- Advies van 9 februari 2011

09/02/2011 - 4/2011

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Brengt de Commissie een gunstig advies uit, onder voorbehoud dat rekening wordt gehouden met de door haar gemaakte opmerkingen, inz. deze vermeld in randnummers 19, 27, 28 en 29.


Advies - Integrale tekst

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

Gelet op de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 29;

Gelet op het verzoek om advies van 17 december 2010 namens de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid ontvangen op 22/12/2010;

Gelet op het verslag van de heer Jan Remans;

Brengt op 9 februari 2011 het volgend advies uit:

I. VOORWERP VAN DE ADVIESAANVRAAG

1. Bij brief ontvangen op 22 december 2010 wordt namens de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid het advies van de Commissie gevraagd over een ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 oktober 2004 tot uitbreiding van het netwerk van de sociale zekerheid tot de pensioen- en solidariteitsinstellingen belast met het uitvoeren van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, met toepassing van artikel 18 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.

2. Bij koninklijk besluit van 15 oktober 2004 werd het netwerk van de sociale zekerheid uitgebreid tot de pensioen- en solidariteitsinstellingen belast met het uitvoeren van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.

3. Op 1 januari 2004 zijn evenwel de artikelen 41 en volgende van de programmawet (I) van 24 december 2002 van kracht geworden die een harmonisatie van de aanvullende pensioenen van zelfstandigen behelzen. Bovendien werd in Titel XI, Hoofdstuk VII, van de programmawet (I) van 27 december 2006 een gegevensbank "opbouw aanvullende pensioenen" opgericht die door de vzw SIGeDIS wordt beheerd. Deze gegevensbank bevat gegevens betreffende alle Belgische en buitenlandse voordelen voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren die een aanvulling zullen vormen op het wettelijk pensioen.

4. Op dit ogenblik zijn alleen de pensioeninstellingen en de solidariteitsinstellingen belast met de organisatie van de aanvullende pensioenen, met inbegrip van de eventuele solidariteitsprestaties, voor werknemers opgenomen in het netwerk van de sociale zekerheid, terwijl deze instellingen voor zelfstandigen zich in een vergelijkbare situatie bevinden en Titel XI, Hoofdstuk VII, van de programmawet (I) van 27 december 2006 de desbetreffende instellingen heeft belast met nieuwe opdrachten inzake de mededeling van gegevens voor controle- en informatiedoeleinden, ook wat de contractuele en de statutaire ambtenaren van de openbare sector betreft.

5. Met het oog op de inschakeling in het netwerk van de sociale zekerheid van alle pensioen- en solidariteitsinstellingen belast met de organisatie van de aanvullende pensioenen, met inbegrip van de eventuele solidariteitsprestaties, voor zowel de werknemers, de zelfstandigen als de ambtenaren van de openbare sector, wordt voorgesteld om het voormelde koninklijk besluit van 15 oktober 2004 te wijzigen teneinde deze instellingen erin op te nemen en een verwijzing op te nemen naar de

Advies 04/2011 - 3/8

opdrachten die ze krachtens Titel XI, Hoofdstuk VII, van de programmawet (I) van 27 december 2006 uitvoeren.

6. Het ontwerp van koninklijk besluit werd opgesteld op voorstel van het Beheerscomité van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid (hierna : "de Kruispuntbank") en werd goedgekeurd op zijn vergadering van 28 september 2010.

II. ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING

7. In artikel 1 van het ontwerp wordt de titel van het koninklijk besluit van 15 oktober 2004 aangepast en worden de noodzakelijke wettelijke referenties daarin opgenomen.

8. In artikel 2 van het ontwerp worden de definities van de pensioeninstelling en van de solidariteitsinstelling aangepast, enerzijds, opdat ze niet enkel betrekking zouden hebben op de instellingen belast met de organisatie van de aanvullende pensioenen, met inbegrip van de eventuele solidariteitsprestaties, voor werknemers, zoals dit reeds het geval was, maar ook op de instellingen belast met de organisatie ervan voor zelfstandigen en, anderzijds, om een verwijzing op te nemen naar de opdrachten die ze krachtens Titel XI, Hoofdstuk VII, van de programmawet (I) van 27 december 2006 uitvoeren.

