- Beslissing van 23 januari 2012

23/01/2012 - M10-5-1404/7870

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

In de nacht van 24 op 25 januari 2009 zat verzoeker met een groep vrienden te praten aan de bar van een drankgelegenheid te ... . Omdat hij geduw en gestamp in zijn rug voelde, stelde hij zich recht, draaide zich om en vroeg aan de personen achter hem wat er scheelde. Hierop kreeg hij een vuistslag in het aangezicht vanwege de heer Jan Z., die in dronken toestand verkeerde. Verzoeker viel op de grond.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 4 maart 2010 werd de heer Jan Z., wegens het plegen van de sub I vermelde feiten, bij verstek veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van zeven maanden en tot een geldboete van euro 330.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 4.825,45 meer intresten aan verzoeker.

III. Gevolgen van de feiten

Na de feiten werd verzoeker door zijn vriendin naar de spoedafdeling van het AZ S. te ... gebracht. Aldaar werden de volgende letsels vastgesteld:

- hersenschudding met beperkte retrograde amnesie;

- kneuzing t.h.v. de bovenlip;

- fractuur t.h.v. het bovenkaakbeen links.

Later op de dag werd verzoeker geopereerd door Dr. F. De W. (stomatoloog). De volgende ochtend mocht hij het ziekenhuis verlaten.

In zijn deskundig verslag d.d. 29 mei 2009 stelt tandarts P. T. (aangesteld in opdracht van het parket te ...) dat er een grote kans bestaat dat verzoeker twee bovensnijtanden zal verliezen.

De deskundige weerhoudt een volledige tijdelijke arbeidsongeschiktheid van 39 dagen (daar kunnen maximaal 10 dagen bijkomen, gelet op de nog uit te voeren behandelingen). Er wordt geen blijvende arbeidsongeschiktheid bepaald.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

* Luidens het verzoekschrift ontving verzoeker nog geen enkele vergoeding vanwege de heer Z..

* De hospitalisatiekosten werden vergoed door de hospitalisatieverzekering.

* In het kader van de waarborg ‘onvermogen van derden' keerde de rechtsbijstandsverzekeraar (Ethias) aan verzoeker een bedrag uit van euro 4.575,45.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 5.825,45:

- materiële kosten: euro 500,00 (cf. vonnis 04.03.10)

- verplaatsingskosten: euro 125,00

- administratiekosten: euro 125,00

- kledijschade: euro 250,00

- morele schade TAO: euro 1.225,00 (idem)

- meerinspanningen: euro 980,00 (idem)

- verlies economische waarde huishoudelijke arbeid: euro 300,12 (idem)

- esthetische schade: euro 400,00 (idem)

- medische kosten: euro 670,33 (vonnis: euro 920,33)

- morele schade: euro 1.250,00 (vonnis: euro 750,00) (*)

- rechtsplegingsvergoeding: euro 500,00 (cf. vonnis)

(*) Terzake lezen we op blz. 7 van het sub II vermeld vonnis het volgende:

"De rechtbank aanvaardt dat er een rechtstreeks contact is geweest tussen de beklaagde en de burgerlijke partij Louis Wuyts en dat dit psychische schade heeft nagelaten. Er zijn echter geen bewijzen van een eventuele blijvende en intense emotionele schok.

In die omstandigheden en rekening houdend met de ondergane vormen van geweld, oordeelt de rechtbank dat de gevorderde vergoeding van 750,00 EUR passend en gepast is voor de vergoeding van de morele schade geleden door dit specifiek slachtoffer."

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. ‘Meerinspanningen' en ‘verlies economische waarde huishoudelijke arbeid' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding.

Voor de rechtsplegingsvergoeding meent de Commissie evenmin een hulp te kunnen toekennen, nu deze procedurekost principieel ten laste is van de rechtsbijstandsverzekeraar.

Wanneer de gevraagde hulpbedragen voor de drie voornoemde schadeposten in mindering worden gebracht van het totale hulpbedrag, bekomt men een totaal van euro 4.045,33.

Nu dit bedrag lager ligt dan de verzekeringstussenkomst van euro 4.575,45, is de Commissie van oordeel dat verzoeker volledig werd vergoed en bijgevolg geen aanspraak meer kan maken op de toekenning van een financiële hulp.

Het betreft hier een toepassing van het zogenaamd subsidiariteitsprincipe, dat vervat ligt in artikel 31bis, § 1, 5°, van voornoemde wet. Luidens deze bepaling kan een financiële hulp worden toegekend onder de volgende voorwaarde: "De schade kan niet afdoende worden hersteld door de dader of de burgerlijk aansprakelijke partij, op grond van een stelsel van sociale zekerheid of een private verzekering, noch op enige andere manier."

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk maar ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 23 januari 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 23 december 2010, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.