft gekregen en of zij desgevallend nog standpunt wens in te nemen.

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Gehoord de heer Jan GEYSEN, Substituut van de Arbeidsauditeur, in zijn eensluidend mondeling advies ;

Verklaart de vordering van eisende partij ontvankelijk doch ongegrond ;

Legt de kosten van het geding ten laste van eisende partij.

Aldus gevonnist door de drieëndertigste kamer van de Arbeidsrechtbank van Brussel waar zitting hielden :

Mevrouw Carla CORBISIER, rechter,

Mijnheer Willy HERREMANS, rechter in sociale zaken, werkgever

De heer Luc DE WAGTER, rechter in sociale zaken, arbeider

En uitgesproken ter openbare zitting van 09 maart 2012

waar aanwezig waren

Mevrouw Carla CORBISIER , rechter

bijgestaan in de uitspraak door Mevrouw Sabine DE BRUYCKER, griffier - Hoofd van Dienst

De Griffier-Hoofd van Dienst , De Rechters in Sociale Zaken, De Rechter,

S. DE BRUYCKER L. DE WAGTER & W. HERREMANS C. CORBISIER

Vrije woorden

  • SOCIALE VERKIEZINGEN

  • verdeling mandaten