- Advies van 2 maart 2011

02/03/2011 - 8/2011

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Verstrekt de Commissie een gunstig advies over het voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit op voorwaarde dat rekening wordt gehouden met haar opmerkingen (punten 12 en 13).


Advies - Integrale tekst

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

Gelet op de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 29;

Gelet op het verzoek om advies van Mevrouw A. TURTELBOOM, Minister van Binnenlandse Zaken, ontvangen op 04/02/2011;

Gelet op het verslag van Mevrouw A. Junion;

Brengt op 2 maart 2011 het volgend advies uit:

A. ONDERWERP VAN DE AANVRAAG

1. Op 4 februari 2011 ontving de Commissie een brief van 2 februari 2011 waarmee mevrouw A. TURTELBOOM, Minister van Binnenlandse Zaken, een dringend advies vraagt over een ontwerp van koninklijk besluit houdende identificatie- en registratiemodaliteiten bij de aankoop van oude metalen.

2. Dit ontwerp van koninklijk besluit beoogt de uitvoering1 van artikel 70 van de Wet van 29 december 2010 houdende diverse bepalingen (I).

3. Artikel 70 stelt het volgende:

"§ 1. De natuurlijke en rechtspersonen actief in de recuperatie, het hergebruik en de handel in oude metalen of edele metalen, dienen, wanneer ze dergelijke metalen aankopen bij natuurlijke personen, over te gaan tot identificatie en registratie van de persoon die zich met de bedoelde metalen aanbiedt indien deze aankopen in contanten worden betaald. § 2. Elke persoon die zich met de bedoelde metalen aanbiedt dient een verklaring te ondertekenen waarin hij verklaart of hij al dan niet in hoedanigheid van btw-plichtige levert. In voorkomend geval dient hij tevens zijn btw-identificatienummer op te geven. § 3. De identificatie gebeurt op basis van de naam, voornaam en geboortedatum van de persoon die zich met de bedoelde metalen aanbiedt. De Koning bepaalt de modaliteiten waarop de identificatie en registratie van deze gegevens geschieden. § 4. De identificatiegegevens worden gedurende een termijn van zeven jaar bewaard na de aankoop. Zij worden op elk verzoek ter beschikking gesteld van de ambtenaren, aangehaald in artikel 6, § 1, van de wet van 22 januari 1945 betreffende de economische regulering en de prijzen."

4. De Commissie heeft op 24 november 2010 een gunstig advies2 verstrekt over de tekst van het wetsontwerp tot invoering van een identificatie- en registratieverplichting bij de aankoop van oude metalen en edele metalen en tot wijziging van de wet van 22 januari 1945 betreffende de economische reglementering en de prijzen, doch heeft hierbij vooral de aandacht gevestigd op het feit dat er enerzijds geen sprake kan van zijn om bij de bepaling door de Koning van de identificatie- en registratiemodaliteiten van de gegevens, aan de koper het nemen van een kopie van de identiteitskaart op te leggen, gelet op het onrechtmatig gebruik dat hieruit kan volgen en, anderzijds, dat het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister onderworpen is aan een machtiging door het Sectoraal comité van het Rijksregister.

5. De Commissie stelt vast dat de tekst van artikel 70 van de voormelde wet restrictiever is:

 eerst en vooral beperkt § 1 van dit artikel voortaan de identificatie en registratie tot de veronderstelling waarin een verkoper (natuurlijke persoon) dergelijke materialen te koop aanbiedt en deze cash worden betaald;

Advies 08/2011 - 3/5

 vervolgens verduidelijkt § 3 van hetzelfde artikel dat de identificatie voortaan zal gebeuren op basis van de naam, voornaam en geboortedatum.