9. Artikel 3, 1° van het ontwerp heeft voortaan betrekking op alle betrokken pensioen- en solidariteitsinstellingen waarbij alle opdrachten worden opgesomd die ze moeten verrichten en legt de rechten en plichten voortvloeiend uit de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (hierna Kruispuntbankwet) vast die in dit kader tot hen worden uitgebreid met vermelding van de artikelen die op hen van toepassing zijn. De volgende artikelen van de Kruispuntbankwet en de besluiten genomen in uitvoering van deze artikelen worden op die manier van toepassing verklaard op de betrokken pensioen- en solidariteitsinstellingen:

- 6 (integratie in het repertorium van de personen dat door de Kruispuntbank wordt bijgehouden

en per persoon de types van beschikbare sociale gegevens van persoonlijke aard aangeeft en

de instelling(en) van sociale zekerheid waar ze bewaard worden);

- 8 (gebruik van het INSZ als identificatiemiddel);

- 9 (functionele verdeling van de gegevensopslag onder de instellingen van het netwerk);

- 10 (mededeling van gegevens aan de Kruispuntbank);

- 11 (opvragen van gegevens bij de Kruispuntbank);

- 12 (opvragen van gegevens bij de Kruispuntbank - afwijking);

- 13 (mededeling van gegevens door de Kruispuntbank);

- 14 (bemiddeling van de Kruispuntbank bij mededeling van gegevens);

- 15 (machtiging door het Sectoraal comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid bij mededeling van gegevens);

- 16 (bijdrage van de personen die overeenkomstig artikel 18 Kruispuntbankwet in het netwerk zijn ingeschakeld);

- 17 (werking en beveiliging van het netwerk);

- 22 (maatregelen voor een perfecte bewaring van de gegevens);

- 23 (beginselen van finaliteit, proportionaliteit en vertrouwelijkheid);

- 24 en 25 (aanduiding van een veiligheidsconsulent);

- 26 (maatregelen voor de bewaring van persoonsgegevens die de gezondheid betreffen)1;

- 28 (beroepsgeheim);

- 34 (recht om vertegenwoordigd te zijn in het Algemeen Coördinatiecomité van de Kruispuntbank);

- 46 tot 48 (opdrachten en bevoegdheden van het Sectoraal comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid);

- 53 tot 59 (rechten en plichten sociale inspecteurs);

- 60 tot 71 (inbreuken en strafbepalingen).

10. In 2° en 3° van artikel 3 van dit ontwerpbesluit worden de 2° en 3° van § 2 van artikel 2 van het koninklijk besluit van 15 oktober 2004 aangepast en worden de noodzakelijke wettelijke referenties daarin opgenomen.

11. Tot slot vervangt 4° van artikel 3 van dit ontwerpbesluit § 4 van artikel 2 van het koninklijk besluit van 15 oktober 2004. Deze vervanging en de beweegredenen hiervoor werden reeds toegelicht in de bespreking van artikel 3, 1°, van het ontwerpbesluit. Het betreft de gevallen van mededeling van gegevens door de werkgever van de werknemer of rechtstreeks door de zelfstandige of de zelfstandige bedrijfsleider aan de instelling zonder tussenkomst van de Kruispuntbank.

III. ONDERZOEK

Algemeen

12. Krachtens artikel 18 van de Kruispuntbankwet kan "onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten die Hij bepaalt [...] de Koning, bij in Ministerraad overlegd besluit op voorstel van het Beheerscomité van de Kruispuntbank en na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, het geheel of een deel van de rechten en plichten voortvloeiend uit deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen uitbreiden tot andere personen dan de instellingen van sociale zekerheid; deze personen worden in het netwerk ingeschakeld in de mate van de uitbreiding waartoe wordt beslist".

13. Artikel 18 de Kruispuntbankwet laat dus toe om instellingen die niet tot de instellingen van sociale zekerheid behoren in te schakelen in het netwerk, en een aantal rechten en plichten erop van toepassing te verklaren.

14. In de Memorie van Toelichting2 wordt dit als volgt verduidelijkt : "een uitbreiding van het netwerk ware bijvoorbeeld gerechtvaardigd ten voordele van de openbare diensten en private organismen die, zonder concreet aan de werking van de sociale zekerheid deel te nemen, een belang of een doel ter staving kunnen inroepen dat onmiddellijk verband houdt met de sociale wetgeving sensu lato".

15. De Commissie meent dat deze instellingen een belang kunnen inroepen dat onmiddellijk verband houdt met de sociale wetgeving.

16. De Commissie meent dat de beoogde uitbreiding van het netwerk bovendien tot een veiliger gegevensverkeer tussen de Kruispuntbank, de instellingen van sociale zekerheid en hogervermelde pensioen- en solidariteitsinstellingen zal leiden, vermits talrijke hoger aangehaalde gegevensbeschermende en strafbepalingen uit de Kruispuntbankwet op laatstgenoemde van toepassing worden verklaard.

