- Advies van 9 februari 2011

09/02/2011 - 7/2011

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Advies - Integrale tekst

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

Gelet op de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 29;

Gelet op het verzoek om advies van de Minister van Financiën ontvangen op 13/12/2010;

Gelet op het verslag van de heer Peter Poma;

Brengt op 9 februari 2011 het volgend advies uit:

A. ONDERWERP VAN DE AVIESAANVRAAG

1. Op 13 december 2010 ontving de Commissie een brief gedateerd op 10 december 2010 van de heer D. Reynders, Minister van Financiën, met een verzoek om advies over een ontwerp van koninklijk besluit betreffende de Centrale voor Kredieten aan Ondernemingen (CKO). Dit ontwerp strekt ertoe de wet betreffende de CKO (WCKO) uit te voeren waarvan het ontwerp voor advies eveneens aan de Commissie werd voorgelegd met dezelfde brief en waarvoor een apart advies zal worden uitgesproken op dezelfde datum.

B. TOEPASSELIJKE WETGEVING

2. De WVP is van toepassing wanneer er sprake is van een verwerking van persoonsgegevens (art. 3 van de WVP).

3. Uit het ontwerp van de WCKO blijkt dat het zowel ondernemingen, rechtspersonen als natuurlijke personen op het oog heeft. De WVP is van toepassing als in de CKO gegevens van natuurlijke personen worden verwerkt (zelfstandigen) of gegevens van personen die door een verwijzing naar specifieke elementen. onrechtstreeks identificeerbaar zijn. Aangezien de bepalingen van het ontwerp van koninklijk besluit diezelfde personen betreffen, zijn de bedoelde verwerkingen onderworpen aan de WVP.

C. ONDERZOEK VAN DE ADVIESAANVRAAG

4. Opmerking: De ontwerptekst van koninklijk besluit is niet vergezeld van een verslag aan de Koning, wat een goed begrip of het relevantieonderzoek van de verwerking van bepaalde gegevens bemoeilijkt.

Artikel 1

5. Dit artikel definieert bepaalde begrippen en behoeft geen verder commentaar.

Artikel 2

6. Dit artikel is de uitvoering van artikel 4, 2de lid van het ontwerp WCKO waarin het volgende wordt bepaald :

• De begunstigden wier overeenkomsten niet worden geregistreerd in de CKO;

Advies 07/2011 - 3/7

• De gegevens van de overeenkomsten die niet worden geregistreerd in de CKO (daaronder vallen de overeenkomsten waarvan de registratie geregeld wordt door de wet van 10 augustus 2001 betreffende de Centrale voor Kredieten aan Particulieren en de overeenkomsten die vallen onder het toepassingsgebied van de wet van 12 juni op het consumentenkrediet).

De Commissie heeft hierover geen opmerkingen maar vestigt de aandacht op het feit dat artikel 3, §1, 5° van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet bedoeld in het 2de lid, 4° van het artikel 2 werd opgeheven op 1 december 2010 door artikel 4, d) van de wet van 13 juni 2010 tot wijziging van de wet van 12 juni 1991.

Artikel 3

7. Dit artikel stelt de gegevens vast die in de CKO worden geregistreerd:

• In §1 in functie van het soort begunstigde: rechtspersoon of natuurlijke persoon;

• In §2 met betrekking tot de overeenkomsten:

- De punten 1° en 2°: hoewel niet uitdrukkelijk gepreciseerd, mag ervan uit worden gegaan dat het steeds gaat om gegevens uit het positief luik van de CKO;

- De punten 3° tot 5°: betreffen gegevens uit het negatief luik van de Centrale. Aangaande de probabiliteit dat zich een wanbetaling voordoet binnen een periode van één jaar, verwijst de Commissie naar haar bedenkingen die zij uitte in haar advies van dezelfde dag betreffende het ontwerp van WCKO.