B. TOEPASSELIJKE WETGEVING

6. Wanneer er sprake is van een verwerking van persoonsgegevens is de Privacywet van toepassing (art. 3 van de WVP).

7. In onderhavig geval worden de persoonsgegevens ingezameld en geregistreerd door de schroothandelaar. Het geheel van deze geautomatiseerde verrichtingen die uitgevoerd worden met persoonsgegevens, vormen verwerkingen in de zin van artikel 1, § 2 van de WVP.

C. ONDERZOEK VAN DE AANVRAAG

Opmerking: Het ontwerp van koninklijk besluit is niet vergezeld van een verslag aan de Koning.

Artikel 1

8. Dit artikel is als volgt geformuleerd:

"De natuurlijk persoon die oude metalen te koop aanbiedt bij een natuurlijk of rechtspersoon actief in de recuperatie, het hergebruik en de handel in oude metalen, hierna genoemd "de schroothandelaar", identificeert zich bij wijze van voorlegging van een identiteitsdocument of elk ander bewijsstuk dat identificatie toelaat".

9. De Commissie is van oordeel dat de term "voorlegging" geïnterpreteerd moet worden in functie van artikel 2 van het ontwerp betreffende de registratiemodaliteiten van de gegevens.

Artikel 2

10. Dit artikel is als volgt geformuleerd:

"De schroothandelaar registreert de gegevens waarnaar verwezen wordt in artikel 70, § 3, van de wet van 29 december 2010 houdende de diverse bepalingen (I):

1° hetzij door het in te scannen of het nemen van een leesbare fotokopie van het voorgelegde identiteitsdocument, waarbij enkel voornoemde gegevens zichtbaar zijn;

2° hetzij, wanneer een elektronische identiteitskaartlezer gebruikt wordt, door het ophalen van enkel voornoemde gegevens in een elektronisch formaat".

11. De Commissie stelt vast dat het ontwerp in beide gevallen rekening houdt met de in de Privacywet voorziene proportionaliteits- en rechtmatigheidsvereiste door de registratie te beperken tot de gegevens die bedoeld worden in de voormelde wet.

12. Met betrekking tot het scannen of fotokopiëren van het voorgelegde identiteitsbewijs wenst de Commissie dat de betrokkene zou kunnen controleren welke gegevens precies geregistreerd werden, bijvoorbeeld, door voor te schrijven dat deze verrichting moet gebeuren in zijn aanwezigheid en dat hem een kopie van de geregistreerde gegevens moet worden overhandigd.

13. Bij gebrek aan een koninklijk besluit ter uitvoering van artikel 6, § 4 van de Wet van 19 juli 1991 dat stelt dat elke geautomatiseerde controle van (de kaart) door optische of andere leesprocédés het voorwerp moet uitmaken van een koninklijk besluit, na advies van het sectoraal comité van het Rijksregister3, beveelt de Commissie aan dat het thans voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit in de nodige middelen zou voorzien opdat de houders van een identiteitskaart de controle zouden kunnen bewaren over de gegevens die zij meedelen bij een elektronische raadpleging van hun kaart of, ten minste de transparantie zou worden verzekerd van de gegevens die bij een elektronische raadpleging van de kaart verwerkt worden door de verantwoordelijke voor de verwerking. De Commissie herinnert er bovendien aan dat artikel 16 van de Privacy wet de verantwoordelijke voor de verwerking verplicht tot het nemen van de nodige technische en organisatorische maatregelen om de gegevens te beschermen tegen toevallig verlies alsook tegen wijziging, toegang en iedere andere niet-geoorloofde verwerking van persoonsgegevens.

OM DEZE REDENEN,

Verstrekt de Commissie een gunstig advies over het voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit op voorwaarde dat rekening wordt gehouden met haar opmerkingen (punten 12 en 13).

Voor de Administrateur m.v., De Voorzitter,

(get.) Patrick Van Wouwe (get.) Willem Debeuckelaere

Vrije woorden

  • Ontwerp van koninklijk besluit houdende identificatie- en registratiemodaliteiten bij de aankoop van oude metalen (A-2011-005)