- Beslissing van 5 januari 2011

05/01/2011 - M80583/6089

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

I. Feiten

De verzoekster werd het slachtoffer van verkrachting en legde volgende verklaring af (PV nr. ...../2006)

"Op 22/07/2006 omstreeks 17.00 uur ben ik thuis vertrokken naar café de Zwaan te ....

We hadden aldaar afgesproken met ...

Rond 18.00 uur zijn we dan vertrokken met het voertuig van Benny naar ..., meerbepaald café De B.. We zijn daar gebleven tot rond 19.10 uur en zijn dan naar het voetbalstadion gegaan en dit te voet. Wij hebben dan de wedstrijd bijgewoond tussen Club Brugge en PSG.

Na de wedstrijd hebben wij dan nog een tijd verbleven in de herberg extratime gelegen aan het stadion.

Rond middernacht hebben wij dan de herberg extratime verlaten en hebben ons begeven naar de herberg "De B.". In deze herberg hebben we iets gedronken en wat gedanst. Ondertussen was ons groepje uitgedund, gezien er enkele vertrokken naar huis. In de herberg "De B." was ook Jeffrey aanwezig die ik ken als vriend. Ik sprak met hem af dat hij mij naar huis zou brengen.

Op een bepaald ogenblik waren ikzelf en Jeffrey nog aanwezig en kregen wij het gezelschap van een jongen die ik niet ken, drager van een rode T-shirt. Ik was van mening dat Jeffrey deze persoon kende. Wij hadden een gewoon gesprek met deze persoon.

...

Op dat ogenblik was ik in gesprek met Jeffrey met als onderwerp het feit of we nog naar de "vuurmolen" in ... zouden gaan. Jeffrey had niet veel goesting meer om naar ... te gaan waarop die jongen met de rode T-shirt voorstelde dat hij mij zou voeren naar ... naar de "vuurmolen".

...

Kort daarop verliet Jeffrey de herberg, ik en die jongen met het rode t-shirt enkele ogenblikken later. De jongen met het rode t-shirt deelde mij mede dat zijn voertuig geparkeerd stond in ... .

We vertrokken richting Olympialaan, na enkele meters draaide de jongen met het rode t-shirt zich om, teneinde zich te begeven in de andere richting zijnde ....

Ik vroeg hem waarom hij plots de andere richting uitging.

Hij nam mij vast bij de rechterarm en zegde dat hij een kortere weg wist. Hij nam mij stevig bij de arm en trok mij eigenlijk mee. Ik ben dan eigenlijk beginnen tegen te spartelen en vroeg hem mij los te laten. Hij reageerde daar niet op en trok mij mee.

Na enkele meters kwamen wij ter hoogte van de ingang van het kerkhof van Sint-Andries. Hij trok mij verder het kerkhof op. [omstreeks 2:45 uur]"

II. Vervolging

Het strafdossier werd geseponeerd wegens onbekende dader.

III. Medische gevolgen

De verzoekster belandde in een depressie en werd op 31 oktober 2006 opgenomen voor een laservaporisatie van condylomen (SOA).

De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer verklaarde op 18 oktober 2006 dat de verzoekster definitief ongeschikt is.

IV. Begroting van de schade door de verzoeker

De verzoekster begroot haar schade als volgt:

Medische kosten euro 283,23

Kledij (forfaitair) euro 375,00

Verplaatsingskosten (forfaitair) euro 500,00

Administratie- en communicatiekosten (forfaitair) euro 125,00

TWO euro 5.081,00

- Één dag hospitalisatie euro 31,00

- Morele schade van 23/07/2006 tem 31/10/2006 (100%, 101 dagen) euro 2.525,00

- Morele schade vanaf 01/11/2006 tot consolidatie, ex aequo et bono euro 2.525,00

Morele blijvende schade wegens psychisch leed euro 25.000,00

Inkomstenverlies euro 2.627,55

TOTAAL euro 33.991,88

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de onbekend gebleven dader zijn onbestaande.

De wetgeving betreffende de financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Bij het begroten van de hulp naar billijkheid houdt de Commissie rekening met het feit dat er geen stavingsstukken neergelegd werden voor de kledijschade, verplaatsings-, administratie- en communicatiekosten en dat bijgevolg deze schadeposten forfaitair begroot werden.

Rekening houdende met de ernst van de feiten, met het hierboven geschetste feitenrelaas, met de volgorde zelf van de feiten en met de door de verzoekster geleden schade en gemaakte kosten meent de Commissie aan verzoekster naar billijkheid een globale hulp te kunnen toekennen zoals hierna bepaald.

VI. Begroting van de hulp door de Commissie

De Commissie meent de hulp naar billijkheid te kunnen begroten op euro 10.000,00.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003, 22 april 2003 en de programmawet van 27 december 2004 en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 10.000,00.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 5 januari 2009.

De secretaris a.i., De voorzitter,

P. VERHOEVEN C. DELESIE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift van 5 juni 2008, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 6 juni 2008 waarbij de verzoekster toekenning heeft gevraagd van een hulp van 31.364,23 euro.