8. Wat de gegevens betreffen van de begunstigde, natuurlijke personen die geregistreerd staan in de CKO, mogen alleen de essentiële gegevens (naam, voornaam, geboortedatum) worden geregistreerd om redundantie te vermijden. Wanneer dat noodzakelijk is, mogen volatiele gegevens worden opgezocht in de authentieke bron terzake, via het gebruik van een webservice.

De Commissie raadt dringend aan dat voor diezelfde personen tenzij absoluut noodzakelijk, bij voorkeur verwezen wordt naar het adres van de zetel van het bedrijf in plaats van naar de woon- of de verblijfplaats van de natuurlijke persoon,.

De toegangsvoorwaarden voor de KBO moeten natuurlijk wel worden nageleefd. Daarnaast moeten die gegevens in de Centrale worden bijgewerkt (artikel 4, §1, 4° van de WVP).

Artikel 4

9. Dit artikel vermeldt in de §§1 tot 5, het principe dat de instellingen de gegevens opgesomd in artikel 3 moeten meedelen (en over het algemeen uitgezonderd de rechtstoestand van de begunstigde).

Het artikel voorziet in een reeks uitzonderingen voor wat de mededeling betreft van bepaalde gegevens naargelang het soort meldingsplichtige instelling. Omdat die uitzonderingen a priori relevant lijken te zijn (bijv. niet-beschikbaarheid van het gegeven), heeft de Commissie hiertegen geen bezwaren.

10. Paragraaf 6 is de uitvoering van artikel 5 van het wetsontwerp en bepaalt met name dat de meldingsplichtige instellingen, het identificatienummer van het Rijksregister uitsluitend vermelden indien de begunstigde geen ondernemingsnummer heeft. De Commissie verwijst hiervoor naar haar advies van dezelfde dag over het wetsontwerp CKO.

Artikel 5

11. Dit artikel houdt een verplichting in om maandelijks de gegevens te verstrekken en legt de termijn vast. Geen opmerkingen.

Artikel 6

12. Het 1ste lid van dit artikel gaat over de uitoefening van het recht op toegang of verbetering door de natuurlijke persoon.

Het ontwerp bepaalt dat diegene dit recht uitoefent, verplicht is zijn identiteit te bewijzen met zijn identiteitskaart. Het is niet vereist om bij zijn aanvraag een recto-verso fotokopie van zijn identiteitskaart1 te voegen.

13. Het 2de lid bepaalt dat de gegevens aangaande de probabiliteit van een wanbetaling binnen de periode van één jaar en het totaalbedrag dat de instelling meent te kunnen recupereren door beroep te doen op alle verstrekte garanties, niet worden meegedeeld in het antwoord van de Centrale2 over de uitoefening van het recht op toegang.

De Commissie maakt hier uitdrukkelijk voorbehoud over de inhoud van deze paragraaf. Inderdaad, de ontwerptekst van het koninklijk besluit moet artikel 10 van de WVP naleven dat erin voorziet dat aan de betrokken persoon in begrijpelijke vorm moet worden meegedeeld welke van zijn gegevens worden verwerkt. Het is inderdaad zo dat artikel 3, §5 van de WVP de gevallen limitatief opsomt waarin de artikelen 9, 10 §1 en 12 van de wet niet van toepassing zijn. De Commissie stelt vast dat het hier geen enkele van die gevallen betreft. Een eventuele afwijking zou in een wet moeten worden vastgelegd . Bovendien is de Commissie van mening dat een dergelijke afwijking slechts toelaatbaar zou zijn als de gegevens verbonden aan een risico op wanbetaling onder gecodeerde vorm werden geregistreerd, zoals ze daarop reeds dringend heeft aangedrongen in haar advies betreffende het wetsontwerp.

14. In het verlengde van het recht op toegang en de vereiste organisatorische en technische veiligheidsmaatregelen (cf. artikel 16 van de WVP), raadt de Commissie nadrukkelijk aan om een loggingssysteem in te voeren zodat de toegangen tot de gegevens kunnen worden opgespoord. Op die manier kan de betrokken persoon, naar voorbeeld van het Rijksregister3, kennis nemen van de entiteiten die in de afgelopen 6 maanden hun gegevens hebben geraadpleegd of bijgewerkt. Er moet indien nodig, rekening worden gehouden met een beperkte toegang in geval van wanbetalingen.

