- Beslissing van 10 januari 2012

10/01/2012 - M10-5-1387/7857

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 15 juni 2007 werd mevrouw Priscilla X. (° 1982), de dochter van verzoeker, in café ‘Het M...' te ... vermoord door mevrouw Carolien Z., een liefdesrivale.

Het slachtoffer had ten tijde van de feiten een relatie met de heer Franky W., de ex-vriend van mevrouw Z.. Die bewuste avond 15 juni 2007 passeerde laatstgenoemde aan voormeld café, waar Priscilla X. aanwezig was met Franky W..

Mevrouw Z. vernam toen van de dochters van de café-uitbater dat Priscilla X. de naam "W." op haar buik had laten tatoeëren. Hierop nam zij haar aansteker waarin een knipmes zat, maakte deze stekensklaar en nam deze in haar rechterhand op het ogenblik dat ze het café binnenstapte. Ze stormde op Priscilla X. en bracht haar diverse messteken toe.

De lijkschouwing toonde aan dat het slachtoffer overleed ten gevolge van een steekwonde t.h.v. de lage rechterhals met massale bloeding in de rechterborstholte en luchtembolie tot gevolg.

Een meer omstandige beschrijving van de feiten (voorgeschiedenis, modus operandi, enz.) is terug te vinden in de "akte van beschuldiging" (gevoegd als bijlage bij het schrijven van de raadsman van verzoeker d.d. 30 december 2010).

II. Vervolging

Bij arrest van het Hof van Assisen van de provincie ... d.d. 26 april 2010 werd mevrouw Carolien Z. wegens het plegen van de sub I vermelde feiten (gekwalificeerd als moord) veroordeeld tot onder meer 15 jaar opsluiting.

In een ander arrest van dezelfde datum werd ze op burgerlijk gebied veroordeeld tot betaling van een morele schadevergoeding van EUR 5.000 meer intresten aan verzoeker.

Tegen voormelde arresten werd geen cassatieberoep aangetekend.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

In zijn schrijven d.d. 2 september 2010 deelt de raadsman van mevrouw Z. mee dat zijn cliënte, gelet op haar jarenlange detentie, de eerstkomende jaren niet over voldoende financiële middelen zal beschikken om de vordering van de burgerlijke partijen te voldoen.

Verzoeker beschikte ten tijde van de feiten over een brandverzekering en een familiale verzekering, maar daarin was geen luik rechtsbijstand opgenomen.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van EUR 9.000:

- morele schade (cf. arrest): EUR 5.000

- rechtsplegingsvergoeding: EUR 4.000

(*) Met betrekking tot de morele schade lezen we in het arrest op burgerlijk gebied het volgende: "Betrokkene is de vader van Priscilla X. met dewelke hij echter sinds haar jonge jeugd slechts nog een sporadisch contact had, wat niet wegneemt dat het bestaan van leed in zijnen hoofde wel degelijk te weerhouden is. Een forfaitair bedrag voor morele schade van 5000 euro is passend."

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak is de Commissie van oordeel dat de door het Assisenhof toegekende morele schadevergoeding van EUR 5.000 redelijk en verantwoord is. Dit bedrag kan dan ook als financiële hulp worden toegekend.

Wat de gevraagde hulp van EUR 4.000 voor de rechtsplegingsvergoeding betreft, meent de Commissie dat verzoeker slechts aanspraak kan maken op één zesde van dit bedrag, namelijk EUR 666. Immers, luidens het arrest van het Assisenhof dient de rechtsplegingsvergoeding van EUR 4.000 te worden verdeeld onder zes burgerlijke partijen (verzoeker en vijf leden van de familie V. - Y. - zie de dossiers M11-5-0296 t.e.m. M11-5-0300).

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van EUR 5.666.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 10 januari 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 17 december 2010, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.