- Beslissing van 10 januari 2012

10/01/2012 - M10-5-1396/7866

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

In de loop van haar relatie met de heer Sükrü Z. kreeg mevrouw Seher Y. regelmatig slagen. Tijdens de avond van 22 december 2007 deed er zich te ... opnieuw een discussie voor en zou de heer Z. zijn vriendin dooreen hebben geschud en haar handtas in het water hebben gegooid. Daarop belde mevrouw Y. een aantal vrienden (waaronder verzoeker) met de vraag of ze haar handtas uit het water konden halen. Toen verzoeker ter plaatse kwam, kreeg hij van de heer Z. een vuistslag op de mond, waarna hij ook nog enkele keren met een mes in het been, de arm en de hand werd gestoken.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 14 april 2008 werd de heer Sükrü Z., wegens het plegen van de sub I vermelde feiten, veroordeeld tot een werkstraf van 100 uren. Bij het opleggen van deze straf hield de rechtbank er rekening mee dat de heer Z. zich na de feiten herpakte en dat hij snel werk vond bij Volvo.

Op burgerlijk gebied werd de heer Z. veroordeeld tot betaling van een provisie van EUR 500 aan verzoeker. Tevens werd voorbehoud verleend met betrekking tot de aanstelling van een geneesheer-deskundige.

In de zaak ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd de heer Z. bij vonnis van 15 februari 2010 veroordeeld tot betaling van de som van EUR 3.801,77 meer intresten aan verzoeker:

- kledijschade: EUR 250,00

- opleg ziekenhuis: EUR 77,72

- schoonmaakkosten auto: EUR 25,00

- morele schade TAO: EUR 1.240,00

- huishoudelijke schade: EUR 175,00

- meerinspanningen: EUR 534,05

- esthetische schade: EUR 1.500,00

Blijkens attesten van de griffie verkregen beide vonnissen kracht van gewijsde.

III. Gevolgen van de feiten

Na de feiten werd verzoeker overgebracht naar de Spoedgevallendienst van het AZ Sint-Lucas te .... Er werden hevig bloedende steekwonden t.h.v. de linker en de rechter onderarm en de rechter vinger 4 vastgesteld (zonder functieverlies noch sensibiliteitsstoornissen). De wonden werden gehecht.

In zijn medisch attest d.d. 28 januari 2009 weerhoudt Dr. K. C., huisarts, de volgende graden en periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid:

100 % van 22.12.07 t.e.m. 31.12.07

50 % van 01.01.08 t.e.m. 31.01.08

25 % van 01.02.08 t.e.m. 31.03.08

10 % van 01.04.08 t.e.m. 30.06.08.

Er is geen blijvende invaliditeit.

De esthetische schade wordt geschat op 3 op de schaal van 7 (3 littekens van 1 à 2 cm t.h.v. de rechter onderarm, 1 litteken t.h.v. de linker onderarm, 1 litteken t.h.v. de rechter vinger).

Verzoeker ondervindt ook psychische gevolgen van de feiten (is zeer angstig als het donker is).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Beide sub II vermelde vonnissen werden bij deurwaardersexploot betekend aan de heer Z., maar hierop volgde geen reactie. In zijn schrijven d.d. 31 augustus 2010 deelde gerechtsdeurwaarder Scheir mee dat de heer Z. insolvabel is.

Luidens het verzoekschrift ontving verzoeker nog geen enkele vergoeding vanwege de dader.

Verzoeker beschikt niet over enige verzekering in dekking van de geleden schade.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van EUR 10.477,72:

- morele schade: EUR 2.750,00

- medische kosten: EUR 77,72

- esthetische schade: EUR 4.400,00

- kledijschade: EUR 375,00

- procedurekosten (forfait): EUR 2.500,00 (*)

(*) De reële kosten belopen EUR 2.682,24:

- betekeningskosten vonnissen: EUR 282,94

- kosten grosse vonnissen: EUR 42,75

- afschrift + kopie vonnis: EUR 5,75

- kosten advocaat: EUR 2.350,80

- dossierkosten: EUR 60,00

- fax, telefoon: EUR 20,00

- dactylografie: EUR 737,00

- kopies: EUR 21,30

- ereloon: EUR 1.512,50

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie is van oordeel dat de morele schade, de esthetische schade en de kledijschade op passende wijze kunnen worden vergoed door aan verzoeker hiervoor hulpbedragen toe te kennen welke overeenstemmen met de bedragen die de rechtbank hem heeft toegekend.

De medische kosten werden correct begroot.

Wat de gevraagde hulp voor de procedurekosten betreft, stelt de Commissie vast dat hierin ook de kosten- en ereloonstaat van de raadsman opgenomen is.

In verband hiermee moet worden aangestipt dat uit de gevestigde rechtspraak van de Commissie blijkt dat een onderscheid wordt gemaakt tussen, enerzijds, de ‘eigenlijke' procedurekosten (zoals deze van stelling van burgerlijke partij, kosten van expertises en uitvoering), en, anderzijds, de erelonen en de kostenstaten van de raadslieden. Enkel de ‘eigenlijke' procedurekosten worden door de Commissie in aanmerking genomen.

Van belang is ook de bedoeling van de wetgever in dit verband.

De verantwoording bij het amendement nr. 1 van de regering bij de wet van 26 maart 2003 houdende de voorwaarden waaronder de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden een hulp kan toekennen (B.S. 22 mei 2003), van kracht sinds 1 januari 2004, blijkt aan te sluiten bij de interpretatie die de Commissie geeft aan procedurekosten: "De procedurekosten omvatten de kosten van burgerlijke partijstelling, griffierechten, kosten van tenuitvoerlegging en expertisekosten".

Aldus kunnen de advocatenkosten, welke louter administratieve kosten zijn, niet worden beschouwd als procedurekosten in de eigenlijke zin en komen ze dan ook niet voor de toekenning van een hulp in aanmerking.

Voor de overige procedurekosten kan wel een hulp worden toegekend.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen van EUR 3.400.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van EUR 3.400.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 10 januari 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 20 december 2010, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.