- Beslissing van 23 januari 2012

23/01/2012 - M10-5-1228/7767

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Tussen ../../2005 en 30 september 2009 werd verzoekster te ... herhaaldelijk seksueel misbruikt door haar vader, de heer Remi Z..

De heer Z. vergreep zich eveneens aan zijn dochter Jessica (° 1986).

Beide dochters werden vanaf hun twaalfjarige leeftijd betast, vastgenomen en gestreeld. Zij dienden hun vader ook te bevredigen met de hand.

Nadat Jessica de ouderlijke woonst had verlaten, focuste de heer Z. zich op zijn dochter Tatjana. Zij diende haar vader oraal te bevredigen en hij penetreerde haar meermaals met zijn geslachtsdeel.

II. Vervolging

Bij beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te ... d.d. 28 december 2009 werden de aan Remi Z. ten laste gelegde feiten (verkrachting met behulp van geweld¬ in de periode van ../../2005 tot en met 30 september 2009 + aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging in de periode van 30 juli 2005 tot en met 29 september 2009) bewezen verklaard, maar werd zijn internering bevolen.

Op burgerlijk gebied werd de heer Z. veroordeeld tot betaling van een vergoeding van euro 1.000 aan mevrouw Y. qualitate qua Tatjana Z..

Tegen voormelde beschikking werd hoger beroep ingesteld door de inverdenkinggestelde, maar bij arrest van de Kamer van Inbeschuldigingstelling bij het Hof van Beroep te ... d.d. 24 juni 2010 werd de bestreden beschikking bevestigd.

III. Gevolgen van de feiten

Luidens het verzoekschrift kampt verzoekster ingevolge de op haar gepleegde zedenfeiten met ernstige psychische problemen. Ze is zwaar depressief en heeft reeds een zelfmoordpoging ondernomen.

In het attest van Dr. H. Van N. (psychiater) staat te lezen dat verzoekster van 17 februari 2011 tot 9 maart 2011 op de PAAZ van het AZ Sint-Lucas te ... verbleef, ter behandeling van een depressie wegens relatieproblemen en verwerking seksueel misbruik.

Voordien was er ook al een opname geweest van 13 november tot 25 november 2009. De totale kostprijs voor deze opnames bedroeg euro 780,06.

Dr. Van Nuffel stelt dat de behandeling zeer gunstig is gebleken voor het verwerken van de feiten. De therapie zal dan ook moeten verdergezet worden.

Ter zitting van de Commissie d.d. 5 januari 2012 deelde verzoekster mee dat ze thans geen behandeling meer volgt. Momenteel gaat het relatief goed met haar, al blijft er een reëel risico op herval bestaan. Verzoekster neemt wel nog anti-depressiva.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

* De kansen op verhaal tegenover de dader zijn nagenoeg onbestaande. Hij geniet een leefloon van het OCMW van euro 450 en werd sinds 30 december 2009 toegelaten tot de collectieve schuldenregeling. Gelet op de andere schulden van de heer Z., is het duidelijk dat verzoekster nooit iets zal ontvangen.

* Luidens het verzoekschrift beschikt (de moeder van) verzoekster niet over enige private verzekering die de geleden schade dekt.

V. Begroting van de gevraagde hulp

De hulp wordt begroot op euro 25.800 + intresten:

- morele en materiële schade vermengd: euro 25.000,00

- rechtsplegingsvergoeding: euro 800,00

euro 400 raadkamer + euro 400 K.I.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. Intresten worden hierin niet vermeld en vormen dus geen bestanddeel van de schade waarop de Commissie zich baseert bij het toekennen van een financiële hulp.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet in aanmerking komen voor een financiële hulp. De Commissie is van oordeel dat het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, niet van toepassing is in het stelsel van financiële hulpverlening aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. De schuldenaar van de toegekende hulp, met name de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Bovendien brengt ook in het gemeen recht de toepassing van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet mee dat de intresten automatisch verschuldigd zijn, vermits zij moeten gevraagd of gevorderd worden door het slachtoffer en de rechter ze niet mag toekennen wanneer een dergelijke vraag of vordering ontbreekt.

De Raad van State heeft zich in een uitvoerig gemotiveerd arrest bij de stellingname van de Commissie aangesloten (arrest nr. 165.787 van 12 december 2006).

Voor de rechtsplegingsvergoeding meent de Commissie evenmin een hulp te kunnen toekennen, nu ter zitting is gebleken dat verzoekster heeft kunnen genieten van de juridische tweedelijnsbijstand.

Rekening houdend met:

- de aard, de ernst, de lange duur en de frequentie van de gepleegde feiten;

- de jeugdige leeftijd van het slachtoffer;

- de omstandigheid dat de feiten gepleegd werden door de biologische vader van het slachtoffer;

- de ernstige gevolgen voor verzoekster, zoals nader toegelicht ter zitting;

- de door de Commissie gehanteerde tarieven in analoge dossiers inzake seksueel misbruik van minderjarigen,

meent de Commissie voor de morele schade een hulp te kunnen toekennen van euro 20.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 20.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 23 januari 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 29 oktober 2010, waarbij mevrouw Y., handelend in haar hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordigster van haar toen nog minderjarige dochter Tatjana Z., om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp van euro 25.800 meer intresten, voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.