Artikel 7

15. Hierin wordt bepaald dat wanneer de instellingen de Centrale raadplegen, in het antwoord de volgende geregistreerde gegevens niet vermeld worden: de naam van de meldingsplichtige instelling, het totaalbedrag dat de meldingsplichtige instelling meent te kunnen recupereren door beroep te doen op de geleverde waarborgen, de gegevens betreffende de probabiliteit van een mogelijk wanbetaling binnen de periode van één jaar (met inbegrip van het verschuldigde bedrag). Zie ook het advies van dezelfde datum over het ontwerp van WCKO)

16. Indien bedrijven voor verzekeringswaarborgen of kredietverzekeringen de Centrale raadplegen, mag het antwoord geen enkel gegeven vermelden over wanbetalingen. De Commissie heeft over dit artikel geen opmerkingen.

Artikel 8

17. De geregistreerde gegevens in de Centrale worden tot maximum 1 jaar bewaard na hun referentiedatum. Tenzij de Commissie iets over het hoofd ziet, betekent dit dat de gegevens van een overeenkomst die de vervaldatum nadert, nog tot één jaar na de referentiedatum waarop die vervaldatum werd meegedeeld, in de CKO bewaard blijft. De Commissie ziet in dergelijk geval a priori niet in hoe die bewaartermijn van 1 jaar gerechtvaardigd kan worden. Volgens de informatie die de CKO verstrekte, gaat het risico-onderzoek naar de schuldenaar verder dan de situatie op het ogenblik van de ondervraging. Het kan belangrijk zijn om de vroegere situatie te kennen (1 jaar is voldoende) en hoe die geëvolueerd is in de daaropvolgende maanden. Nu bedraagt de bewaartermijn maximum 27 maanden (cf. artikel 10 van het Koninklijk besluit van 12 december 1994 betreffende de centralisatie van de kredietrisicogegevens) terwijl in gelijkaardige buitenlandse banken de termijn tot 10 jaar loopt.

Indien dit echt nuttig is, vraagt de Commissie zich af waarom de gegevens van de kredietovereenkomst bij een geregulariseerde wanbetaling in de CKP gedurende een jaar bewaard worden terwijl die gegevens ten laatste verdwijnen binnen de 3 maanden en 8 dagen bij een terugbetaling zonder wanbetaling. Zou het daarom niet beter zijn om ook hier dit onderscheid in te voeren?

18. De modaliteiten voor een langere bewaartermijn voor eventuele wetenschappelijke of statistische doeleinden, zouden uitdrukkelijk moeten worden omschreven (ingevoerde veiligheidsmaatregelen, de gegevens die werden omgevormd tot niet-identificeerbare gegevens en/of gecodeerde gegevens, enz...).

Artikels 9 tot 11

19. Aangezien de Commissie van oordeel is dat de authentieke bron (de KBO) over de noodzakelijke gegevens beschikt en dat de KBO verbonden is met het Rijksregister, moet de toegang tot de gegevens gebeuren via de KBO.

20. De Commissie vestigt de aandacht op het feit de Koning niet langer bevoegd is om machtiging te verlenen voor de toegang tot de gegevens van het Rijksregister en het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister.

OM DIE REDENEN

De Commissie brengt een gunstig advies uit over het ontwerp van Koninklijk besluit op voorwaarde dat het uitdrukkelijker wordt omschreven (bij gebrek aan een Verslag aan de Koning) en op voorwaarde dat het rekening houdt met de opmerkingen uiteengezet onder de punten 8, 10, 13, 14, 17, 18, 19 en 20 van voorliggend advies..

Voor de Administrateur m.v., De Voorzitter,

(get.) Patrick Van Wouwe (get.) Willem Debeuckelaere

Vrije woorden

  • Ontwerp van Koninklijk besluit betreffende de Centrale voor Kredieten aan Ondernemingen (CO-A-2010-030).