- Beslissing van 3 februari 2012

03/02/2012 - M10-5-0839/7557

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

In het deskundig verslag van Dr. G. L. d.d. 24 maart 2009 vinden we volgend feitenrelaas:

"Deze hadden plaats op 13 april 2006.

De familie beschikte over een mobiele campingcar die regelmatig in ... (België) stond.

Op de voornoemde dag werd een vrouw door de latere dader in een auto achtervolgd en deze vrouw draaide op hun parkeerruimte.

De dader reed verder, keerde om en de dame kon op tijd wegspringen.

Mark X. hoorde blijkbaar iets en kwam buiten.

Voor zover hij kan verklaren sprong de dader op die vrouw af en kwam zijn vader en daarna hijzelf tussen.

De dader bukte zich, pakte uit zijn broekzak een pistool en richtte dit naar betrokkene. Hij zou verklaard hebben "als ge schreeuwt schiet ik u kapot."

Betrokkene verstond het wel, doch hield zich "sterk", waarop de dader wegreed.

Nadien reed de dader vanuit stilstand op hem in, zodat hij op de motorkap terechtkwam."

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 8 december 2009 werd de heer Daniël Z. (° 1966) wegens het plegen van de sub I vermelde feiten (gekwalificeerd als poging tot doodslag + uiten van doodsbedreigingen) veroordeeld tot betaling van de som van euro 6.088,50 meer intresten aan verzoeker.

III. Gevolgen van de feiten

Op fysiek vlak liep verzoeker kneuzingen op t.h.v. de lumbale rugstreek en de rechterknie.

Op psychisch vlak ontwikkelde verzoeker, die mentaal gehandicapt is en een aangeboren gehoorsvermindering heeft, een acute stress-stoornis, gevolgd door een posttraumatische stress- stoornis. Dat laatste evolueerde in gunstige zin als gevolg van de toegenomen begeleiding in het dagcentrum waar verzoeker verblijft. Er zijn wel nog psychische restklachten aanwezig (wantrouwen, overmatige waakzaamheid, terugdenken aan de feiten).

In zijn definitief deskundig verslag d.d. 24 maart 2009 weerhoudt Dr. G. L. (aangesteld bij vonnis van 2 september 2008) een volledige tijdelijke arbeidsongeschiktheid van 13 april 2006 tot en met 20 april 2006. (Er weze opgemerkt dat verzoeker geen persoonlijke arbeid verricht, maar wel - voor zijn gehoor - een aangepaste dagbezigheid en begeleiding heeft.)

Daarnaast zijn er de volgende graden en periodes van tijdelijke invaliditeit:

100 % van 13.04.06 t.e.m. 20.04.06

50 % van 21.04.06 t.e.m. 30.04.06

25 % van 01.05.06 t.e.m. 31.05.06

10 % van 01.06.06 t.e.m. 30.06.06

5 % van 01.07.06 t.e.m. 21.11.06.

Er is consolidatie op 22 november 2006, met een blijvende invaliditeit van 5 % (psychische schade). Er is geen blijvende arbeidsongeschiktheid.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

* De heer Daniël Z. bekwam een collectieve schuldenregeling, waarbij het OCMW te ... als schuldbemiddelaar werd aangesteld (24 april 2009).

In zijn schrijven d.d. 19 oktober 2011 deelde de schuldbemiddelaar mee dat er nog niet kon worden overgegaan tot het opstellen van een aanzuiveringsregeling, aangezien de heer Z. nog steeds in de gevangenis zit.

* Verzoeker beschikt over een rechtsbijstandsverzekering (Achmea), maar hierin is geen waarborg ‘onvermogen van derden' opgenomen.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 5.885,45:

- morele schade tijdelijke invaliditeit: euro 730,00

100 % van 13.04.06 t.e.m. 20.04.06 : 7 d. x euro 25 = euro 175,00

50 % van 21.04.06 t.e.m. 30.04.06 : 9 d. x euro 12,50 = euro 112,50

25 % van 01.05.06 t.e.m. 31.05.06 : 30 (sic) d. x euro 6,25 = euro 187,50

10 % van 01.06.06 t.e.m. 30.06.06 : 30 d. x euro 2,50 = euro 75,00

5 % van 01.07.06 t.e.m. 21.11.06 : 144 d. x euro 1,25 = euro 180,00

- morele schade blijvende invaliditeit: euro 4.812,50

5 % x euro 1.925 per punt / 2 (enkel moreel)

- kosten deskundige: euro 342,95

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Voor de expertisekosten meent de Commissie geen hulp te kunnen toekennen, nu deze kosten principieel ten laste zijn van de rechtsbijstandsverzekeraar.

De gevraagde hulp voor de morele schade tijdelijke en blijvende invaliditeit is wél vergoedbaar.

Aldus kan aan verzoeker een hulp worden toegekend van euro 5.542.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 5.542.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 3 februari 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 16 juli 2010, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.