17. Zoals de Commissie reeds opmerkte in het advies over het ontwerp van koninklijk besluit dat thans in herziening is3, zullen sommige van deze instellingen als enige activiteit het beheren van pensioen- en /of solidariteitstoezeggingen hebben, maar bij andere instellingen, zoals de verzekeraars, zal het beheer van de pensioenreserves en toezeggingen slechts een activiteit naast vele andere zijn.

18. Met betrekking tot de instellingen die meerdere taken uitvoeren, meent de Commissie dat het ontwerp duidelijk vermeldt dat de uitbreiding enkel voorzien wordt voor de taken die het voorwerp uitmaken van de reglementering waarvan sprake in het ontwerp.

19. De Commissie benadrukt dat dit in de praktijk wel betekent dat er maatregelen dienen te worden getroffen, zodat de betrokken dienst van de instelling die de bedoelde taken uitoefent, voldoende onafhankelijk is van de rest van de organisatie om op autonome wijze de rechten en plichten te kunnen uitoefenen die deze dienst heeft ingevolge de uitbreiding van het netwerk van de sociale zekerheid, en er geen bevoegdheidsconflicten kunnen rijzen bij de uitoefening van de taken.

20. Verder stelt de Commissie vast dat het ontwerp de voorkeur geeft aan de rechtstreekse uitwisseling van de gegevens die mogelijk wordt door het rechtstreekse contact tussen de instelling en de zelfstandige of de zelfstandige bedrijfsleider, zoals dat ook reeds het geval was inzake het beheer van een pensioentoezegging en/of solidariteitstoezegging door een werkgever. Het was trouwens de Commissie zelf die destijds betreffende het ontwerp dat aanleiding gaf tot het koninklijk besluit van 15 oktober 2004 het niet nuttig achtte een bijkomende stroom van gegevens via het netwerk op te starten, als de gegevens van de werknemers eenvoudigweg bij de werkgever kunnen opgehaald worden zonder tussenkomst van bedoeld netwerk. Dit is tevens het geval indien de gegevens bij de betrokken zelfstandige of de zelfstandige bedrijfsleider kunnen verzameld worden.

21. De Commissie wijst er verder op dat de uitbreiding van het netwerk van de sociale zekerheid in geen geval de indirecte toegang tot of de mededeling van de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen tot gevolg mag hebben. Met betrekking tot de pensioentoezeggingen kunnen slechts gegevens uit het Rijksregister verwerkt worden indien de betrokken instellingen voor deze concrete verwerking toegang hebben tot de gegevens van het Rijksregister. Dit probleem zal zich echter niet stellen, aangezien pensioen- en solidariteitsinstellingen voor het vervullen van hun taken in het kader van de reglementering waarvan sprake in onderhavig ontwerp reeds toegang hebben tot het Rijksregister van de natuurlijke personen en het identificatienummer ervan mogen gebruiken, conform beraadslaging RR nr. 49/2010 van 2 december 20104 van het Sectoraal comité van het Rijksregister.

4 Aanvraag tot machtiging van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid ten behoeve van de pensioen- en solidariteitsinstellingen en de vereniging zonder winstoogmerk SIGEDIS om in het kader van het beheer van de aanvullende pensioenen toegang te hebben tot het Rijksregister van de natuurlijke personen en het identificatienummer ervan te gebruiken.

Betreffende het Verslag aan de Koning dat het ontwerpbesluit voorafgaat

22. Gelet op de belangrijke interpretatieve waarde van het Verslag aan de Koning dat het ontwerpbesluit voorafgaat, wil de Commissie enkele opmerkingen formuleren aangaande sommige daarin opgenomen toelichtingen.

23. Er wordt in het Verslag aan de Koning benadrukt dat de veiligheidsconsulent deze mag zijn over wie de betrokken pensioen- en solidariteitsinstellingen reeds beschikken in het kader van de arbeidsongevallenverzekeringen die ze eventueel beheren. De Commissie vindt dit een goede zaak -zeker voor kleinere pensioeninstellingen- op het vlak van kostprijs, maar ook op het vlak van de uniformiteit inzake informatieveiligheid. Bovendien zal de betrokkene, in voorkomend geval, reeds door het Sectoraal comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid als veiligheidsconsulent aanvaard zijn geworden.

24. Er wordt in het Verslag aan de Koning gesteld dat dit besluit niet tot gevolg heeft dat een gebruik van de verkregen gegevens, in overeenstemming met de beginselen van de WVP voor rechtmatige doeleinden verhinderd wordt.

25. De draagwijdte van deze bepaling is niet meteen duidelijk en zaait onnodig verwarring. Het is evident dat de WVP geen beletsel vormt voor verenigbare verdere verwerkingen welke de aangehaalde voorbeelden in het Verslag aan de Koning zeer zeker zijn (onder andere de mededeling van de gegevens door een pensioeninstelling aan een door de betrokkene gemachtigde tussenpersoon of door een pensioeninstelling aan een onderaannemer). De Commissie verwijst naar artikel 4, § 1, 2°, eerste zin van de WVP. A Contrario mogen gegevens dus verder worden verwerkt op een wijze die, rekening houdend met alle relevante factoren, met name met de redelijke verwachtingen van de betrokkene en met de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, verenigbaar is met de welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden waarvoor ze werden verkregen. Een minder voor de hand liggend voorbeeld dat, naar het oordeel van de Commissie, tevens zou kunnen steunen op deze bepaling uit de WVP, is bijvoorbeeld de mededeling die gebeurt in het kader van prudentiële controles opgelegd door de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst en door de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen.

26. Er wordt in het Verslag aan de Koning opgemerkt dat de integratie in het netwerk niet wil leiden tot een beperking van de huidige normale commerciële activiteit van bepaalde pensioeninstellingen, onder meer de verzekeraars opgericht in de rechtsvorm van een handelsvennootschap, mits uiteraard de beginselen van de WVP nageleefd worden. Als voorbeeld wordt in het Verslag de adviesverlening aan de verzekerden aangehaald, onder meer voor wat hun opties bij hun pensionering betreft, waarbij hen advies inzake financiële behoeften wordt aangeboden.

27. De Commissie kan zich hiermee akkoord verklaren, maar wijst opnieuw op randnummer 19 van haar advies. Instellingen die ook andere activiteiten hebben, zoals verzekeraars, zullen derhalve adequate technische en organisatorische veiligheidsmaatregelen moeten treffen (conform artikel 16 WVP), opdat zij bijvoorbeeld het Rijksregisternummer uitsluitend zouden verwerken voor het toepassen van de reglementering waarvan sprake in het ontwerp en niet voor andere niet gemachtigde doeleinden.

28. Hoe dan ook betekent de beoogde uitbreiding dat het Sectoraal comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid waakt over de degelijkheid van het veiligheidsbeleid van de betrokken pensioen- en solidariteitsinstellingen, evenals over de kwaliteit van hun veiligheidsconsulent. In randnummer 34 van beraadslaging RR nr. 49/2010 van 2 december 2010 acht het Sectoraal comité van het Rijksregister het overigens aangewezen dat, in afwachting van hun daadwerkelijke opname in het netwerk van de sociale zekerheid, het Sectoraal comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid voor voormelde instellingen de degelijkheid van hun veiligheidsbeleid evenals de kwaliteit van hun veiligheidsconsulent zou controleren.

Betreffende het ontwerp van KB zelf

29. De Commissie stelt vast dat in artikel 3 van het ontwerp, dat in zijn opsomming immers verwijst naar artikel 15 van de Kruispuntbankwet, is voorzien dat alle betrokken pensioen- en solidariteitsinstellingen de sociale gegevens van persoonlijke aard binnen of buiten het netwerk van de sociale zekerheid enkel meedelen mits de afdeling sociale zekerheid van het Sectoraal comité van de Sociale zekerheid en van de Gezondheid een principiële machtiging heeft verleend, behalve in de gevallen voorzien in de Kruispuntbankwet. De Commissie stelt vast dat de inschakeling in het netwerk dus geen afbreuk doet aan deze principiële vereiste. De Commissie wijst er nog op dat bij de beoordeling van de aanvraag door het Comité, telkens moet worden nagegaan of de gegevensuitwisseling geschiedt overeenkomstig de geldende wetgeving.

OM DEZE REDENEN,

brengt de Commissie een gunstig advies uit, onder voorbehoud dat rekening wordt gehouden met

de door haar gemaakte opmerkingen, inz. deze vermeld in randnummers 19, 27, 28 en 29.

Voor de Administrateur m.v., De Voorzitter,

(get.) Patrick Van Wouwe (get.) Willem Debeuckelaere

Vrije woorden

  • Advies betreffende het ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 oktober 2004 tot uitbreiding van het netwerk van de sociale zekerheid tot de pensioen- en solidariteitsinstellingen belast met het uitvoeren van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, met toepassing van artikel 18 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (CO-A-2010-032)